Niemand studeert nog Fins

Bijna niemand wil meer gewoon Frans, Duits of Fins studeren. Daarom worden de studies verbreed.

Maar talenstudenten zelf willen liever de diepte in.

Aan de Rijksuniversiteit Groningen zijn dit jaar 14 studenten Duits begonnen, en 54 studenten Engels. Bedroevend, vinden degenen die hebben meegemaakt dat het er vier- tot vijfmaal zoveel waren, zegt Frans Zwarts, rector magnificus. „Engels was een grote studie.”

Op het eerste gezicht is het Nederlandse talenonderwijs springlevend. Na een flinke dip begin jaren negentig is het aantal studenten letteren gestaag gestegen in de afgelopen tien jaar. Het aantal vooraanmeldingen voor letterenstudies in Groningen is gestegen van 550 naar 750. Letteren is er na bedrijfskunde en economie (5.000 studenten) de grootste faculteit, met 4.400 studenten in 2007. Maar die stijging komt vooral voor rekening van ‘moderne’, brede opleidingen. Zo is in Groningen de studie ‘internationale organisatie en internationale betrekkingen’ erg populair, met 208 eerstejaars. Elders zijn mediastudies, communicatiewetenschap en Europese studies de trekkers.

De ‘echte’ talenstudies trekken daarentegen steeds minder studenten. Frans, Engels, Duits en Nederlands en Fins hebben het ’t zwaarst. De letterenfaculteiten zijn dus fors aan het bezuinigen en reorganiseren. Zwarts: „Masters zullen specialistischer worden en bachelors zullen vaker met elkaar worden gecombineerd.”

De kosten zitten vooral in de wildgroei van studierichtingen op de letterenfaculteit, stelt Zwarts. „Soms wel 26 verschillende bachelors, dat is heel veel. Veel van die studieprogramma’s zijn klein. Hoe kunnen ze dat financieren? Dan kom je als universiteit tot allerlei oplossingen. Soms door een bredere bachelor te maken met veel talen.” Nu wil Groningen terug naar een „behapbaar” aantal brede bachelorsstudies, zegt hij. „Maar dan kun je minder de diepte in. Dat is de prijs die je betaalt.”

Dat merkt tweedejaarsstudent in Groningen Jorris van Bergen. Hij koos Romaanse taal en cultuur omdat hij leraar Frans wil worden. Van Bergen is van de eerste lichting van het nieuwe systeem met ‘bredere oriëntering’ en ‘flexibele’ bachelor. Vroeger zou zijn studie Frans, Spaans en Italiaans heten, maar dat is verbreed om meer studenten te trekken. Aantal eerstejaars: 49.

Van Bergen, die lid is van de opleidingscommissie, beklaagt zich: „Studenten uit eerdere jaren hadden een uitgebreider pakket, vooral wat betreft literatuur.” Hij mist in de Franse literatuur bijvoorbeeld behandeling van de Roman de la Rose. „Dat is een heel belangrijke roman uit de Middeleeuwen, die iedere Fransman heeft gelezen. Die is van de lijst verdwenen.”

De ouderwetse verdieping in één taal, is nu eenmaal te kostbaar, zegt rector Zwarts. „We zouden kunnen zeggen: ik doe niet mee aan die nieuwlichterij van verbreding. Maar dat kan alleen als je een unicum in huis hebt.”

Dat geldt voor de Universiteit Leiden, waar bijzondere en vooral bijzonder kleine talen worden gedoceerd. Kleine Europese talen, spijkerschrift, dode talen, Arabische talen, Chinese talen, Afrikaanse talen. „Daar hebben wij nadrukkelijk aan vastgehouden”, zegt decaan Wim van den Doel van de Leidse faculteit geesteswetenschappen, waaronder de letteren vallen. Het vasthouden aan unica biedt Leiden evenwel te weinig overlevingsmogelijkheden. „De minister heeft ons 1,4 miljoen euro afgenomen, door geld uit de basisfinanciering van universiteiten over te hevelen naar individuele onderzoekers.”

De Universiteit Leiden wil een brede opleiding cultuurwetenschap ontwikkelen, die per 2010 zou beginnen. Dat is een studie voor studenten die niet kunnen kiezen, zegt Van den Doel. „Studenten kiezen steeds later in de opleiding. Een studie als cultuurwetenschap past daarbij.”

Met een breder aanbod hoopt Leiden studenten te verleiden later tóch eventueel te kiezen voor een specialisme als een oude of een ongewone taal. „Een student weet op dag één zelden dat hij egyptoloog wil worden. Je moet meer mogelijkheden bieden in de hoop dat ze toch kiezen.”

Betaalt Leiden met de verbreding van het studieaanbod een „diepgangsprijs”, waarover Zwarts sprak? Van den Doel vindt van niet. „Je moet meer maatwerk leveren, dat wel. De traditionele opleiding Duits blijft bestaan. Maar we maken het voor anderen makkelijk om in te stromen.”

Een breder aanbod werkt, zegt Van den Doel. „Dat zie je bij een studie als talen en culturen van Latijns-Amerika. We halen taaldocenten uit Argentinië. Die zijn goedkoper dan Nederlandse taaldocenten. Datzelfde doen we ook bij talenstudies als Japans en Chinees. Anders is het niet te betalen. De realiteit is dat er minder geld beschikbaar is per student. Dat is in twintig jaar gehalveerd.”

Erik Schoonhoven van reddetalen.nl maakt zich boos over de trend om talenstudies te verbreden. Ook anderen zijn kritisch. Minister Plasterk (Onderwijs) heeft de Commissie Nationaal Plan Geesteswetenschappen aan het werk gezet, onder voorzitterschap van Job Cohen. De talenstudies vestigen hun hoop op hem. Daarnaast is er het Sectorplan Letteren, waarvoor onder voorzitterschap van Frans Zwarts is gekeken of de „versplintering” van de letterenfaculteiten kan worden tegengegaan. Dat document is in de zomer gestuurd naar het ministerie van Onderwijs. De stuurgroep wacht nog op antwoord.