Jammer van je litteken, Anna

De overheid wil dat we zelf op zoek gaan naar de beste ziekenhuizen en specialisten.

Dat is gevaarlijk. Artsen moeten beslissen wie welke behandeling nodig heeft.

Afgelopen dinsdag legde minister Klink van Volksgezondheid (CDA) het ons nog een keer uit in Trouw: patiënten moeten er niet meer van uitgaan dat de zorg overal goed geregeld is. Het ene ziekenhuis is het andere niet en de ene specialist is ook de andere niet. Het loont om dat uit te zoeken. We moeten ons veel grondiger verdiepen in de prestatie-indicatoren en de rangordes op kiesbeter.nl en independer.nl en in de scorelijstjes van de inspectie.

Meent de overheid dit echt? En wat zijn de consequenties voor de gezondheidszorg als wij – patiënten – massaal gaan doen wat de overheid vraagt? Nemen we het voorbeeld van drie vrouwen die allemaal lijden aan borstkanker.

Anna is een hogeropgeleide docente in het middelbaar onderwijs. Zij heeft vertrouwen in de zorg. Zij komt terecht in het dichtstbijzijnde ziekenhuis. De dienstdoende chirurg verklaart dat hij haar zal opereren en dat het waarschijnlijk allemaal goed zal gaan. Anna veronderstelt dat zij een gemiddelde borstkankerpatiënte is, dat een gemiddeld goede chirurg haar kan helpen en dat – als het niet zo was – die chirurg haar wel zou hebben verwezen naar zijn briljante collega in het verder weg gelegen academische ziekenhuis.

Anna stelt zich op zoals de meeste Nederlandse patiënten. Zij doet dat niet uit gemakzucht, haar houding geeft blijk van een ingebouwde solidariteit met andere patiënten. De briljante chirurg moet zich bezighouden met de ingewikkeldste gevallen, niet met gemiddelde patiënten.

Bernadette is advocate. Zij doet wat minister Klink aanraadt. Zij leest zich in, belt, zoekt op internet en bekijkt alle mogelijke scorelijstjes. Uiteindelijk meldt zij zich in een andere provincie bij de beste chirurg die ze heeft kunnen vinden. De chirurg in kwestie complimenteert haar met haar keuze; Bernadette wordt heel goed en heel netjes geopereerd en houdt een klein, niet opvallend litteken over.

Connie is een lageropgeleide schoonmaakster. Zij gedraagt zich net als Anna en wordt ook behandeld door een huis-tuin-en-keukendokter in het plaatselijke ziekenhuis.

Volgens minister Klink zijn Anna en Connie dom bezig. Beide vrouwen zouden een voorbeeld moeten nemen aan Bernadette. Als minister Klink blijft uitdragen dat de Anna’s van deze wereld gekke Henkies zijn, als de Anna’s zien dat Bernadette en patiënten zoals zij veel beter worden behandeld, dan zullen die Anna’s op enig moment eieren voor hun geld kiezen. Zij zullen beseffen dat hun solidariteit met patiënten die er ernstiger aan toe zijn tegen hen werkt. Vertrouwen hebben in de zorg is naïef. Solidair zijn met andere patiënten is blijkbaar een achterhaalde waarde. Steeds meer Anna’s zullen ook gaan internetten en willen ook de allerbeste dokter, ongeacht wat zij mankeren.

Voor Connie en patiënten zoals Connie is deze mentaliteitsomslag niet haalbaar. Connie is niet slim genoeg om de beste chirurg te kunnen vinden.

Ik ben, net als Anna en Connie, opgevoed met het idee dat zorg moet worden verdeeld naar medische behoefte. Degene die er het ergst aan toe is, moet het eerst worden geholpen. Degene die de ingewikkeldste aandoening heeft, moet naar de beste chirurg. Maar dat is niet langer de visie van de Nederlandse overheid. Minister Klink meent blijkbaar dat medische zorg moet worden verdeeld naar rato van inzet: wie het best zoekt op internet heeft recht op de beste medische zorg. Of de minister denkt dat medische zorg moet worden verdeeld op basis van ‘gebleken voorkeuren’: Bernadette hecht kennelijk aan een goede operatie en een mooi litteken. Anna en Connie vinden dat waarschijnlijk minder belangrijk, anders hadden zij wel harder gezocht.

Graag zou ik eens uitgelegd willen krijgen hoe jonge chirurgen ooit nog moeten leren opereren als alle patiënten worden aangemoedigd om de beste, meest ervaren dokter te zoeken voor hun kwaal. Vertrouwt de overheid er op dat er altijd wel domme Connies over zullen blijven en vindt men die patiënten bij uitstek geschikt om op te oefenen?

Margo Trappenburg is politiek wetenschapper en universitair hoofddocent bij de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschappen.