Noord-Holland dreigt claim tegen Landsbanki te verliezen

Een claim van ruim 100 miljoen euro op de IJslandse bank Landsbanki dreigt te verlopen als minister Bos (Financiën, PvdA) vasthoudt aan zijn verbod voor provincies en gemeenten om tegen die bank te procederen. De provincie Noord-Holland heeft half oktober beslag laten leggen op rekeningen, tegoeden en eigendommen van de Landsbanki, maar zal niet tot executie overgaan zolang het kabinet met een veto dreigt. Op welk moment de claim verloopt, wil de provincie Noord-Holland niet bekendmaken.

In totaal eisen 23 gemeenten en provincies een bedrag van 225 miljoen euro terug van de IJslandse bank. Noord-Holland wilde vorige week daadwerkelijk overgaan tot het incasseren van de bezittingen die direct invorderbaar zijn, maar kreeg vrijdag van het kabinet te horen dat besluitvorming daarover voor vernietiging bij de Kroon zou worden voorgedragen. In de praktijk kan de provincie dan niet tot executie overgaan, terwijl de tijd dringt, aldus een woordvoerder. „Als Landsbanki failliet gaat, beslist de curator over de claims en moet je maar afwachten wat je terugkrijgt.”

Volgens Bos doorkruisen de betrokken gemeenten en provincies zijn onderhandelingen met IJsland over de claims van zo’n 120.000 gedupeerde particuliere spaarders bij Landsbanki. Dit weekeinde hebben ambtenaren van het ministerie van Financiën zonder succes overleg gehad met Noord-Holland. „Deze actie is een gevaar voor de gewone spaarders”, aldus een woordvoerder van het ministerie. Het kabinet is vooral bang dat gemeenten of provincies als eerste hun geld terugkrijgen. „Dat zou ten koste gaan van de particuliere spaarders.”

Volgens Noord-Holland frustreert het Rijk de normale rechtsgang en de daarbij horende verhaalsacties. De betrokken gemeenten en provincies staken hun juridische acties als Bos daarvoor compensatie biedt. Bos onderhandelt met het IMF over een claim van 1,3 miljard euro voor de spaarders. Dat bedrag zou moeten worden verhoogd met de helft van de vorderingen van de provincies en gemeenten. Het Rijk moet dan een kwart van het resterende bedrag voor zijn rekening nemen.

De ministeries van Financiën en Binnenlandse Zaken overleggen woensdag met de provincies en gemeenten.