Niet te veel druk op de banken, graag

Nicolas Sarkozy spoort de banken aan om meer kredieten te verstrekken. Vorige week wist de Franse president de grootste banken van het land de belofte te ontlokken dat de kredietgroei volgend jaar zo’n 3 à 4 procent zal bedragen. Deze week is hij nog een stap verder gegaan en heeft hij gezegd dat overheidsfunctionarissen het gedrag van banken op elk denkbaar terrein in de gaten zullen houden. Degenen die zich te strikt opstellen of te traag zijn, zullen aan de schandpaal worden genageld.

Sarkozy mag zich dan het duidelijkst uitlaten, veel regeringen begeven zich in dezelfde richting. De autoriteiten in Italië, Engeland en de VS hebben de banken aangespoord niet te streng te zijn voor hun in problemen verkerende klanten – of dat nu kleine bedrijven zijn die werkkapitaal nodig hebben, of huiseigenaren die hopen op enige soepelheid met betrekking tot hun hypotheek. Tenzij de kredietmarkt substantieel ruimer wordt, zal de lijst van debiteuren die het waard zijn om te beschermen alleen maar in omvang toenemen.

Het principe om de kredietkraan open te houden is in wezen goed. Als ze op eigen kompas zouden moeten varen, zou iedere bank op de combinatie van financieringskrapte en een lager bruto binnenlands product reageren met terughoudendheid ten aanzien van riskante kredieten. Maar als iedere instelling dat pad zou volgen, zouden beide problemen alleen maar groter worden. Minder kredieten leiden tot minder deposito’s, en geweigerde kredieten leiden tot meer faillissementen.

Maar er zijn twee risico’s aan deze overheidscampagnes verbonden. Het populistische gevaar is dat de kredietdroogte zal worden verholpen door een nieuwe liquiditeitsgolf. De in percentages uitgedrukte eis van Sarkozy – die volgt op een eis van de Britse premier dat de hypotheekverstrekking op het niveau van 2007 blijft – is onverantwoordelijk.

Het andere gevaar is het geloof dat overheden de kredietverlening tot in de details moeten ‘managen’. Zulke inspanningen zullen vrijwel onvermijdelijk leiden tot slechte kredietverleningsbeslissingen en politieke willekeur, zo niet tot regelrechte corruptie. Het recente experiment met financiële deregulering is niet bepaald een groot succes geweest, maar er is geen enkele reden om dat te vervangen door een of andere vorm van centrale planning.

Regeringen moeten banken aanmoedigen stabiel en behoedzaam te zijn. Dat evenwicht is niet makkelijk te bereiken, maar bankiers – en niet de overheid – zijn daar in eerste instantie voor verantwoordelijk.