Burger als datapakket

Is het recht om onbespied te leven nog een realistisch concept? Of is ‘privacy’ voltooid verleden tijd, slechts een obstakel bij de perfectionering van de digitale verzorgingsstaat? Op steeds meer plaatsen worden steeds meer privégegevens bewaard. Wie gegevens afstaat, heeft meestal geen idee wie er kennis van mag nemen en met welk doel. In de ‘glazen samenleving’ is van iedereen vrijwel alles bekend of te achterhalen. Iedere burger past wel in een groepsprofiel en daarmee in een risicocategorie.

Onontkoombaar komt op u af: het rekening rijden met gps, de opslag van al uw telecomgegevens, het burgerservicenummer, de trajectcontrole, de ov-chipkaart, het biometrisch paspoort, de gluurscan, de luistercamera en de gezichtsherkenning. En voeg daar het sleepspoor aan cookies en gsm-signalen bij dat u vrijwillig achterlaat. De burger is een datapakket met peilzender waarop naar believen kan worden ingelogd.

Per 1 januari 2009 komt er ook een digitaal patiëntendossier. Morgen krijgt iedere Nederlander een brief met daarbij ook een bezwaarformulier. Later dat jaar wordt een begin met het elektronisch kinddossier gemaakt. Per kind van ‘min negen maanden’ tot het 23ste jaar kunnen daarin 1.200 gegevens worden genoteerd. Straks zijn alle medische professionals met elkaar gekoppeld. Mét geheimhoudingsplicht en inzage voor de patiënt en ouder. Dat gelukkig wel.

Maar is die muur bestand tegen nieuwe wensen in de toekomst? Bij grote databases schept het aanbod vaak de vraag. En meestal steeds een nieuwe.

Het kabinet belooft nu vooral betere communicatie en samenwerking in de zorg. Voortaan is de informatie op dezelfde plek als de patiënt. En weten de hulpverleners van elkaar. Dat is vooruitgang. Aan centrale servers op afstand met privé-informatie die vanaf iedere plek zijn te raadplegen, is ieder gewend. Velen bewaren foto’s, muziek- en tekstbestanden ook al bij hun provider. Maar wie nu als patiënt verhuist, is administratief van de aardbodem verdwenen. De gezondheidszorg haalt hier dus een achterstand in.

Bij iedere nieuwe overheidsdatabank vol goede bedoelingen passen vraagtekens. Voor het patiëntendossier lijken doel, inzage en toezicht geregeld. Dat er bezwaar kan worden gemaakt, schept vertrouwen. De burger is voldoende mans om hierin zelf een afweging te maken.

Het elektronisch kinddossier is echter veel schimmiger. In de Tweede Kamer gaan al stemmen op om het net van dat kinddossier nog verder uit te werpen. Waarom ook geen etnische registratie? De PvdA is er voor, want zijn huidskleur en herkomst geen nuttige indicaties voor sociale problemen? Zo neemt de wijkagent plaats op de bagagedrager van de schoolarts. Verkeerde huidskleur? Dat is dan al gauw een extra risicopuntje. Geen moeder die haar baby op het consultatiebureau trots laat wegen heeft dat in de gaten.

Het kinddossier stelt vooralsnog te veel vragen en dient te veel doelen. Straks is ieder gezin verdacht. En is zorg veranderd in toezicht.