ik@nrc.nl

Een vriend van mij heeft Turkse ouders en is moslim. We zitten samen in de klas. Als onze geschiedenisdocente het over de islam heeft, moet ik denken aan de islamitische man die een keer werd geïnterviewd door mijn zus voor school. Mijn zus vroeg hem of hij sunniet of shi’iet was. Niet begrijpend keek die man mijn zus aan en zei: „Geen idee, ik ben gewoon moslim.”

Dit vond ik grappig, want blijkbaar leren wij op school dus dingen over de islam waar moslims zelf geen weet van hebben.

Onze geschiedenisdocente legt een aantal termen uit. „Oemma”, zegt ze, „is een heel belangrijk woord voor de islamieten.” Vragend kijk ik mijn vriend aan. Dan zegt hij: „Nooit van gehoord.”