Onverbeterlijke 'liberal' en interviewer

Zijn hele leven luisterde Studs Terkel naar de verhalen van ‘gewone’ Amerikanen die hij net als beroemdheden behandelde.

„Well wadda ya tink of that guy Obama?” Met die woorden ontving Studs Terkel vier jaar geleden een Europese gast die op dat moment nog nooit van Obama had gehoord. De huidige presidentskandidaat had toen net een speech gegeven voor de Democratische Nationale Conventie en Terkel was dolenthousiast: eindelijk weer iemand die hem hoop gaf. Verder zag hij de toekomst somber in. „Als George Bush herkozen wordt, geef ik het op en schrijf ik niet meer over politiek.”

Bush werd herkozen, en Studs Terkel hield woord. Zijn volgende boek was They all sang, een verzameling interviews met muzikanten, en daarna werkte hij alleen nog verder aan zijn memoires.

Afgelopen vrijdag overleed Studs Terkel, 96 jaar oud, in zijn huis in Chicago. Hij maakte faam als talkshowhost voor het radiostation WMFT in zijn woonplaats, een interviewprogramma dat door veel andere stations werd overgenomen en dat 45 jaar een instituut zou blijven. Hij interviewde grootheden op het gebied van kunst en politiek en was een belangrijke factor in het promoten van zwarte artiesten als Mahalia Jackson en Big Bill Broonzy.

Maar vooral verwierf Terkel faam als oral historian. Zijn oeuvre omvat een groot aantal titels waarin hij zich een meester-interviewer toonde die geen onderscheid maakte tussen ‘gewone’ Amerikanen en beroemdheden. Zijn eerste boek in deze traditie was Division Street, America (1966) waarin hij opinies over de conflicten van de jaren zestig vastlegde. Zijn methode (onhandig met de taperecorder omgaan, een beetje zeuren over zichzelf, daarmee de geïnterviewde ontwapenen) bleek een gouden formule. Er volgden boeken die op dezelfde manier tot stand kwamen. Over de Depressie, over de Tweede Wereldoorlog en over het rassenconflict. Ook verloochende hij nooit zijn voorliefde voor de artiesten in die jaren, toen hij zelf ook door de McCarthy-brigade in de gaten werd gehouden.

Studs Terkel werd als Louis Terkel geboren op 16 mei 1912 in The Bronx, New York, als telg uit een Pools geslacht. Toen hij elf was verhuisde de familie naar Chicago, waar hij zijn voornaam veranderde in Studs, naar een karakter van James T. Farrell.

Studs Terkel was een onverbeterlijke liberal die door de decennia heen zijn opinies wist te kleuren met een aangenaam gevoel voor humor. In Chicago was hij een kleurrijke en overal op straat herkenbare figuur tot in zijn laatste jaren, altijd present met rode shawl, uitgedoofde sigarenpeuk en verfrommeld hoedje.

Terkel verdiende met zijn werk de Pulitzer Prize voor non-fictie en in zijn nadagen ook nog de National Book Foundation Medal. Het waren erkenningen die hij apprecieerde, hoe rebels hij ook was. Het laatste deel van zijn memoires verschijnt volgende week.

Terkel had tot op het laatst al zijn hoop op stadgenoot Obama gericht. Dat hij de apotheose van deze historische verkiezing met vier dagen gemist heeft mag bitter lijken. Maar hij heeft in elk geval de positieve opleving meegemaakt die er naar toe leidde.

Interview met beelden van Terkel op nrcboeken.nl