De laatste straatpredikant

Altijd stonden er straatpredikanten op de hoek van H en de 8ste Straat. Nu is het daar stil. Je moet een blok teruglopen, naar metrohalte Chinatown op de hoek van de 7de , om de laatste te vinden. Deze is onverstaanbaar, al spoort hij zichzelf schreeuwend aan.

„Almachtige! Húh.”

Het lijkt hier wel wat op een mini-Times Square. Net als in New York hangen een paar beeldschermen aan de gevels. Net als Times Square was dit een buurt van pooiers en drugdealers die zo grondig werd opgeknapt dat de sfeer er volgens kenners voorgoed uit is.

Ook de straatpredikanten moesten het ontgelden. De nieuwe bewoners stellen het niet echt op prijs om steeds te worden toegeschreeuwd over zaken als ‘onrechtvaardigheid’.

Vandaag is het, voor november, een onwaarschijnlijk warme en uitgelaten dag. We dragen weer T-shirts en zijn dol van opwinding. We hebben Halloween gevierd in straten waar voor het eerst iedereen naar buiten leek te komen en men onbekenden alvast feestelijk wijn inschonk. Waar een overwinningsroes hing en pompoenen niet besneden waren met gezichten, maar met ‘Obama ‘08’.

En nu steekt een groepje jonge Obama-supporters, dartel als veulens, de draak met de straatpredikant. Iederéén lacht hem uit.

„Knevelarij!…Húh…Goede God!…Húh”

„Meneer?”

Ik ben vlak voor hem gaan staan. Hij draagt een rozenkrans over zijn overhemd en een leesbril en keurige schoenen. Naast hem staat een aktetas.

„Knevelarij!…”

„Meneer.”

Hij bedaart. „Mevrouw?”

Ja, hij wil mee voor een glas limonade.

Zijn naam is Curtis Wesley Brooks. Hij is achtenveertig jaar, werkt als sloper in de bouw en woont in Mitch Snyder Place. Hij schrijft zijn adres op. Curtis Wesley Brooks. Stapelbed 137, onderin.

Mitch Snyder Place is de grootste daklozenopvang van Washington. In het Amerikaans noem je dat een ‘shelter’, een schuilplaats. Dat is een goed woord, zegt Curtis Wesley Brooks. Alles gaat weer bergafwaarts en in de verkiezingscampagnes gaat het alleen over de middenklasse. „Dus ik ben niet zo geraakt door het idee van een president met mijn eigen kleur. Ik denk niet dat het er veel toe zal doen.”

Laten ze hem maar uitlachen, duwen, dingen in zijn gezicht roepen. Curtis Wesley Brooks heeft zijn redenen om schreeuwend op straathoeken het ingrijpen van een hogere instantie af te smeken.

„Almachtige! Húh!”

Het mikpunt van alle spot is op het moment eigenlijk één van de nuchterste mensen in de stad.