'Premier wist van Aboutaleb'

De Rotterdamse vertrouwenscommissie zou graag van premier Jan Peter Balkenende willen weten wie hem de naam van Ahmed Aboutaleb heeft ingefluisterd, vlak voordat de huidige staatssecretaris van Sociale Zaken officieel werd voorgedragen als de nieuwe burgemeester van Rotterdam. „Dat zou ons onderzoek zeker helpen”, zegt commissievoorzitter Remco Oosterhoff (ChristenUnie-SGP).

Mede op verzoek van de commissaris van de koningin in Zuid- Holland, Jan Franssen, doet Oosterhoff momenteel onderzoek naar de vraag wie de geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Vanaf de dag van de voordracht van Aboutaleb doken namen en details op in diverse media. Raadsleden en leden van een vertrouwenscommissie zijn gedurende 75 jaar gebonden aan geheimhouding. Schending kan leiden tot juridische vervolging, waarbij de straf kan oplopen tot 18.500 euro boete.

In Den Haag is het een publiek geheim dat Balkenende ontstemd is over het feit dat staatssecretaris Aboutaleb maandenlang zweeg over zijn sollicitatie naar de vacature in Rotterdam. „Kennelijk bestaat bij onze wetgever de gewoonte om eerder op de hoogte te zijn”, stelt Oosterhoff. Aboutaleb zou daarentegen wel zijn partijleider, minister van Financiën Wouter Bos, op de hoogte hebben gebracht.

Oosterhoff verbaast zich over de opstelling van Balkenende. Hij spreekt van „een wrange situatie”. Met name „voor vertrouwenscommissieleden en leden van een gemeenteraad die mogelijk strafvervolging boven het hoofd hangt voor iets wat in Haagse kringen gebruikelijk is, namelijk het voortijdig informeren over kandidaten met alle risico’s van dien op bekend worden van namen in de pers”.

De voorzitter van de vertrouwenscommissie zegt dan ook „in verwarring” te zijn. Oosterhoff kondigt aan in het eind deze maand te presenteren onderzoeksrapport „zeker terug te zullen komen op de rol van de Haagse politiek, en dus ook op die van leden van het kabinet”.