Olé voor nieuwe flamenco-zeden

Flamenco Flamenco Biënnale. Miguel Poveda en Ultra High Flamenco. Gehoord : 2/11 Muziekgebouw en BIMhuis, Amsterdam. ***

Zeven mannen aan tafel, ieder een glas water voor zich. Is dat flamenco anno 2008? Wat gisteren in het Muziekgebouw te zien was als slot van de eerste Flamenco Biënnale, beantwoordde niet aan de flamencoclichés. Wilde furies in kleurige jurken en andere verleidingen ontbraken – van rode rioja tot rookwaar. De flamenco is stijgend cultuurgoed, net als jazz, blues en fado, en daar horen nieuwe zeden bij. Op tijd arriveren en vertrekken en niet spuwen op de dure vloer.

Misschien tot genoegen van zanger Miguel Poveda (1973), die ook niet past in de oude cliché´s. Zijn stem is aan de lichte kant en daardoor volgens sommigen niet doorleefd genoeg voor de ‘cante jondo’ (diepe zang). Dat laatste viel best mee. Bovendien compenseerde Poveda zijn gebrek aan ruigheid met lange frasen vol grillige arabesken, waarvoor de zaal best olé wilde roepen.

Dat Poveda, begeleid door zijn vaste gitarist ‘Chicuelo’, niet de held van de avond werd, was te wijten/danken aan Joaquin Grilo. Beperkte die zich aanvankelijk tot ondersteunend klap- en tikwerk, na een uur trok hij gretig de show naar zich toe. Met wuivende armen, kronkelende handen en een elastisch bekken ondersteunde hij zijn sterkste onderdeel: percussie met zijn voeten. Vooral zijn snelle roffels werkten zo sterk dat hij niet meer wenste te verdwijnen; in twee lange solo’s stond Grilo op de voorgrond met complexe ritmische patronen, erotische bewegingen en zelfs een wufte sluierdans.

In de finale maakte het kwartet Ultra High Flamenco (UHF) in het BIMhuis duidelijk dat je met flamenco ook kamermuziek kunt maken. De uit Parijs afkomstige Alexis Lefrève tokkelt op zijn viool overtuigende flamenco-figuren, José Quevedo speelt genuanceerd gitaar en Pablo Martin speelt loepzuiver, plukkend zowel als strijkend. Soms denk je even aan de hoogtijdagen van de Franse Hot Club de France, dan is het weer van deze tijd, dankzij de percussie van Paquito Gonzáles met instrumenten uit de hele wereld.

Met groepen als deze kan de flamenco nog heel lang voort, ‘sin fronteras’ van welke aard ook.