De zoektocht naar Salomons mijnen

In de bijbel heerste Salomon over een groot koninkrijk Israël.

Nu is een mijnencomplex ontdekt dat mogelijk stamt uit dezelfde tijd als die van de koningen Salomon en David.

In de woestijn tussen de Dode Zee en de Golf van Akaba, zo blijkt nu, werd al in de tiende eeuw voor Christus kopererts gedolven en tot koper verwerkt. Leverde deze smelterij het metaal voor de tempel van Jeruzalem? Waren dit de legendarische mijnen van Salomon? Die oude vraag naar de verenigbaarheid van bijbelverhaal en wetenschap duikt altijd weer op.

Een internationaal team archeologen heeft in Khirbat en-Nahas, een antiek centrum voor koperproductie in het zuiden van Jordanië, nieuwe opgravingen gedaan. De onderzoekers groeven dwars door een zeven meter dikke laag metaalslakken, dateerden organische resten en stelden vast dat hier al op grote schaal koper werd geproduceerd in de tiende eeuw voor Christus. Daarmee blijkt de metaalnijverheid in dit gebied zeker drie eeuwen ouder dan archeologen tot nu toe veronderstelden. De bloeitijd van deze industrie, zo laten de onderzoekers niet na te onderstrepen, valt samen met de periode waarin David (1010-970) en Salomon (970-930) volgens de bijbelboeken Samuel en Koningen heersten over een groot koninkrijk Israël. Hun bevindingen zijn gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences (online edition).

Leiders van het onderzoek zijn Thomas Levy van de universiteit van Californië in San Diego en Mohammad Najjar, een Jordaanse archeoloog. De onderzoekslocatie ligt in het Jordaanse district Faynan, tussen de Wadi Araba (die hier de grens vormt tussen Israël en Jordanië) en het hoogland van Edom. Edom is de oude naam van een stammenbond van bedoeïenen en wordt in de bijbel genoemd als een vazalstaatje van het koninkrijk Israël. De Edomieten zouden de nazaten van Ezau zijn, tweelingbroer van Jacob/Israël.

Het complex van Khirbat en-Nahas (Arabisch voor ‘ruïnes van koper’) telt zo’n 100 antieke gebouwen, waaronder een fort, en ligt midden in een 10 hectare groot gebied dat is bedekt met zwarte metaalslakken. Her en der lagen mijnen en het gebied wordt doorkruist door mijnsporen. De omvang suggereert koperproductie op industriële schaal, schrijven Levy en collega’s. De diepte van de laag smeltafval vormt volgens hen een ‘meetlat’ voor sociale en technologische verandering in de IJzertijd. Die duurde van 1200 tot 500 voor Christus.

In de jaren dertig van de vorige eeuw, de ‘gouden jaren’ van de bijbelse archeologie, zochten de beoefenaren in de bodem van Palestina naarstig naar bevestiging van de bijbelverhalen. Eén van hen, de Amerikaan Nelson Glueck, beweerde destijds dat hij in Edom de mijnen had gevonden waar koning Salomo het metaal vandaan haalde voor de tempel in Jeruzalem. In de jaren tachtig werd dit idee verworpen. Britse opgravingen in het gebied wezen uit dat de IJzertijd hier pas begon in de zevende eeuw voor Christus.

Het team van Levy en Najjar gebruikte zeer nauwkeurige radiokoolstofdatering voor dadelzaden, stokken van tamarinde en andere houtsoorten die werden gebruikt als brandstof bij het kopersmelten, en die gaf de 10de en 9de eeuw aan. Aanvullend bewijs komt van oude Egyptische artefacten – een scarabee en een amulet. Deze zijn gevonden in een opgravingslaag die wijst op een abrupte onderbreking van de productie aan het einde van de 10de eeuw. De onderzoekers brengen die in verband met de goed gedocumenteerde militaire campagne van farao Sjosjenk I (945-924 v. Chr.) in het gebied.

Het nieuwe onderzoek levert het bewijs dat hier al in de 10de en 9de eeuw complexe samenlevingen bestonden, die in staat waren tot metaalbewerking op grote schaal. Maar het geeft geen antwoord op de vraag wie deze kopernijverheid controleerde. Levy en de zijnen hebben niets gevonden dat wijst op het bestaan van een groot rijk Israël dat wordt beschreven in de bijbel.

De mijnen in Khirbat en-Nahas werden ontgonnen in de tijd van Salomon, maar dat betekent niet dat ze van hem waren.