'Closer': liegen als levensstijl

Theater Closer van Patrick Marber door De Paardenkathedraal. Regie: Paula Bangels. Gezien: 1/11 De Paardenkathedraal, Utrecht. Te zien t/m 13/12. Inl.: www.paardenkathedraal.nl ****

„Ik was niet verliefd op hem, ik besloot het te worden”, bekent Alice, een stripteasedanseres. Ze heeft een journalist ontmoet, Danny, die leeft van het schrijven van in memoriams. Andermans dood biedt hem inkomen. Al in de eerste scène van Closer door de Britse schrijver Patrick Marber (1964) komen ze samen: de dood en het meisje.

Er is nog een verhaallijn: societyfotografe Anna is getrouwd met dermatoloog Larry. Hun ontmoeting werd via valse e-mails geënsceneerd door de journalist. Daarmee beschikt Danny over voldoende breekijzers om het prille huwelijk kapot te maken. Om dit overspeldrama nog complexer te maken verraadt hij Alice en raakt blindelings verliefd op Anna.

Geen wonder dat Closer een successtuk blijkt: het is een seksueel geladen zedenkomedie zoals Marivaux die in de achttiende eeuw schreef, zonder de pikanterie van toen, aangepast aan de grimmige eenzaamheidswetten van nu. In de liefde is iedereen een lone wolf.

Voor de verfilming door Mike Nichols schreef Marber zelf het script. Toneelgroep Amsterdam en het Nationale Toneel voerden het stuk al eerder op. Bij De Paardenkathedraal acteert Katrien de Becker als fotografe. Mike Libanon vertolkt de arts, Eva van de Wijdeven is Alice en de schrijver van doodsberichten is David Cantens.

Net zoals in Pinters Bedrog schept ontwerper André Joosten een tijdloze ruimte met strak meubilair, verrijdbare schermen, witte wanden. Dit alles ademt kilte. Die sfeer past bij de regie van Paula Bangels, waarin de personages niet zozeer tegen elkaar vechten – Marber is geen August Strindberg – maar vooral tegen zichzelf.

De onbaatzuchtige, liefdevolle Alice probeert zich de koelheid van de gedistantieerde fotografe aan te meten. Plaatst Anna tussen zichzelf en de anderen het onverbiddelijke oog van de camera, Alice glorieert bij de naaktheid van haar lichaam. De journalist wil zijn als de arts die heerst over leven en dood; de arts zou willen beschikken over meer gewetenloosheid, die eigen is aan de schrijver.

Dit levert een speelstijl op waarin de vier acteurs volkomen gelijkwaardig zijn, met nu eens Mike Libanon als de sterkere, dan weer Katrien de Becker als een actrice die emoties verbergt achter een strakke mimiek. Zij gaat gekleed in dichtsnoerende kledingstukken als kokerrok, strakke blouse, messcherpe naaldhakken.

De emoties om wederzijds verraad en bedrog laaien steeds hoger op. Mike Libanon neemt de trouweloze fotografe in een wurggreep op alle plekken in hun huis waar zij het deed met die ander. Die ander slaat de weerloze Alice, ondertussen zichzelf onschuldig verklarend door te stamelen: „Het spijt me.” Wat een leugen. En dan komen we terecht bij de kern: liegen als levensstijl. Uitroepen als: „Waarom lieg je niet zoals iedereen?” en: „Die zogenaamde openheid leidt tot niets!” vliegen over en weer. Spelers en regisseur vinden bij deze anti-moraal een passende speelstijl: zonder opsmuk, naturel. Ze hoeven ook niks. Ten diepste eenzaam waren ze al in het begin.