Woensdag stroomt Flevoland onder

Stel dat deze week grote overstromingen het land teisteren. Leidt dat tot bestuurlijke chaos? „Een overstroming heeft nationale impact.” Nederland oefent.

Bestuurlijk Nederland is aan het oefenen. Deze week laten alle bestuurslagen zien wat zij in hun mars hebben en hoe goed ze kunnen samenwerken in geval van een Ergst Denkbare Overstroming, kortweg EDO.

Iedereen doet mee, „van de burgemeester in het het kleinste dorp tot de minister-president”, aldus Jan Franssen, commissaris van de koningin in Zuid-Holland en voorzitter van de Taskforce Management Overstromingen. De taskforce heeft de afgelopen anderhalf jaar de oefening Waterproef voorbereid.

Vandaag heeft het kabinet op het ministerie van Binnenlandse Zaken in Den Haag besluiten genomen alsof over enkele dagen een watergolf de kust zal overstromen, van Zeeland tot aan Friesland. De bestuurders weten vooraf globaal wat er op hen afkomt, maar krijgen gaandeweg pas informatie over de precieze effecten van de zogenaamde ramp. Eén van de belangrijkste besluiten is op welk moment de kustprovincies moeten worden geëvacueerd, en waar de bewoners heen moeten. Vermoedelijk Twente.

Morgen, dinsdag, wordt geoefend op wat te doen als de rivieren overstromen, te beginnen in Limburg en langzaam maar zeker ook in de rest van het stroomgebied van Maas, Rijn en IJssel. Een dag later, woensdag, is het de beurt aan met name Flevoland om te reageren op een overstroming als gevolg van storm op het IJsselmeer en een daarmee gepaard gaande dijkdoorbraak. Op donderdag wordt in Groningen gedebatteerd over onder meer wat te doen als evacués naar huis willen terugkeren en de watermanagers in een getroffen gebied hun zaakjes nog niet op orde hebben.

De Taskforce Management Overstromingen is door het vorige kabinet ingesteld naar aanleiding van de orkaan Katrina, die ruim drie jaar geleden de Amerikaanse stad New Orleans grotendeels verwoestte, Daarbij kwamen veertienhonderd mensen om. Jan Franssen: „Een overstroming gaat onze traditionele scope van crisismanagement te boven. Waar een ramp zoals in Enschede of in Volendam een crisis op één plek betreft, heeft een overstroming een nationale impact. We willen bekijken hoe goed we zijn voorbereid op zo’n ramp. In die zin kan deze oefening niet mislukken.”

Nieuw is dat niet zoals gebruikelijk de reactie op een ramp vanuit de regio langzaam maar zeker wordt ‘opgeschaald’, maar dat deze meteen nationaal wordt aangepakt, compleet met een landelijke operationele staf die premier Balkenende en zijn minister in de noodsituatie voorstellen doet.

De kans op een grootschalige overstroming in Nederland is bijzonder klein, maar de gevolgen kunnen zeer groot zijn. De watermanagers hebben zich sinds de watersnoodramp in 1953 vooral gericht op preventie. Het Deltaplan is uitgevoerd. Dijken zijn versterkt. Sinds een paar jaar krijgen rivieren meer ruimte. Staatssecretaris Huizinga (Waterstaat, ChristenUnie) wil ook vooral dat dat zo blijft. Maar het accent op preventie mag niet betekenen dat er niet wordt nagedacht over wat te doen als zich toch een ramp voordoet. Gerard Doornbos, dijkgraaf in Rijnland en lid van de taskforce: „We moeten een nieuw soort denken op gang brengen, waarbij de overheden moeten leren samen te werken met onder andere de waterschappen.”

Hoe slecht bestuurlijk Nederland is voorbereid op een ramp van nationale omvang, is volgens de organisatoren gebleken bij de overstromingen in het rivierengebied in 1995. Harry Keereweer, gedeputeerde in Gelderland en lid van de taskforce: „De situatie van toen mag zich niet meer voordoen. Er zijn toen ongeveer 300.000 mensen geëvacueerd. Het water is uiteindelijk niet over de dijk gekomen, maar bestuurlijk was het een chaos. Men wist van elkaar niet wie welke bevoegdheden had.”

De oefening zelf kost twee miljoen euro. Het totale tweejarige programma van de taskforce kost vijftien miljoen euro. Deze investering is ten volle „aanvaardbaar”, menen de bestuurders, omdat een betere samenwerking een veelvoud van die kosten aan schade kan besparen. Keereweer: „Het is absoluut geen luxe om goed voorbereid te zijn. Waar moeten mensen na een evacuatie heen? Is er nog infrastructuur beschikbaar? Is er nog energie? Zijn er opvanglocaties? En ook: hoe verloopt de wederopbouw? Na de watersnoodramp in 1953 heeft het wel tien jaar geduurd voordat er weer normale landbouw mogelijk was.”

Info over de oefening op nrc.nl/binnenland