Alles van de oerknal tot nu, alleen voor flinke kinderen

Bill Bryson: Een heel kleine geschiedenis van bijna alles. 12 jaar+. Vertaald door Ronald Vlek. Atlas, 176 blz. € 19,95 *****

Op achtjarige leeftijd werd de Amerikaanse reisboekenschrijver Bill Bryson getroffen door een plaatje van een aardbol waaruit een kwart was weggesneden. Door die ingreep werden de afzonderlijke lagen van de aarde zichtbaar. In het binnenste was een gloeiende bol getekend die volgens het bijschrift van ijzer en nikkel is en net zo kokend heet als het oppervlak van de zon. Zonder aan de juistheid van de informatie te twijfelen vroeg hij zich verbaasd af: hoe weten ze dat?

Hiermee begint het eerste hoofdstuk van Bill Brysons kinderversie van het nu vertaalde A Short History of Nearly Everything. Voor kinderen met eenzelfde fascinatie en nieuwsgierigheid herschreef hij zijn vaak bekroonde bestseller in nóg eenvoudiger taal dan die waarvoor hij in 2003 al uitbundig werd geroemd.

Wat weten we – van de oerknal, zwarte gaten, de ouderdom en de samenstelling van de aarde – en hoe zijn we erachter gekomen. Dat zijn de ingrediënten voor een spannende tijdreis door vier eeuwen wetenschap. Die reis voert langs wetenschappers als Bob Evans, de Australische supernovazoeker, die met een telescoop in het verre verleden kijkt en stervende sterren kan zien; langs Richard Norwood die in 1633 een 335 kilometer lange stalen ketting spande vanaf de Tower in Londen om vervolgens met behulp van de stand van de zon en driehoeksmeting de afmetingen van de aarde te bepalen; en langs het Amerikaanse plaatsje Bone Cabin Quarry, waar in 1898 45.000 kilo fossiele botten werd gevonden.

Behalve de successen uit de wetenschapsgeschiedenis, beschrijft Bryson ook hoe ongelofelijk we boffen met onze planeet, waar het de laatste paar duizend jaar niet te koud en niet te warm is geweest, zodat we ons als soort hebben kunnen ontwikkelen. Over de toekomst schrijft hij: ‘We weten niet wat waarschijnlijker is: een toekomst van ijzige kou of een van moordende hitte. Eén ding is zeker: we leven op het scherp van de snede.’

Geen geruststellende gedachte voor een kind, maar Bryson doet niet aan geruststellen. Hij heeft het over de grote kans op een aardbeving in Tokio; over diepzeeduikers die te diep doken en door de hoge druk de zuurstofslang werden ingezogen en van wie alleen nog wat vlees en botten in het duikerspak waren achtergebleven; over asteroïden die gevaarlijk dicht langs de aarde scheren. Als je ze zou kunnen zien oplichten, zou dat ‘heel verontrustend zijn. Nou, wees dan maar verontrust, want ze zijn er. We kunnen ze alleen niet zien.’

Voor niet bang aangelegde kinderen is Brysons boek door de vlotte verteltoon en de mooie tekeningen spannende en onvergetelijke non-fictie.

Franca Treur