De scheiding waar de vrouw niet aan wil

Een vrouw vindt dat haar huwelijk niet is ontwricht.

Dat het echtpaar na de scheiding nog steeds bij elkaar woont, vindt het hof relevant.

De zaak

Een vrouw is het niet eens met de beslissing van de rechtbank echtscheiding uit te spreken. Haar man betoogt juist dat hij graag gescheiden wil blijven. Hij zegt dat hij niet meer van haar houdt en dat hij zich in zijn vrijheid beperkt voelt. De man vindt dat zijn vrouw hem ‘betuttelde’. De vrouw houdt nog wel van haar man en vindt dat hij niet zonder haar hulp en steun kan. Ze wil zich ook houden aan haar belofte bij de huwelijksplechtigheid, twintig jaar geleden, om zowel in goede als slechte tijden voor haar man te zorgen. Zij meent dat hun huwelijk niet is ontwricht.

De omstandigheden

Na de echtscheiding is het stel bij elkaar gebleven. Ze wonen in hetzelfde huis – de vrouw zorgt voor het eten. Het stel heeft ook een seksuele relatie met elkaar. Feitelijk is er niets veranderd.

De relatie

Reden dat het mis ging is volgens het hof dat de vrouw, behalve echtgenote sinds 2006 ook de ‘mentor en bewindvoerder’ van haar man is. Volgens de vrouw kan haar man niet zelfstandig wonen, en zal hij zonder haar niet overleven. Hij gebruikt verschillende, soms zware medicijnen. Zij ziet daar op toe. Ook heeft de man een alcoholprobleem.

Wat is de juridische norm?

Is er sprake van een situatie van duurzame ontwrichting waarin voortzetting van het samenleven ondraaglijk is, zonder uitzicht op herstel van behoorlijke echtelijke verhoudingen?

Wat weegt het hof niet mee?

Het hof wil wel geloven dat de man sterk afhankelijk is van de zorg van zijn vrouw. Maar voor hun oordeel speelt dat geen rol. Een huwelijk, inclusief trouw, hulp en bijstand is immers vrijwillig. Ook de medische problemen van de man wegen niet mee. Vooral omdat de man heeft geweigerd zich door deskundigen te laten onderzoeken.

Wat vindt het hof wel relevant?

Dat het stel bij elkaar is gebleven, betekent volgens het hof dat het samenleven dus niet ondraaglijk is. Het bezwaar van de man richt zich alleen tegen het bewindvoerderschap van de vrouw. De rechters concluderen daaruit dat als daar een einde aan komt, zijn bezwaar tegen het huwelijk ook vervalt. Er bestaat daarom ook uitzicht op herstel van de relatie. Maar het belangrijkste is dat het hof niet gelooft dat hij niet meer van zijn vrouw houdt „in het licht van de betwisting door de vrouw”. De raadsheren denken dat hij vooral wil scheiden om van de ‘betutteling’ af te komen. De wet eist echter ‘duurzame ontwrichting’. Betutteling van de één door de ander is volgens rechters niet ernstig genoeg. De situatie is niet ondraaglijk. En er is uitzicht op herstel van de relatie. De echtscheiding gaat dus niet door.

Folkert Jensma