Pak baby Hendrikus niet zomaar af

Nu bekend is dat er vier jaar na de dramatische dood van de peuter Savanna nog niet veel veranderd is bij de jeugdhulpverlening, is het begrijpelijk dat hulpverleners en kinderrechters behoorlijk onder druk staan en misschien niet lekker in hun vel zitten. Maar dat mag niet ten koste gaan van mensen die vanwege een handicap of een ander onalledaagse eigenschap niet direct voldoen aan het beeld dat men van `goede ouders` heeft, zoals dat laatst de ouders van de baby Hendrikus is overkomen.

De vader en moeder van Hendrikus hebben allebei een verstandelijke handicap en alleen daarom is hij uit huis geplaatst. De aanstaande ouders konden geen kinderopvang vinden en klopten daarom aan bij de stichting MEE, die meedenkt met gehandicapten. Dat ze daar op afstappen is een teken dat deze ouders de weg weten en niet te bang of trots zijn om hulp in te schakelen als zij dat nodig hebben.

Er zijn meer zaken die vóór het ouderpaar pleiten. Hendrikus` moeder heeft bijvoorbeeld langere tijd liefdevol voor haar zieke moeder gezorgd en haar vader is er zeker van dat kleine Hendrikus in goede handen is bij zijn dochter en haar partner. Bovendien is hij als opa graag bereid om hen bij de opvoeding te helpen waar het nodig is en een paar tantes hebben hun hulp ook al toegezegd. Niets wijst er dus op dat het jochie niet goed zal opgroeien, al zal zijn jeugd vast wel een beetje anders lopen dan bij de meeste kinderen.

Maar in plaats van dat stichting MEE hen helpt bij het zoeken naar mensen die kunnen helpen als de opa van Hendrikus of een tante onverhoopt wegvalt, schakelt de MEE het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling in. Die stapt naar de Kinderbescherming, waarop de Kinderrechter kleine Hendrikus voorlopig voor een maand uit huis plaatst.

De medewerker van de MEE faalt, omdat hij niet kijkt hoe de situatie precies in elkaar steekt en blijkbaar het vooroordeel heeft dat iemand met een verstandelijke handicap per definitie niet in staat is om een kind groot te brengen.

Als de dood van Savanna mede leidt tot zulke overspannen en ondoordachte acties wordt het hoog tijd om de jeugd- en andere hulpverlening waar ouders en kinderen bij betrokken zijn tot de bodem te herzien.