Europa, zeg weer: we zijn allen Amerikanen

Vandaag kiest Amerika een nieuwe president en hopelijk wordt het Barack Obama.

Europa moet inzien dat het ook met hém compromissen zal moeten sluiten.

Van de afgelopen acht jaar zijn twee data me bijzonder bijgebleven als het gaat om de Europees-Amerikaanse betrekkingen. 12 september 2001, toen Le Monde „Nous sommes tous Américains” verkondigde en 24 juli 2008 toen senator Barack Obama tweehonderdduizend juichende Duitsers toesprak, van wie er velen met de Amerikaanse vlag zwaaiden.

In de ogen van een buitenstaander die niets weet van de tussenliggende jaren zou het enthousiaste Europese onthaal van Obama een logisch vervolg kunnen lijken op de steunbetuiging van Le Monde aan Amerika. Maar wij weten dat een brede kloof die twee gebeurtenissen scheidt.

Na de aanslagen van 11 september had president Bush de sympathie- en steunbetuigingen uit grote delen van de wereld kunnen aangrijpen om een nieuw tijdperk van samenwerking en wederzijds begrip te vestigen. Maar in plaats daarvan kwam hij met ‘Freedom Fries’, de oorlog in Irak, schimpscheuten naar het ‘Oude Europa’, en een weigering om met andere landen samen te werken in bijzonder belangrijke aangelegenheden als de klimaatverandering. Ook bood hij de aanzwellende menigte van zijn critici een gemakkelijke zondebok en een voorwendsel om niets te doen. Maar alle critici die de verantwoordelijkheid voor de wereldproblemen zo lichtvaardig één man in Washington in de schoenen schoven, zullen het binnenkort zonder hun vertrouwde boeman moeten stellen.

Als Obama vandaag gekozen wordt, zullen de huidige economische crisis en Obama’s voorsprong bij de kiezers op economisch gebied wel als de voornaamste oorzaken worden aangewezen. Maar voor mij ligt een cruciaal motief om Obama te steunen in de overtuiging dat zijn verkiezing het begin zal inluiden van een ommekeer in de Amerikaanse buitenlandse betrekkingen. Hij heeft in Indonesië gewoond en hij heeft familie in Kenia. Hij is zowel blank als zwart. Die persoonlijke achtergrond heeft hem inzicht gegeven in de nuances en de complexiteit van de wereld. Als hij gekozen wordt, is dat een signaal aan anderen dat Amerika heeft afgerekend met Bush’ buitenlandse beleid en zijn kortzichtige ‘wie niet met ons is, is tegen ons’-kijk op de wereld.

Obama als president betekent een kans om de schade die de Europees-Amerikaanse betrekkingen in de afgelopen acht jaar hebben opgelopen, ongedaan te maken. Misschien krijgen wij zelfs de kans om de uitspraak van Le Monde in ere te herstellen.

Om dat mogelijk te maken dient ook Europa positieve stappen naar vernieuwing en verzoening te zetten. De Europeanen zullen niet langer kunnen doen alsof Bush’ onbekwaamheid en ‘cowboyhouding’ de enige belemmering voor vooruitgang vormen. Zij zullen moeten toegeven dat de verdeeldheid en de misslagen van Europa mede schuldig zijn aan het uitblijven van een coherent, constructief weerwoord op de nucleaire ambities van Iran, de agressie van Rusland, de mondiale economische crisis en andere grote gevaren voor veiligheid en welvaart. In plaats van altijd maar weer routineus de regering-Bush af te kammen, moeten de Europeanen met constructieve oplossingen komen voor de opgaven waar wij voor staan, en bereid zijn het initiatief te nemen om die oplossingen te realiseren.

De Europeanen moeten bovendien onder ogen zien dat, ook als Obama wint en hij ruime Democratische meerderheden krijgt in het Congres, de VS en Europa het niet altijd roerend eens zullen zijn. Obama zal harde institutionele en geopolitieke realiteiten op zijn pad vinden, die het hem wellicht onmogelijk zullen maken om het Amerikaanse buitenlandse beleid op geheel nieuwe leest te schoeien, en zelfs als hij daarin slaagt, zal de toestand niet op slag veranderen. Daar komt bij dat hij heeft aangegeven te zullen proberen de kloof tussen progressief en conservatief Amerika te overbruggen. Lukt hem dat, dan zal dat resulteren in compromissen die bij Europa niet per se in de smaak hoeven te vallen. Europa moet daarop bedacht zijn, en van zijn kant eveneens tot compromissen bereid zijn.

Niet minder belangrijk is dat de verkiezing van een Afrikaans-Amerikaanse man tot president van de VS de Europeanen aan het denken zou moeten zetten over hun eigen houding jegens minderheden, en over de discriminatie en het racisme in hun eigen samenlevingen. Europeanen lijken zich op cultureel gebied vaak maar al te graag de meerdere te voelen van de ‘achtergebleven’ Amerikanen. Maar zou een etnische minderheid het op dit moment in ook maar één Europees land zo ver kunnen brengen als Obama in Amerika?

Niet dat wij beter zijn, omdat wij Obama kiezen of omdat wij hem hadden kúnnen kiezen; op dit gebied en andere gebieden hebben wij Amerikanen nog een lange weg te gaan. Maar evengoed kan Europa nog van Amerika leren, zoals Amerika ook van Europa leren kan.

Het lijkt erop dat Obama vandaag gaat winnen, maar zeker is het niet. Senator McCain zou kunnen winnen, en als dat gebeurt is het niet het einde van de wereld, al zal het voor sommigen van ons misschien zo voelen.

Maar mijn stem gaat naar Barack Obama en naar een toekomst waarin de Amerikaanse president in het buitenland wordt onthaald door menigten die hartelijk met Amerikaanse vlaggen zwaaien, niet door relmakers die die vlaggen in brand steken. Mijn stem gaat naar een Amerika dat de rest van de wereld opnieuw laat zeggen: „We zijn allen Amerikanen.”

Nathan Rodgers (29) is personeelsadviseur bij het hoofdkwartier van Unicef te New York. Hij verbleef drie jaar in Oekraïne als United States Peace Corps Volunteer.