Stokpaardjes draven soms door

Toen ik op de middelbare school zat – jaren zeventig, Rotterdam – hadden wij een leraar Nederlands die zijn rode pen trok als je in een opstel of proefwerk een komma zette achter het woord en. En gevolgd door een komma was in zijn ogen een doodzonde. Het was dat je leerlingen indertijd niet meer met een liniaal mocht slaan, anders had hij dit ongetwijfeld een gepaste straf gevonden voor deze onvergeeflijke taalfout. Het minste wat hij nu kon doen was je cijfer verlagen.

Ik moet zeggen: dit heeft er bij mij flink ingehakt. Het heeft echt een tijd geduurd voordat ik de vrijheid voelde om na en een komma te zetten.

En, dat moet ook nog even gezegd, ik ben helemaal vergeten wáárom die leraar zo’n rabiate haat had tegen de combinatie en+komma. Vond hij dat dit het ritme uit een zin haalde? Vond hij dat en een vervolg inluidde dat niet mocht worden onderbroken door een pauzeteken? Hij zal het vast ooit hebben uitgelegd, maar ik ben zijn argumenten compleet vergeten.

Ik vertel dit omdat leraren Nederlands soms meer invloed op hun leerlingen hebben dan je zou denken. Dat zie ik met grote regelmaat terug in de vragen die ik krijg van lezers.

Ik geef één voorbeeld, vorige week ontvangen: „Ik begrijp er niets meer van: op mijn lagere school (1945-1952) heb ik zeer gedegen onderwijs genoten, waaronder Nederlandse Taal. De hoofdonderwijzer, door ons Ouwe Jan genoemd naar de scheve toren van Delft, leerde ons met name het correct gebruik van de woorden. Een van zijn stokpaardjes was het vermijden van ondertussen, een verkeerde combinatie van onderwijl en intussen. Tegenwoordig hoor en lees ik die laatste woorden nooit meer, maar uitsluitend ondertussen. Ook in de NRC, toch bekend om zijn hoog journalistiek niveau. Heb ik iets gemist?”

Tja, hier lijkt inderdaad een afslag te zijn gemist, niet alleen door de lezer maar ook al door Ouwe Jan. Is ondertussen inderdaad een ‘verkeerde combinatie’ van onderwijl en intussen? Nee, en dat is het nooit geweest. Ondertussen komt al sinds het begin van de 17de eeuw in de huidige betekenis voor en is verwant met het Oudhoogduitse untar zwiskên. We vinden het onder meer bij Cats, Vondel en Hooft – schrijvers die lang zijn beschouwd als de beste beoefenaars van het Nederlands.

Je moet de invloed van Ouwe Jan niet onderschatten. Hij was hoofdonderwijzer in een tijd dat mensen nog niet zo snel van baan veranderden. De kans is groot dat Jan honderden, zo niet duizenden kinderen heeft ingeprent dat er iets wezenlijk mis is aan ondertussen. Sommige kinderen zullen dit later lachend hebben weggewuifd, andere zijn het gewoon vergeten, maar ik krijg tientallen brieven per jaar waaruit blijkt hoezeer de stokpaardjes van oude leraren Nederlands voortdraven. Zo zijn er mensen die zich al een leven lang rot ergeren aan het foute gebruik van een woord – „Kunt u daar niks tegen doen, je ziet het onderwijl overal!” – dat bij nader inzien helemaal niet fout blijkt te zijn. Aan germanismen die geen germanismen blijken te zijn, bijvoorbeeld, aan de tussen-s in alsmaar (inmiddels de officiële spelling) of aan een komma achter het woord en. Want ook dát stokpaardje slaat in feite nergens op.

Reacties naar sanders@nrc.nl of via www.nrc.nl/woordhoek