'Ook voor opiniepeilers in de VS is dit jaar alles anders'

Dagelijks kijken een miljoen mensen naar de webkaart van Andrew S. Tanenbaum met alle peilingen per staat in de race om het Witte Huis.

Het begon voor Andrew S. Tanenbaum als een aardigheidje voor vrienden. Onder het pseudoniem Votemaster lanceerde de hoogleraar informatica in mei 2004 een website met de laatste peilingen in de race om het Witte Huis. Op een landkaart kleurde hij in welke staat naar Bush en welke naar Kerry leek te gaan, en wat dit betekende voor de verhoudingen in het college van kiesmannen, dat uiteindelijk de president kiest.

Zijn site, electoral-vote.com, bleek in een enorme behoefte te voorzien. Binnen enkele weken registreerde de site dagelijks duizenden hits. „Nationale peilingen krijgen veel aandacht, maar doen er natuurlijk niet toe. Het gaat om die paar staten waar de strijd spannend is”, legt Tanenbaum uit in zijn werkkamer aan de VU, de Amsterdamse universiteit waar hij aan het hoofd staat van de afdeling Computersystemen.

Aan de muur hangt Tanenbaums doctoraat, behaald aan Berkeley en getekend door Ronald Reagan, die in 1971 als gouverneur van Californië alle diploma’s in de staat tekende. Verder heeft Tanenbaum, die zich op zijn site kenbaar maakt als Democraat, niets met de Republikeinse held. Trots: „Ik heb nog campagne tegen hem gevoerd toen ik in Berkeley studeerde.”

Ook dit jaar houdt Tanenbaum zijn kaart, met hulp van twee medewerkers, weer bij. Vergeleken met 2004 is het makkelijker omdat hij er een programmaatje voor heeft ontworpen, laat hij zien op zijn computer. Tegelijkertijd worden er veel meer peilingen gehouden dan vier jaar geleden – in bepaalde swing states soms wel vijf per dag – waardoor het actualiseren van de kaart hem alsnog een paar uur per dag kost. „Vaak zit ik tot twee uur ’s nachts aan mijn blog te schrijven.” Hij doet het niet voor niets: op sommige dagen zien bijna een miljoen mensen de kaart.

Tanenbaums site is niet de enige in zijn soort. De dagelijkse stroom peilingen in de VS wordt geordend, gemiddeld en in kaart gebracht op een handvol internetpagina’s. De populairste trekt miljoenen bezoekers per dag.

Ook media vallen vaak terug op de sites, die ze gebruiken als bronvoor hun eigen kaarten of artikelen. Vanwege de invloed die de peilingen (en hun verzamelaars) zo hebben gekregen op de campagnedynamiek, zijn ze zelf ook regelmatig onderwerp van debat. Op weblogs wordt intensief gediscussieerd over de modellen waarmee de gemiddelden berekend worden, de kwaliteit van de aangeleverde enquêtes en – onvermijdelijk in gepolariseerd Amerika – de vermeende vooringenomenheid van de verzamelaars en peilers. Tanenbaum: „Ik krijg veel positieve e-mails. Maar ook hate-mail.”

Zelf is hij het meest kritisch over RealClearPolitics.com, dat in de VS als conservatief geldt. „Hen vertrouw ik het minst. Zij nemen bijvoorbeeld niet de peilingen mee van Research2000, alleen omdat dat bureau wordt ingehuurd door Daily Kos [een links blog, red.].”

De meeste peilers werken voor een vaste tv-zender of krant. Omdat veel media in de VS gepolitiseerd zijn, is met de opdrachtgevers ook gemakkelijk de objectiviteit van peilers in twijfel te trekken. Een recent voorbeeld vormt Rasmussen, die voor het conservatieve FoxNews peilt. In zijn steekproeven zouden te veel Republikeinen zitten, waardoor McCain er bovengemiddeld scoort. „Rasmussen is een zakenman, als hij er te veel naast zit, dan is zijn reputatie weg. Alle peilers moeten de afweging maken tussen doen wat je baas wil óf op 5 november ook nog betrouwbaar overkomen.”

Een andere verzamelaar, FiveThirtyEight.com, genoemd naar het totaal aantal kiesmannen, weegt de peilingen op betrouwbaarheid. Statistische normen spelen een rol. En een peiler die onbekend is wordt lager ingeschaald. Tanenbaum: „Ik vind dat eng.” Naam zegt niet altijd alles, vindt hij. „Zogby was in 2004 de beste, maar telt dit jaar amper mee. En Gallup heeft een naam omdat ze zo oud zijn. Misschien is het beter naar de beste peiler bij de voorverkiezingen te kijken, SurveyUSA.”

Naast commerciële bureaus nemen ook universiteiten vaak peilingen af. Studenten doen hier aan mee voor hun plezier en leren iets over onderzoek. De universiteit bouwt naamsbekendheid op. „Beide hebben waarschijnlijk geen belang om valse resultaten te geven. Betaalde medewerkers van een callcenter mogelijk wel.” Om die reden werken grote bureaus nu met robopollers, sprekende computers die telefonisch vragen stellen. „Die bedriegen de boel niet.”

Maar ook dan kan er nog veel mis gaan. Tanenbaum vertelt over universitair onderzoek, in 2006 uitgevoerd in New Jersey. Aan drie groepen kiezers werden steeds drie vragen gesteld: over Irak, over Bush en over hun keuze voor de Senaat. De volgorde van de vragen verschilde per groep. De groep die eerst de twee vragen over Bush en de oorlog had gekregen, koos vervolgens aantoonbaar vaker voor de Democratische kandidaat.

Een andere zwakte van de peilers is de demografische samenstelling van de groep ondervraagden. De verhouding jongeren en ouderen; vrouwen en mannen; zwarten, blanken en latino’s, etc. in de steekproeven wordt gebaseerd op exit polls gehouden tijdens de stembusgang van 2004. Maar de bevolking in sommige staten verandert snel. „En wat als dit jaar inderdaad veel meer jonge kiezers komen opdagen? Of zwarten?”

Veel bureaus peilen bovendien onder ‘waarschijnlijke kiezers’, ondervraagden die aangeven dat ze in 2000 of 2004 ook al stemden. De miljoenen die zich dit jaar voor het eerst als kiezer registreerden, vallen hierdoor vaak bij voorbaat af. „Daarom heeft Gallup nu ook de ‘expanded poll’, waarin ook wordt gevraagd naar enthousiasme en hoe hoog iemand de kans inschat dat hij gaat stemmen.” Obama staat daar ruimer voor dan in de gewone peiling. Tanenbaum: „Dit jaar is alles zo anders.”