De gewestelijke schaatsers raken steeds verder achterop

De TVM-ploeg won bij de NK afstanden acht titels, DSB de overige twee. Vooralsnog ontbreekt een vangnet voor schaatsers die niet bij een commerciële ploeg rijden.

In de tunnel onder het ijs van Thialf schudt gewestelijk trainer Wim den Elsen in de pauze van de drie kilometer voor vrouwen het hoofd. „We blijven knokken om ons tussen de schaatsers uit de commerciële ploegen te rijden, maar ik geloof niet dat we dit jaar iemand hebben die zich kan plaatsen voor de wereldbekerwedstrijden.”

Nog geen half uurtje later komt de ervaren trainer van het gewest Zuid-Holland enthousiast van het ijs. „Ongelofelijk! Negen seconden onder haar persoonlijk record!” Lisette van der Geest, een 25-jarige boerendochter uit Oud Ade, is in een toptijd van 4.09,49 als derde geëindigd op de 3.000 meter. En plaatst zich voor de eerste wereldbekerwedstrijden, komend weekeinde in Berlijn en de week er op in Heerenveen. Tot verrassing van haar eigen trainer.

De NK afstanden in Heerenveen werden afgelopen weekeinde meer dan ooit gedomineerd door schaatsers uit de commerciële ploegen. Alle titels waren voor TVM (drie keer Sven Kramer, Jan Smeekens, twee keer Paulien van Deutekom en Renate Groenewold) en DSB (Annette Gerritsen, Stefan Groothuis). VPZ presteerde collectief minder dan verwacht, maar haalde als troostprijs nog wat wereldbekerplaatsen binnen. Net als de kleinere commerciële ploegen (Hofmeier en APPM) en de opleidingsploegen van de schaatsbond KNSB. Vanuit de gewesten, verreweg het grootste deel van het deelnemersveld, reed slechts een enkeling zich in de ploeg voor ‘Berlijn’ en ‘Heerenveen’.

„Je ziet dat het gat tussen de commerciële ploegen en de rest steeds groter wordt”, constateert Gerard van Velde. De olympisch kampioen op de 1.000 meter (2002), vorig jaar gestopt, is sinds dit seizoen trainer van een bescheiden regionaal sprintploegje met de tweeling Ronald en Michel Mulder en de jonge Freddy Wennemars. „Met het huidige verschil aan faciliteiten kun je vanuit het gewest nooit structureel concurreren met de top. Wie uit een commerciële ploeg valt of pas op latere leeftijd begint te groeien, is op zichzelf aangewezen. Moet je gaan werken of studeren, sponsors zoeken. Dan wordt het nog knap moeilijk .”

Bondscoach Wopke de Vegt wijst op het gestroomlijnde opleidingstraject van de schaatsbond, met Jong-Oranje, de opleidingsploeg langebaan en de Regiotop, waarin de beste gewestelijke schaatsers extra faciliteiten krijgen. Toch had vorig seizoen ook Piet Schipper, voorzitter van de Nederlandse vereniging van schaatstrainers, kritiek op het beleid van de bond. Er moet zuiniger worden omgesprongen met talent, vond hij.

Ted-Jan Bloemen (22) plaatste zich in Thialf vanuit het gewest Noord-Holland/Utrecht voor de wereldbeker op de vijf en tien kilometer. Vorig jaar brak hij door met een vierde plaats op de NK allround en een achtste op de EK. Toch werd hij afgedankt bij DSB, dat verder ging met specialisten op de sprint en middenafstand. „Dan word je op jezelf teruggeworpen”, zegt hij. Des te groter was de voldoening afgelopen weekeinde. „Je doet het nu op eigen kracht.” Privésponsors CFE en Biofreeze maken het Bloemen mogelijk om fulltime te blijven schaatsen. „En door de Regiotop kon ik af en toe een trainingskamp in Heerenveen doen.”

Toch noemt Wim den Elsen de Regiotop „weggegooid geld”. Schaatsers worden volgens hem af en toe een week bij hun eigen gewestelijke trainer weggehaald. „Dat verstoort de begeleiding enorm.” Hij wijst op sprintster Marloes Gelderblom, die vorig jaar World Cups reed zonder dat haar eigen trainer mee mocht. „Ze is de klap nog niet te boven.” Ook van de jeugdopleiding van de bond is Den Elsen niet ondersteboven. „Ze halen talenten steeds jonger weg, daarmee hol je de gewesten uit. Zo richt je de opleiding juist te gronde.”

Schaatsers als Bloemen of trainers als Den Elsen zijn uitzonderingen, stelt Gerard van Velde. „De bond zou zich minder afhankelijk moeten maken van toevalstreffers. Er zou een vangnet moeten zijn voor schaatsers die niet bij een commerciële ploeg terecht kunnen.” De 36-jarige oud-sprinter pleit voor een centrale bondsploeg in Heerenveen, waarin schaatsers dezelfde faciliteiten krijgen als bij TVM of DSB. „Met een fulltime trainer en fysio, zodat ze zonder concessies volledig voor hun sport kunnen gaan. Zonder salaris, alleen met het broodnodige.”

Voordeel zou zijn dat schaatsers minder angst hoeven te hebben om buiten een commerciële ploeg te vallen. „Ik heb het zelf meegemaakt, toen ik weg moest bij TVM. Ik kon in mijn sop gaar koken. Als er een goed alternatief was geweest, had ik nu nog geschaatst. En hadden jongeren in zo’n ploeg van mijn kennis kunnen profiteren. Wat gebeurt er als straks een van de commerciële ploegen ermee stopt? Dit gaat Nederland misschien nog een keer opbreken. De spoeling net onder de top is best dun.”