Nkunda toont wie de baas is

De rust in Oost-Congo is weer teruggekeerd, nadat de rebellen een staakt-het-vuren hadden afgekondigd.

Hiermee laat rebellenleider Nkunda zien wie de baas is.

Het landschap is zo groen als groen maar zijn kan, de bosschages en akkers met bonen golven eindeloos over de heuvels. Deze zondagmorgen wordt het groen doorsneden door een stroom van duizenden bontgekleurde vluchtelingen. Als ze lopen, praten ze niet. Als ze even rusten, wisselen ze snel ervaringen uit en staan dan weer op. Ze zijn, na een week, op weg terug naar huis.

„Vorige week zondag werden we gewekt door harde knallen van bommen en geweren. We maakten dat we wegkwamen en vluchtten ons dorp uit, Rugari, hoog in de bergen bij Rutshuru”, vertelt Jean Bosco. De 18-jarige scholier draagt op zijn hoofd een bundel huisraad, ingesnoerd in een geruit laken. Op zijn rug zijn zusje, gewikkeld in een bruine doek. Tussen de stappen door vertelt Jean wat hij heeft doorgemaakt. „De hele dag zijn we doorgelopen, tot we niets meer hoorden, tot we dachten dat we veilig waren. Zo kwamen we aan bij Goma, net bij de luchthaven.”

Bij de hoofdstad van de Oost-Congolese provincie Noord-Kivu bracht Jean Bosco de week door, samen met naar schatting 25.000 andere ontheemden. Ze waren gevlucht voor de rebellen van Laurent Nkunda, de Tutsi-krijgsheer die de militairen van het Congolese leger en van de VN-vredesmissie Monuc overrompelde en nu Goma ingesloten heeft.

In Goma hoopten de ontheemden hulp aan te treffen. Maar de buitenlandse hulpverleners waren zelf al vertrokken, de Rwandese grens over naar Gisenyi, waar ze de nacht doorbrachten in luxe hotels. Overdag scheen in Goma de zon fel boven de hoofden van de ontheemden, ’s nachts stortte uit de hemel de regen op hen neer. Geen zeil, geen beschutting, geen water en geen voedsel.

Dit weekeinde keerde de rust in Noord-Kivu terug, nadat Nkunda een staakt-het-vuren had afgekondigd. Daarop besloten Jean Bosco en bijna alle overige 25.000 ontheemden om terug naar huis te keren. „Daar zitten de aardappelen en de wortels in de grond. Daar hebben we eten en is er rust en vrede”, meent Jean.

Hij passeert wat de frontlinie moet zijn geweest. Hier vochten woensdag de soldaten van de Congolese president Kabila met de rebellen van Nkunda. Midden op de weg ligt het levenloze lichaam van een militair, omzwermd door vliegen, de ogen uitgepikt. Jean Bosco slaat er geen acht op. Hij stapt langs de mannen van Nkunda, herkenbaar aan rubberen laarzen en Rwandees ogende militaire kledij. Congo beschuldigt de door Tutsi’s geleide regering van Rwanda ervan dat zij Nkunda steunt. Jean is nu in de zone van de rebellen, maar niemand legt hem een strobreed in de weg: hij mag naar huis.

Nkunda, de rebellenleider die met zijn leger zegt op te komen voor de belangen van de Tutsi-minderheid in Oost-Congo, speelde het spel slim afgelopen dagen. Hij kan Goma eenvoudig in de tang houden: zowel ten noorden als ten westen van de stad zitten zijn mannen – naar het zuiden ligt het Meer van Kivu en in het oosten ligt Rwanda, waar Nkunda zich verzekerd weet van politieke en militaire steun. Door een corridor te creëren voor de ontheemden om naar huis terug te keren, laat de krijgsheer zien wie hier de baas is.

Terwijl Goma in gijzeling werd genomen, arriveerde de diplomatie uit Europa: de Franse minister van Buitenlandse Zaken Kouchner, zijn Britse collega Miliband en eurocommissaris Michel deden dit weekeinde Congo aan, met als doel het voorkomen van escalatie van het conflict en terugkeer naar het broze vredesproces. Resultaat: de Congolese president Kabila en zijn Rwandese collega Paul Kagame gaan binnen enkele dagen onder VN-vlag in Nairobi rond de tafel zitten, iets dat tot voor enkele dagen een onmogelijkheid scheen.

Congo verlangt van Rwanda dat de veronderstelde steun aan Nkunda staakt. Rwanda zou via Nkunda willen profiteren van de bodemschatten in Oost-Congo. Rwanda, dat altijd volhoudt dat het Nkunda helemaal niet steunt, verwijt op haar beurt Congo dat het niet optreedt tegen Hutu-militanten die na de genocide tegen Tutsi’s in Rwanda in 1994 naar Oost-Congo vluchtten.

De onderhandelingspositie van Kabila is zwak. Hij heeft een belofte uit november 2007, om de Hutu-moordenaars van de genocide uit 1994 op te pakken, niet kunnen inlossen. Bovendien dreigt hij voor het oog van de wereld te schande worden gemaakt als Nkunda alsnog Goma inneemt. Weliswaar zit daar de VN vredesmacht Monuc, maar waarnemers verwachten niet dat deze de rebellen van Nkunda kan stuiten. De blauwhelmen mogen alleen burgers beschermen en juist dit hebben ze nagelaten.

In de stad Rutshuru, richting het noordoosten van Congo, vierden de mensen zaterdag feest. Er was fanfare en bananenbier. Omdat Nkunda hen heeft bevrijd en hen vrede heeft beloofd. „Kabila heeft ons in het verleden vrede beloofd. Hij heeft die belofte nooit gehouden. Nkunda wel”.

Zie ook pagina 24 en 25