De Uggs van Sven

Hij kwam geruisloos aangelopen vanuit zijn hotel in Inzell. De grote voeten maakten meters zonder dat ik ook maar één stap hoorde. De schaatskampioen Sven Kramer keek met kleine oogjes naar de onbewolkte lucht. Ik gluurde naar beneden. Uggs. Sven droeg Uggs.

Uggs zijn gevoerde suède laarzen die je doorgaans alleen aan benen ziet van geblondeerde vrouwen met een jaarabonnement op de zonnebank. Maar daar, in het Zuid-Duitse plaatsje, het trainingsoord voor schaatsers, schuifelde Sven met die dingen naar buiten.

Ik moest er weer aan denken toen ik Sven Kramer het afgelopen weekeinde zag heersen op het ijs van Thialf. Hij reed op zijn klapschaatsen moeiteloos van iedereen weg en stond even later met sportschoenen op het hoogste podium. Het kon niet anders, of zijn Uggs stonden in het hotel naast zijn bed klaar.

Uggs staan haaks op alles wat een kampioen dient uit te stralen. Ze zijn niet glad, niet snel, niet al te duur, niet sportief, niet sexy, niet macho, niet cool, niet vet, niet ambitieus. Ze zijn vooral: heel gewoon en voor iedereen te koop.

Erben Wennemars verloor in Heerenveen op de 1.500 meter van zijn ploeggenoot Sven Kramer. Hij kon er niet mee zitten. „Er komt binnenkort een boekje uit over de grootste schaatsers aller tijden. Ik zou maar even wachten op de tweede druk. Dan staat Sven erin. Hij wordt de allergrootste. Ik vind het geweldig om het van dichtbij mee te mogen maken.”

Mart Smeets keek streng naar Ria Visser als ze over Kramer begon. Ze moest hem niet met de rest vergelijken. Het was Kramer versus de rest. „Hij komt van Mars.” Eén minuut later nog eens: „Ria, hij komt van Ma-hars!”

Sven Kramer heeft geen echte concurrenten in Nederland. Hij laat tegenstanders tijdens een rit even dichtbij komen. Leuk, voor het publiek. Om vervolgens weer van ze weg te schaatsen.

Sven is de Hannibal Lecter van het ijs: hij geniet van de smaak van de lever van bange schaatsers. Je hoort hem de ingewanden naar binnen slurpen.

Voor wie doet hij dit, dat manische trainen en schaatsen? Dat vroeg ik de kampioen een paar weken terug, onder een herfstboom op een heuvel in Inzell. Na een paar seconden stilte antwoordde hij, eerlijk: „Voor Sven Kramer.”

Hij schaatst niet voor zijn meisje, niet voor vader Yep, niet voor Friesland, niet voor Holland. Sven schaatst voor Sven. Het is de enige manier om de top te halen. Iedere ochtend in de spiegel durven zeggen: „Ik doe het voor jou.”

Iets in de houding van Sven Kramer verraadt dat wij, de gewone stervelingen, hem niet helemaal kunnen bevatten. We denken te weten hoe hard hij heeft moeten werken voor zijn succes, maar hij doet ons blozen, met zijn lach voor de camera. Nee, écht begrijpen doen we hem niet.

Dus zoeken we wanhopig naar een handreiking. Naar een moment waarop we gelijk zijn aan Sven. Misschien willen sommigen daarom dat hij faalt, dat hij verliest. Dat hij toch niet zo perfect is, als het lijkt. Een afwijking, alsjeblieft. Word ik daarom misschien zo vrolijk van de suède laarzen van Sven? Ze zijn het bewijs dat hij met beide benen op de grond staat. Sven Kramer is van moeder aarde.

Een bewoner van Mars loopt niet op Uggs.