'We waggelen het toneel op'

Philip Freriks (1944) is journalist en presentator van het NOS-journaal. De komende maanden acteert hij bij Het Zuidelijk Toneel. Hij is getrouwd met Lili en vader van een zoon.

Vrijdag 24 oktober

Teruggeroepen auto ophalen, redactievergadering, interview met de Telegraaf, ontmoeting met Marc Chavannes, achtuurjournaal. ’t Is een lekkere dag. Zo één van eigenlijk een beetje te veel. Het is hoe dan ook een drukke week met al die crisisgeluiden en de voorbereidingen op onze grote verkiezingsuitzending uit Washington. Een week van tegenstrijdige gevoelens ook.

Na de euforie van de première in Eindhoven en de lovende krantenartikelen, was het meteen weer Bos, bank en beurs. Geruchten over een mogelijke nationalisatie van ING na weer een dip in de koers. Interessant trouwens om te zien hoe ‘Woutertje draaikontje Boskaboutertje’ (tekst van de heren De Ket en Van Houts in De Grote Verkiezingshow van Het Zuidelijk Toneel) in zijn rol is gegroeid. De vermoeidheid is soms van zijn gezicht af te lezen. Het geeft hem de uitstraling van een bewindsman die zich maar al te zeer bewust is van de ernst van de situatie. Kleren maken de man, crises de staatsman.

Wie weet.

Pas volgende week mag ik weer even de bühne op. Nu zit ik samen met mijn co-presentator Eva Jinek met Marc Chavannes te overleggen. Hij is onze tafelheer in Washington. Het is een inspirerend gesprek. Aan Marc hebben we echt een goeie, vinden we beiden.

Zaterdag

Het is de dag van de kroket. Ooit heb ik de zaterdag uitgeroepen tot krokettendag. Om mezelf te verwennen na een lange journaalweek en vooral ook uit zelfbehoud. Niet meer dan één kroket per week. Ze gaan ‘direct aux fesses’ zoals mijn vrouw dat noemt. Direct richting billenvet. Sindsdien is ‘zaterdag-krokettendag’ gemeengoed geworden bij het journaal. Mijn bescheiden bijdrage aan de strijd tegen obesitas.

Ik heb eindelijk de tijd om tussen de bedrijven door te werken aan de presentatieteksten voor Amerika. Het zal de meeste tijd improviseren zijn maar voor negen uur uitzending is het verstandig om toch zo veel mogelijk te scripten. Om er zonodig weer van af te wijken. Dat kan des te beter met een goeie basis.

Telefoon met Parijs. Mijn hoogbejaarde schoonmoeder ligt in het ziekenhuis na een TIA. Zij leek zich goed te herstellen, maar er is toch meer schade aangericht dan we aanvankelijk dachten. We hebben erg met haar te doen. Zo’n sterke, autonome vrouw die volledig afhankelijk van anderen is geworden. Ze verdraagt het slecht en wil het liefste dood.

Zondag

Samen met Annejet van der Zijl en Gijs Schunselaar van de CPNB naar Groningen voor een Nederland Leestbijeenkomst in de bibliotheek. Oude Boteringestraat. Mooie naam. Een naam van veel Groningse herinneringen. Annejet is de lofzanger van Twee Vrouwen van Harry Mulisch en ik ben de ambassadeur van Nederland Leest. Vooraf een toneelbewerking van Paulette Smit en Manoushka Zeegelaar Breeveld. Mooi gespeelde samenvatting van het boek. Daarna gesprek met publiek. Geslaagde middag.

Omdat ook mijn Tomtom door het Groningse circulatieplan in totale verwarring wordt gebracht, komen we onbedoeld langs plekken uit mijn jeugd. Plekken die een belangrijke rol spelen in mijn boek Jantje. Ik laat Annejet en Gijs zien waar een zware Duitse mitrailleur stond. En die vurende Canadese tank in de Abel Tasmanstraat. En vanwaar de Paterswolseweg onder vuur genomen werd.

Sinds ik heb uitgezocht hoe het daar bij de bevrijding en de dood van mijn broer is gegaan, zie ik dat zoete, onschuldige buurtje altijd weer als oorlogsgebied. De Duitse Flaks staan er nog altijd. Nog even en ze worden door de Canadezen weggeblazen.

Lili belt uit Parijs en vertelt dat ze haar moeder die middag huilend en roepend op de grond heeft aangetroffen. Ze was gevallen en kon niet bij de noodbel. Geen verplegend personeel in velden of wegen te zien. Haar kamergenoot is geestelijk zover heen dat ze onaangedaan voor zich uit bleef staren. Net zoals in Nederland, is er ook hier personeelstekort met alle gevolgen van dien. Klagen verzandt in verzoek om begrip voor de situatie.

Maandag

Mijn tekst nog maar weer eens gerepeteerd. Een tekst moet ‘indalen’ heb ik inmiddels van de echte acteurs geleerd. Met hen optreden is puur plezier. Van Matthijs Rümke, de regisseur, heb ik een soort privéles gekregen. Dat me dat nog eens mocht overkomen.

Morgen en ook de rest van de week moet/mag ik weer. Dat wordt even wennen. De angst van een debutantje als ik is vooral dat je plotseling je tekst kwijt bent. Thuis kun je alles misschien keurig oplepelen, maar omdat je op het toneel aan meer dingen moet denken, wordt je afgeleid en kan je zo maar in dat zwarte gat van niet meer weten vallen. De verschrikkelijke paniek.

Het is me al een keer overkomen. George van H. had vlak voor de voorstelling tegen me gezegd: ‘Als zoiets gebeurt, roep maar wat. Improviseren.’ En daar stond ik, in mezelf roepend ‘George help, zeg iets Freriks’. En ik zei iets dat vagelijk verband hield met wat er gezegd moest worden en toch nergens op sloeg. Toen ik nog iets uit het ongerijmde wilde zeggen, kwam ik zo maar weer uit bij mijn tekst. Alsof ik via de ventweg weer op de rijbaan kwam.

Oh zalige opluchting.

Vanavond weer met de Nederland Leestploeg op stap. Nu naar Rotterdam. Enkele tientallen vrouwen en zegge en schrijven twee mannen in de zaal.

Dinsdag

Vanuit Parijs hoor ik dat in het ziekenhuis een buikgriepepidemie is uitgebroken. Er is niet veel voorstellingsvermogen voor nodig om te weten wat dat betekent. Bezoek en afspraken zijn afgezegd, zo besmettelijk is die aandoening, maar voor Lili is het al te laat. En ook voor onze vriendin Janine die haar dementerende moeder te midden van haar kots en meer van dat heeft aangetroffen. Sorry, personeelsgebrek. Nooit is de uitroep ‘merde alors’ zo op z’n plaats geweest.

Vanavond spelen in Wageningen. Van tevoren gezellig eten. Eén glaasje wijn, niet meer. George en Tom vertellen over hun avonturen in verre vreemde landen. Lachen, reken maar.

En dan dat uur of anderhalf wachten voor aanvang van de voorstelling. De toenemende spanning. Tekst repeteren. En nog eens. Snelle Italiaantjes doen (dialoogscènes) met de collega-acteurs als ik me deze titel mag aanmatigen. Dan een kwartier voor opkomst naar het toneel. Ijsberen achter het decor. Weer tekst repeteren. Iedereen mummelt of is in zichzelf gekeerd. Soms een grap. We wensen elkaar veel plezier. Daar gaat het om. Om het speelplezier.

Woensdag

Emmanuel komt koffie drinken met bankpapieren om in te vullen. Hij is net als ik behept met een diepe haat tegen formulieren. We zijn er snel uit. Hij maakt zich veel zorgen om zijn grootmoeder van wie hij zielsveel houdt. Ze heeft een triest stemmetje, vindt hij. Hij gaat volgende week weer naar Parijs om haar op te zoeken.

Vandaag Hoorn. Gisteren is ‘t goed gegaan. Geen gat in m’n geheugen en dus ook niet in de tekst. Wel een paar hamerslagen te veel, maar dat heeft acteur Mark Kraan/Sigismund Freud goed opgevangen. Vanuit mijn rechterszetel kijk ik de acteurs veelal op de rug. Dan kun je goed zien hoe heel hun lichaam het personage wordt. Je ziet hun motoriek, de spieren die zich spannen, het benenwerk, het schouderschokken. Prachtig.

Het is een uitdagend idee om de burger voor verwaarlozing van de democratie voor het gerecht te slepen. Met daarbij de even uitdagende conclusie dat de grondwet van Thorbecke aan ingrijpende vernieuwing toe is. George van Houts en Tom de Ket hebben er wat mij betreft een ‘ernstige’ komedie van gemaakt. Hilarisch soms en toch serieus. Het wordt leuk door het spel, de snelheid, de timing. Strak spelen, zeggen de beroeps dan. Strak hameren ook.

Donderdag 30 oktober

Naar Hilversum om een nieuwe aflevering van het biografieprogramma Profiel in te spreken. Een programma met mooie portretten. Daarna draaiboekbespreking met Eva en eindredacteur Jaap L. voor de grote verkiezingsshow in Amerika.

Daarna voorstelling in Hengelo. Heerlijke wildschotel vooraf. Veel te veel. We waggelen het toneel op. Het komt toch lekker op gang. In onze rol van rechter (afwisselend met Harmen Siezen) zit natuurlijk een dubbelzinnigheid ingebakken. Daarom zijn we gevraagd. Als journaalpresentatoren die boven de partijen staan. Enfin, zo worden we kennelijk gezien. We houden aan het einde een Obama-achtige toespraak. Met veel pathos en mooie woorden. Het is leuk om ietwat over de top te gaan. Lijkt echt op acteren. En zo hoop ik ook dat er toch wel enig onderscheid is tussen de man van het journaal en de magistraat die zich als een rijdende rechter ontpopt. Ik houd dat graag gescheiden ook al worden die twee beelden hier met opzet over elkaar heen gelegd.

Morgen de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Dat lijkt me wel bijzonder. Daar optreden in de wetenschap dat het hart van de democratie om de hoek ligt.

En zaterdagmorgen op naar Washington. Op voor de langste nacht gemeten naar het historisch belang en de verwachte euforie in het andere Amerika. Als Barack Obama. het echt wordt tenminste.

En dan weer over naar de realiteit van alle dag. Of om IHT-columnist John Vinocur te parafraseren: de Europeanen doen er goed aan zich niet al te veel illusies te maken. Volgens mij geldt dat ook voor de Amerikanen, voor zover ze in ‘yes we can’ het alles verlossende simsalabim hebben herkend.