Van Persie mag best weer eens schitteren

Het was Marco van Basten die Robin van Persie in 2006 een kans bood zich te presenteren op het mondiale podium. De aanvaller beschaamde het vertrouwen niet en ontpopte zich tijdens het WK als een revelatie, met het doelpunt tegen Ivoorkust als hoogtepunt.

Hij had toen privé al wat meegemaakt. In 2005 zat Van Persie immers twee weken vast wegens een vermeende verkrachtingszaak. Ten onrechte, bleek later.

Na het WK heeft de Rotterdammer zijn voeten aanzienlijk minder laten spreken. Hij moest bij Arsenal de opvolger worden van de naar Barcelona vertrokken Thierry Henry. Daar is het door veel (spier)blessures niet van gekomen. Relatief speelde Van Persie niet veel bij de Londense club. In het seizoen 2004-2005 was hij het meest actief voor het team van trainer Arsene Wenger met 26 duels waarin hij vijf keer scoorde. Vorig seizoen stond hij slechts negen keer in de basis. Daarna volgde ook een teleurstellend EK, waarop hij slechts als invaller acteerde.

Toch wordt Van Persie, 25 inmiddels, nog steeds beschouwd als een van de beste, zo niet de beste Nederlandse voetballer van dit moment. Zelf ervaart hij dat waarschijnlijk ook zo en vandaar dat hij te graag wil. Dan loopt hij een nieuwe spierblessure op door te snel terug te keren. Of pakt hij de bal voor een vrije trap – op het EK – die hij beter door Wesley Sneijder had kunnen laten nemen. Of hij maakt gebruik van een fysiotherapeut (Leo Echteld) van wie de voetbalbond deze zomer net afscheid heeft genomen.

Afgelopen weekeinde kwam Van Persie in het nieuws door een rode kaart die hij als invaller opliep in het duel met Stoke City. Na een overtreding op doelman Thomas Sörensen kon hij na tien minuten al weer douchen. Te zwaar bestraft, meende Wenger. Maar het is de vraag hoe lang de Fransman Van Persie nog de hand boven het hoofd houdt. Het wordt tijd dat de bewierookte voetballer zijn belofte gaat inlossen.

Erik Oudshoorn