Wet beschermt geloof, niet God

De opheffing van het verbod op godslastering lijkt een verruiming van de vrijheid van meningsuiting Maar wat er voor terugkomt is juist een verscherping, verwachten deskundigen.

Het speciale verbod op godslastering verdwijnt uit de strafwet. Maar daarvoor komt een verbod terug op ernstige beledigingen „die duidelijk zijn gericht tegen een gróép mensen”. Anders gezegd: niet langer is het beledigen van God of Mohammed strafbaar. Maar beledigingen of het zaaien van haat tegen de groep mensen die in God of Mohammed geloven wordt wel strafbaar, onder bijzondere voorwaarden.

Daarmee wordt extreme religiekritiek onder hetzelfde wetsartikel gebracht dat beschermt tegen ernstige beledigingen van mensen die homo zijn, gehandicapt, zwart of die een bepaalde levensovertuiging aanhangen. Het beschermen tegen racisme en xenofobie is een verplichte uitwerking van internationale verdragen.

Wordt religiekritiek met het schrappen van specifieke godslastering nu makkelijker of moeilijker gemaakt, is de kernvraag.

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) legde gisteren in het tv-programma Buitenhof uit dat wat hem betreft de vrijheid om je uit te spreken voorop staat. Of een uiting concreet beledigend is voor de groep die aangevallen wordt, hangt volgens hem af van de context waarin, en de manier waarop die wordt gedaan. Als het in het publieke debat gebeurt, door cabaretiers, als onderdeel van religiekritiek of in de Kamer, dan zal van strafbaarheid geen sprake zijn. Zeker als sprake is van een bijdrage aan het maatschappelijk debat, bijvoorbeeld een politieke boodschap of religieuze uiting, dan kan „de strafwaardigheid van de uiting komen te vervallen”, zo schrijft hij aan de Kamer. Pas als sprake is van een „onnodige grievende” uitlating, kan een vervolging plaatsvinden.

Het kabinet stelt voor aan de tekst van de wetsbepaling na ‘opzettelijk’ ook de woorden ‘onmiddellijk of middellijk’ op te nemen in de betekenis van direct of indirecte belediging. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij een uitspraak van de Hoge Raad over belediging van homoseksuelen. Zij mochten zich als groep beledigd voelen omdat hun levensstijl in het betwiste geval als een ‘vieze en vuile zonde’ werd aangeduid.

Zo zou dat ook met religiekritiek kunnen gaan. Wie bijvoorbeeld de islam in deze termen zou beschimpen, kan daarmee indirect ook moslims zelf strafbaar beledigen. Hirsch Ballin zei in Buitenhof dat journalisten, cabaretiers of politici niet bang hoeven zijn te worden vervolgd. Het gaat volgens hem om „degenen die hun actie richten op geweld tegen hele bevolkingsgroepen”. Hirsch Ballin verklaarde vervolging door het OM „niet makkelijker, wel preciezer” te willen maken.

Emeritus hoogleraar informatierecht Egbert Dommering zegt dat hij de indruk heeft dat vervolging wegens belediging of haatzaaien van groepen wél makkelijker is gemaakt. „Dat komt door toevoegen van het woord ‘indirect’.” De omschrijving van het delict is daardoor iets verruimd. Hij wijst erop dat het bestempelen van de Koran als een fascistoïde boek „dan toch indirect beledigend kan zijn” in het nieuwe artikel. Het viel Dommering op dat Hirsch Ballin in de uitzending van Buitenhof geen enkel voorbeeld wilde geven en dat „het woord Wilders kennelijk niet genoemd mocht worden”. Daarom vond hij het debat „nogal een schemerspel”.

De Nijmeegse strafrechtdocent Henry Sackers, gespecialiseerd in deze materie, zegt ervan ‘overtuigd’ te zijn dat uitbreiding van de mogelijkheden om religiekritiek te vervolgen is bedoeld. Ook volgens hem komt dat door toevoeging van het woord ‘middellijk’, dat de minister gisteren in Buitenhof vertaalde met ‘indirect’. Het viel hem op dat Hirsch Ballin „er omheen draaide” en geen voorbeelden wilde geven van dergelijke eventueel strafbare indirecte religiekritiek. Hoewel Wilders als politicus daarom niet strafbaar is, was zijn religiekritiek wel een voorbeeld van het verschil tussen directe en indirecte kritiek. Sackers: „Wilders zegt altijd: ik bekritiseer niet de moslims zelf, maar bepaalde aspecten van het moslimgeloof.” Dat verschil is juridisch straks niet meer relevant.

Commentaar: pagina 7