'Angst voor Iraanse bom hysterisch'

De politiek van het Westen jegens Iran levert niets op en is zelfs contraproductief, zegt analist Bertram. „Laten we ophouden met deze nonsens.”

De huidige politiek van het Westen om Iran te dwingen zijn uraniumverrijkingsprogramma te bevriezen „is mislukt”. Sancties „werken niet” en gaan niet werken en oorlog is geen optie. Daarom pleit Christoph Bertram, ex-directeur van het Internationaal Instituut voor Strategische Studies in Londen en van het Instituut voor Internationale en Veiligheidszaken in Berlijn, voor toenadering tot Iran.

Het Westen moet alomvattende onderhandelingen beginnen en de huidige voorwaarde (éérst ophouden met verrijken) moet van tafel. De breed uitgedragen angst voor een Iraanse atoombom vindt hij „hysterisch”.

Het Instituut voor Veiligheidsstudies van de Europese Unie publiceerde eerder dit jaar Bertrams rapport Rethinking Iran: from confrontation to cooperation. „Er zijn zoveel aanwijzingen dat we niet op het juiste pad zijn”, zegt Bertram in een vraaggesprek in zijn huis in Hamburg. „We komen nergens met onze aanpak van het nucleaire programma. We zien de Russische invloed toenemen in Iran. We zien westerse invloed verminderen. We zien een bevolking die kritisch staat ten opzichte van haar regime, behalve als het over het nucleaire programma gaat, een regime dat erin geslaagd is uit te dragen dat het Westen Iran in een staat van technologische onderontwikkeling wil houden – een verbazend succes. We moeten ons realiseren dat wat we tot dusverre hebben gedaan niet werkt en contraproductief is, zowel in termen van de nucleaire kwestie als van een relatie voor de langere termijn.”

Bertram is niet de enige die vlak voor een nieuwe Amerikaanse president aantreedt heeft opgeroepen tot een andere benadering van Iran: vijf Amerikaanse ex-ministers van Buitenlandse Zaken deden dat en, tot op zekere hoogte, ook Barack Obama. „Er is een erg aardig citaat van Winston Churchill: zelfs de beste strategie moet soms resultaten produceren”, zegt Bertram. „En deze strategie heeft geen resultaten opgeleverd. Dus is het geen wonder dat mensen na zes jaar beginnen te zeggen: moet er geen andere benadering komen? Het interessante is dat zulke standpunten meer worden gehoord in de VS. Hoewel wij Europeanen grote strategische belangen op lange termijn hebben in Iran, hebben wij helaas de harde positie van de regering-Bush onderschreven zonder ons het recht voor te behouden die te heroverwegen.”

Volgens Bertram heeft het geen enkele zin extra sancties af te kondigen: „De Iraniërs zijn het doelwit van Amerikaanse sancties sinds 1980. Die sancties zijn oneindig veel harder dan die van de VN-Veiligheidsraad, maar hebben ook niet gewerkt.” Daarvoor zijn diverse redenen, bijvoorbeeld de Iraanse olie- en gasrijkdom: „Als iedereen wil hebben wat de Iraniërs kunnen leveren, dan zijn sancties geen erg goed idee.”

Verder, zegt hij, werken sancties alleen als het land dat het doelwit is er voordeel bij heeft toe te geven. „Maar toen de Iraniërs in voorgaande jaren concessies deden, kregen ze niets. Ze waren constructief in Afghanistan, maar ze kregen te horen dat ze deel uitmaakten van de As van het Kwaad. Ze deden [in 2003] een voorstel voor alomvattende onderhandelingen waarin ze zich bereid toonden op veel punten toe te geven, en ze kregen geen reactie.” Ten slotte is de internationale gemeenschap volgens hem niet in staat en niet bereid om serieuze sancties op te leggen. „Daarom zeg ik: laten we ophouden met deze nonsens.”

Oorlog is geen alternatief. „Het Westen heeft genoeg raketten en munitie om een hoop schade toe te brengen. Maar de vraag is of dit werkelijk effect zal hebben. Als je ervan overtuigd bent dat de Iraniërs al hebben besloten dat ze een bom willen bouwen, is het misschien zinvol om een beetje tijd te winnen. Maar ik deel die overtuiging niet. Ik denk dat de Iraniërs dat nog niet hebben beslist – ze ontwikkelen een optie. Naar mijn mening zal een aanval Iran juist vastbesloten maken om een bom te bouwen. We hebben de analogie met de Iraakse nucleaire ontwikkeling. Toen de Israëliërs in 1981 de Osirak-reactor bombardeerden, gingen de Irakezen ondergronds. Ze deden dat zo effectief dat na de Golfoorlog in 1991 de wapeninspecteurs ontdekten dat ze heel dichtbij een nucleair wapen waren.”

Als Iran toch de beschikking over kernwapens zou krijgen, zou dat geen ramp zijn, er is immers afschrikking. „Natuurlijk is het mogelijk Iran af te schrikken van een aanval. Afschrikking werkte tegen de enorm bewapende Sovjet-Unie, en nu worden we gebiologeerd door een land dat technologisch achterlijk is, militair achterlijk, dat geen match is voor Israël, om de VS maar niet te noemen! Dat dit land het grootste gevaar op aarde zou zijn, maakt op mij een hysterische indruk. We hebben ons gevoel voor proportie verloren.”

Dat de regering van president Ahmadinejad een nucleaire zelfmoordaanslag zou kunnen plegen, wijst Bertram resoluut van de hand. „Dit is geen excentriek regime. Het is geen aardig regime, maar geen bende krankzinnige revolutionairen. Het is door een enorme crisis gegaan – de oorlog met Irak – maar het heeft zich geconsolideerd. Het idee dat dit regime zo gek zou zijn dat het het overleven van zijn eigen land in gevaar zou brengen, vind ik volstrekt absurd. Staten plegen geen zelfmoord. Regimes zoals het Iraanse, die geloven dat ze een model voor de wereld zijn, plegen geen zelfmoord.”

„Het andere argument is dat als revolutionaire regimes de bom hebben, ze die aan terroristen toespelen. Ik heb altijd gedacht dat dit idioot was. Geen regime is bereid zijn eigen overleven te riskeren omwille van terroristen. Zelfs als een revolutionaire staat anders zou optreden dan een andere staat, dan zou hij dat niet doen. Maar het is geen echte revolutionaire staat. Het is een islamitische republiek. Ze volgt de regels van de gemeenschap van naties.

„We praten over een heleboel theorieën die mensen hebben ontwikkeld om te rechtvaardigen waarom een Iraanse bom de grootste ramp voor de wereld zou zijn. Men verzint Iraanse gevaren die aan geen ander land in de wereld worden toegedacht.”

Dit is volgens Bertram essentieel: het Westen moet zijn politiek heroverwegen, zijn hysterie opgeven en duidelijk maken dat het het Iraanse regime accepteert. „Teheran heeft het gevoel dat het nog steeds niet volledig wordt erkend. Dat is een bron van groot wantrouwen, dat een verlangen kan creëren om houvast te krijgen aan iets als een atoombom. Het Westen moet inzien dat zaken doen met dit regime inhoudt dat je niet aan zijn legitimiteit twijfelt.”

De Franse president Sarkozy en de Britse premier Brown hameren er steeds op niet van plan te zijn concessies te doen aan Iran, maar Bertram wuift hun verzet weg. „Als een Amerikaanse president zegt: we gaan het anders doen met Iran, dan zullen Brown en Sarkozy nooit zeggen: we vetoën het.”

Bertram is redelijk optimistisch dat het inderdaad tot onderhandelingen komt. „Het was eerst in de VS tamelijk extremistisch om verandering van de Iran-politiek te vragen; nu komen zulke oproepen uit het establishment. Ik bedoel, Jim Baker, van wie ik denk dat hij minister van Buitenlandse Zaken zou moeten worden [Bertram lacht; Baker, minister van Buitenlandse Zaken onder Bush sr., is 78], bracht tweemaal vijf oud-ministers bijeen die zeiden dat er met de Iraniërs moet worden gepraat.

„Ik denk dat Amerika niet betrokken wil worden in een nieuwe ronde oorlogsdreigementen. Maar ik ben niet erg optimistisch over de kans met Iran een langetermijnrelatie op te bouwen die tot wederzijds voordeel is. Dat is een stap die veel meer verbeeldingskracht vergt dan ik in de VS of Europa of Iran kan zien.”

Rapport Bertram via nrc.nl/buitenland