Het Westen gaat niet ten onder

De Singaporees Mahbubani levert zinnige kritiek op het Westen, maar hij onderschat ons vermogen ons te vernieuwen, schrijft Frans Timmermans.

Wat ik dezer dagen veel hoor, is dat 2008 zal worden gezien als het jaar waarin het financiële en economische zwaartepunt onherroepelijk van het Westen naar het Oosten begon te verschuiven. Als de Singaporese intellectueel Kishore Mahbubani over de opkomst van Azië spreekt, beklaagt hij zich ook over de mate waarin de westerse geest zich voor deze nieuwe werkelijkheid heeft afgesloten.

Hij heeft natuurlijk gelijk over de nieuwe complexiteit van een wereld waarin meer dan drie miljard mensen in het Oosten nu ook hun eerlijke aandeel in de mondiale welvaart opeisen. En hij heeft gelijk dat de bredere gevolgen hiervan maar langzaam tot het Westen doordringen. Maar Mahbubani onderschat het inherente vermogen van de westerse, democratische maatschappijen om zichzelf te vernieuwen en aan te passen, en sterker te voorschijn te komen uit periodes die bepaald worden door fundamentele uitdagingen.

Ik ben ervan overtuigd dat 2008 in de herinnering zal voortleven als het jaar waarin de Europeanen en Amerikanen hun ideologische zelfgenoegzaamheid afwierpen, deze nieuwe werkelijkheid onder ogen zagen en een begin maakten met dat bij uitstek westerse proces van democratische controle dat leidt tot de aanpassing en hernieuwing van hun maatschappijen en politiek volgens de eisen van een nieuwe tijd. Dat proces is zelfs al aan de gang en het voltrekt zich met een snelheid die onze Aziatische en andere vrienden misschien wel zal verbazen.

Of we nu praten over de ineenstorting van de financiële markten, de enorme bedreiging van de klimaatverandering of de sluipende onzekerheid in onze maatschappijen over de krachten van de mondialisering, het gemeenschappelijke vraagstuk betreft ons vermogen om onze onmiddellijke omgeving te ordenen en vorm te geven. Om dit vermogen te herwinnen, moeten we af van de misvatting dat we onderworpen zijn aan krachten die we niet beheersen. En dat we daarom allemaal een soort onuitgesproken recht hebben om onze tijd op deze aarde te verdoen op zoek naar egocentrische bevrediging. Dit is wat ik in onze maatschappij bespeur. Een soort minzaam fatalisme dat aan gevaarlijk nihilisme grenst.

Maar ik deel niet het pessimisme van Mahbubani dat het Westen zijn draaiboek kwijt is. Dat wij voorbestemd zijn om ten onder te gaan. Als er één element is dat het westerse model onderscheidt van alle andere, inclusief het Aziatische, is het onze ingebouwde reflex om onze daden aan controle te onderwerpen. Evaluatie en de strenge zelfkritiek zijn onderdeel van ons DNA.

De EU omvat een interne markt van bijna 500 miljoen mensen. We praten over de grootste en rijkste economische zone op aarde. Kijk nu eens buiten de grenzen van de Unie. Wat ziet u? In het oosten Oekraïne, een opkomende economie met meer dan 50 miljoen mensen. Rusland, een enorm land met enorme hulpbronnen en 140 miljoen mensen. In het zuidoosten Turkije, ook een snel opkomende economie van meer dan 70 miljoen mensen. En honderden miljoenen jonge mensen in het Midden-Oosten, van wie het overgrote merendeel hunkert naar een beter leven en een grotere welvaart. In het zuiden Noord-Afrika. Ook daar tientallen miljoenen jonge mensen die hopen op een beter en productiever leven.

Kortom, Europa kent een enorme strategische diepte. Europa vormt de kern van een reusachtig economisch brandpunt, met ’s werelds kortste en meest toegankelijke aanvoerlijnen en grote voordelen op het gebied van infrastructuur en transportvoorzieningen. Onze taak is dit enorme potentieel te ontwikkelen en welvaart, orde en stabiliteit in deze contreien te brengen. Dit vergt dat we onze buren niet meer bekijken door dat korte einde van de telescoop waardoor alleen de kwestie van het EU-lidmaatschap te zien is. De EU zal zijn verplichtingen nakomen, maar diegenen die voor een kandidatenstatus bij ons aankloppen, moeten we voorhouden dat er meer wederzijds voordelige partnerschappen zijn dan een huwelijk dat niemand eigenlijk wil – of dat sommigen om volstrekt verkeerde redenen willen.

Europa heeft nog andere voordelen die ons zullen helpen de toekomst vorm te geven. Het hart van dit reusachtige regionale economische brandpunt is de eurozone. Die omvat meer dan een monetaire unie en een munt, die het soort diepte en stabiliteit hebben verschaft om ons door de uiterst woelige afgelopen maanden heen te helpen. De 27 EU-lidstaten kwamen in recordtijd bijeen en bezworen niet alleen deze crisis, maar wezen ook anderen de weg. De instellingen van onze Unie toonden zich vindingrijk en gaven blijk van een opmerkelijk leiderschap.

Nu is het tijd voor de volgende stap. Ik zie maar één uitweg, en dat is de omvorming van het Europese economische model tot het meest intelligente, dynamische en groene economische brandpunt ter wereld. En het soort technieken en vernieuwingen te ontwikkelen dat anderen willen en waarvoor ze bereid zijn goed geld te betalen.

Wij moeten het goede voorbeeld geven, maar niet door anderen domweg te vertellen wat volgens ons goed voor hen is. We moeten met bewijzen komen. Als we het succes aanschouwelijk maken, zullen anderen ons volgen.

Frans Timmermans is staatssecretaris voor Europese Zaken (PvdA).

Dit is een bewerkte versie van een lezing die hij vandaag aan de UvA uitspreekt. Lees de volledige speech op nrc.nl/opinie