Obama, Aboutaleb en de stem van het volk

Wat prachtig dat alle opiniepeilingen, voorspellingen en kansberekeningen uiteindelijk niets waard zijn. Niet pollsters, pundits en bookmakers beslissen, maar de kiezers, morgen. Naar schatting 135 miljoen Amerikanen zullen in de rij gaan staan, oordelen, hun stem uitbrengen – en met de rest van de wereld wachten op het resultaat. De stem van het volk aan het werk.

Elke verkiezing draait om continuïteit versus verandering. Met beide kun je winnen. De zittende Duitse bondskanselier Adenauer, toen 81 jaar, haalde zijn grootste overwinning met de slogan: Keine Experimente. In Nederland won het regerende CDA eens met ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’.

Verandering is spannender, ongewisser. Mensen zijn gewoontedieren, dus die boodschap is doorgaans lastiger te verkopen. Toch waren dit in Amerika vanaf het begin de verkiezingen van change. Niet alleen omdat Bush jr. niet herkiesbaar was. In normale omstandigheden staat er dan een vicepresident te trappelen om de winkel over te nemen, zoals Bush sr. deed na Reagan en Al Gore wilde na Clinton. Maar ik geloof niet dat de huidige tweede man, Dick Cheney, een kandidatuur heeft overwogen. En anders zal het hem snel uit het hoofd zijn gepraat.

Nee, het zijn verkiezingen van change omdat de kiezers die wilden. Met twee niet te winnen oorlogen en een nakende economische recessie is alles beter dan meer van hetzelfde. Het waren de kiezers die in de voorrondes massaal opkwamen en in beide grote partijen het establishment uitschakelden.

Van de Republikeinse kandidaten stond de eigenzinnige McCain ideologisch ver van Bush. Hij had de sterkste aantrekkingskracht op de zwevende kiezers in het midden. Tegen heug en meug legde de partij zich bij zijn kandidatuur neer. Omgekeerd was McCains grootste fout dat hij zich deze zomer door de conservatieve vleugel Palin als vicepresidentskandidaat liet opdringen. Zo verspeelde hij zijn ene troef. (De andere heeft hij nog over: vechtlust.)

Van de Democratische kandidaten belichaamde Obama als geen ander de change: huidskleur, leeftijd, onervarenheid. Man en boodschap vielen samen. Vanaf het begin heeft hij het erin gehamerd, met een stijlvol beroep op het Amerikaanse vermogen tot vernieuwing. Daarentegen raakte favoriet Hillary Clinton, die het partijapparaat van haar echtgenoot overnam, verstrikt in haar dubbele boodschap van oud en nieuw, van ervaring en verandering. Ze kende de Washingtonse keuken, maar zou alles verbeteren (‘Ready for change’). Dat was te subtiel. De basis wilde échte verandering.

Dat de kiezers die kans morgen kunnen grijpen, toont – als het na 220 jaar nog nodig was – de kracht van de Amerikaanse democratie. Elke vier jaar, zonder haperen, slaat de klok van de presidentsverkiezingen. Elke vier jaar, zonder aarzelen, geeft de politiek de macht terug aan het volk. Vertrouwen in het kiezersvolk en het vermogen tot vernieuwing gaan in Amerika hand in hand. Zeker, de mensen worden door Washington teleurgesteld en bedonderd, maar als het te gortig wordt slaan ze per stembus terug. De verkiezingsmechaniek staat aan hun kant.

De Nederlandse democratie heeft dit volwassen stadium helaas nog niet bereikt. Als wij naar de stembus gaan, vraagt de koningin de volgende dag aan Herman Wijffels wat de uitslag eigenlijk is.

Elk democratisch stelsel heeft zulke schokdempers nodig. Alleen zijn het er bij ons zóveel dat schokken nauwelijks doorklinken. Dit verraadt angst voor breuken én wantrouwen jegens de kiezers. De scheppende functie van verkiezingen wordt miskend.

Het voordeel is stabiliteit en consensus. Het nadeel is dat als de Nederlandse kiezers change willen, ze erg hard moeten schreeuwen om zeker te weten dat Den Haag luistert. Dit lukte hen in 1994 (CDA in de oppositie) en 2002 (Paars bijna gehalveerd). Van die laatste uitslag schrok de politieke elite zo dat men zich toch eens over de vertegenwoordigingsmechaniek ging buigen.

Zoals bekend is deze Haagse poging de eigen volksschuwheid te overwinnen – ook ‘bestuurlijke vernieuwing’ genoemd – op niets uitgelopen. Beslissend was het afstemmen van een door de bevolking gekozen burgemeester, in maart 2005. Dit elementaire democratische recht werd tegengehouden door de PvdA-fractie in de Eerste Kamer, onder leiding van een benoemde oud-burgemeester van Amsterdam. Toen de bevolking twee maanden later toch een klap uitdeelde, via het Europese referendum, was de lol op het Binnenhof eraf. Geen staatkundige experimenten, zongen de notabelen weer in koor.

Het is daarom nogal ironisch dat de nieuwbenoemde Rotterdamse burgemeester Aboutaleb her en der wordt gevierd als ‘Obama aan de Maas’. Niet dat hij het kan helpen, maar de man is na twee in het diepste geheim op de Veluwe gehouden gesprekken voorgedragen door een achtkoppige commissie die de gemeenteraad voor het blok zette, waarna de ministerraad afgelopen vrijdag zijn zegen gaf. Dat is toch wat anders dan als kandidaat voor een publiek ambt achttien (McCain) tot twintig (Obama) maanden lang een miljoenenkoppige natie proberen te overtuigen.

Het etnische emancipatie-effect zal navenant minder zijn. Veelzeggend is dat ontevreden inwoners van Rotterdam de schuld gaven aan de ‘PvdA-kliek in het stadhuis’. Zij zijn niet als burgers overstemd, maar voelen zich door de politiek belazerd. Zo krijgt deze het eigen wantrouwen jegens de vox populi als een boemerang terug. Als daarentegen morgen Obama wordt gekozen, dan hebben de kiezers dat gewild én zelf gedaan.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/middelaar