Walvissafari in rubberboot

De meest exotische regio van Canada is het poolgebied, de enorm uitgestrekte ijsmassa bewoond door minder dan 100.000 Inuit (ofwel eskimo’s) en allerlei witte diersoorten, van poolhazen tot ijsberen. Het is echter moeilijk reizen in het Grote Witte Noorden: nederzettingen zijn piepklein en liggen ver bij elkaar vandaan, er zijn geen wegen, en vliegen vanaf de Canadese bewoonde wereld is vaak duurder dan vliegen naar Europa.

Gelukkig zijn er voor bezoekers aan Canada mogelijkheden een glimp op te vangen van de wondere witte wereld van het hoge noorden, zonder de investeringen die nodig zijn voor een reis naar het Arctische gebied. Een weinig bekende aanrader is een van ’s werelds zuidelijkste groepen witte walvissen, of beluga whales. Deze groep van naar schatting duizend walvissen leeft in de rivier Saint-Lawrence, een van de grote toegangsrivieren tot het Noord-Amerikaanse continent, op een behapbare vijf uur rijden ten noordoosten van Montreal.

Zelf ga ik er graag naartoe om me tijdens een boottocht te vergapen aan de vreedzame grootsheid van de kwetsbare zeewezens. De beste tijd voor een bootsafari op zoek naar walvissen is de nazomer of de herfst, want behalve de beloega’s zijn andere soorten walvissen te zien in het gebied, van de relatief kleine Minke whales tot – als je geluk hebt – blauwe vinvissen, de grootste dieren op aarde. Zij trekken in die periode naar de Saint-Lawrence vanuit warmere, zuidelijke wateren. De witte walvissen blijven het hele jaar.

De walvissen zijn geconcentreerd waar de rivier de Saguenay uitmondt in de Saint-Lawrence, ofwel Saint-Laurent in Franstalig Quebec. Deze rivierenkruising ligt op ongeveer 2,5 uur rijden ten noordoosten van Québec-Stad, een historische vestingstad en een goede uitvalsbasis voor een trip naar de regio. De instroom vanuit de prachtige fjord Saguenay zorgt voor een rijkdom aan zeeorganismen die door de walvissen worden gegeten. De rivier is hier zo breed dat je van de ene oever de andere niet kunt zien; vanuit Baie-Sainte-Catherine aan de westkant vertrekken boten voor enkele uren durende tochten.

We nemen de zodiak, een opblaasbare motorboot. Passagiers krijgen dikke, rubberen regenpakken aan want op het water staat wind, en ook als het niet regent word je nat van het water dat opspat terwijl de boot ongeveer een half uur lang naar het midden van de rivier snelt. Dan gaat de motor uit en is het rond turen naar de fonteinen van walvissen aan het oppervlak. Walvissen variëren in lengte van 8 tot 30 meter, maar meestal zie je alleen hun ruggen en rugvinnen als ze naar boven komen om te ademen. Drie maal glijden ze door de waterspiegel voordat ze terugkeren naar de diepte.

Walvissen zijn niet agressief – en de vriendelijkste soort is de beloega. Nieuwsgierig komen ze op de dobberende boot af, hun witte massa wordt zichtbaar onder water. De dieren, van 3,5 tot 5 meter lang en 700 tot 1.500 kilo zwaar, hebben een kenmerkend bultig voorhoofd, en een glimlach op hun gezicht. Ze hebben geen vin op de rug maar een wervel en een ademgat. In stilte zwemmen ze langs de boot en er onderdoor. Het is een wonderlijk en adembenemend gezicht – een blik op een diersoort uit het verre witte noorden, op slechts enkele uren van huis.

Frank Kuin