Voor iedere dollar bezit, vijfduizend dollar schuld

Advocaat Schimmelpenninck is curator van het failliete Lehman Brothers Treasury. Er is een miljardenschuld, terwijl er bijna geen bezittingen tegenover staan.

Rutger Schimmelpenninck heeft in zijn leven al heel wat faillissementen voorbij zien komen. Hij maakte als curator in de jaren negentig de ondergang mee van vliegtuigbouwer Fokker, een van de laatste iconen van de Nederlandse industrie. Eind 2005 werd hij benoemd als curator bij Van der Hoop Bankiers, het eerste faillissement van een private bank in bijna 40 jaar.

Maar het failliet van de Nederlandse financieringsvennootschap van Lehman Brothers is toch wel uitzonderlijk. Niet zozeer vanwege de ongekend grote omvang – Lehman Brothers Treasury Co. BV, zoals de Nederlandse dochter voluit heet, heeft naar schatting een schuld van maar liefst 32 miljard dollar. Nee, curator Schimmelpenninck heeft zich vooral verbaasd over het feit dat er tegenover die enorme schuld nauwelijks bezittingen staan. „We troffen nog een bankrekening aan met ongeveer 7 miljoen dollar”, vertelt de 59-jarige advocaat. Vanuit zijn kantoor aan de Amsterdamse Zuidas kijkt hij uit op het WTC-gebouw, waar Lehman Brothers Treasury een bescheiden kantoor huurde, inclusief de inventaris. Dus ook daar valt niets te halen.

Schimmelpenninck: „Deze verhoudingen tussen schulden en bezittingen kom je eigenlijk nooit tegen.” De ongekend grote schuld – tegenover iedere dollar bezit staat bijna vijfduizend dollar schuld – heeft alles te maken met de aard van de activiteiten die de financieringsdochter van Lehman in Nederland ontplooide. Lehman Brothers Treasury hield zich hoofdzakelijk bezig met het uitgeven van notes. Dat zijn effecten waarmee beleggers speculeerden op allerhande producten: van Shell tot een hedgefund en van goud tot de olie. Ze hebben prachtige namen als floaters, steepeners en Dutch Power Notes.

Wat Schimmelpenninck heeft verrast is dat hij in de boedel geen aandeel of obligatie heeft gevonden. „Misschien denk ik ouderwets maar als ik een prospectus lees over een product dat is verbonden aan Shell, dan verwacht ik dat er aandelen van dat bedrijf onderliggen”, vertelt hij. „Dat is echter niet het geval.”

Eigenlijk zijn deze notes gewoon obligaties. Het rendement op dit uitgeleende geld is echter geen vast percentage zoals bij staatsobligaties. Nee, het rendement is afhankelijk van de koersontwikkeling van de verbonden financiële waarden; bijvoorbeeld het aandeel Shell of de olieprijs.

Al die notes hebben een ding gemeen: beleggers leenden geld uit aan Lehman Brothers Treasury en het moederbedrijf in Amerika stond garant. Nu de Amerikaanse zakenbank failliet is, blijken die afspraken een financieel kaartenhuis. Ze zijn niets meer waard. Windhandel? Schimmelpenninck, bewust als hij zich is van zijn verantwoordelijkheid, neemt dat soort woorden niet in de mond. Maar zijn verbazing over het feit dat er geen aandeel is gevonden in de boedel, spreekt boekdelen.

De ondergang van de beursgenoteerde zakenbank Lehman Brothers uit New York op 15 september van dit jaar is het rechtstreekse gevolg van de ongekende storm die sinds dit najaar over de mondiale financiële markten raast. Het moederbedrijf trok haar Nederlandse dochter mee in het faillissement. Schimmelpenninck werd door de Nederlandse rechtbank op 19 september als bewindvoerder benoemd. Nadat het bedrijf op 8 oktober failliet werd verklaard, benoemde de rechtbank Schimmelpanninck tot curator. Hij is daarmee ook het aanspreekpunt voor buitenlandse beleggers die vorderingen hebben op Lehman Brothers Treasury.

Schimmelpenninck schat dat Nederlandse beleggers ongeveer 1 procent van de totale schuld vertegenwoordigen, zo’n 350 miljoen dollar. Of ze ooit nog een cent terug zullen zien, is de vraag. Omdat het moederbedrijf in Amerika staat, is Schimmelpenninck afhankelijk van de bewindvoerders aldaar. „Eigenlijk is het wachten op een beslissing van de Amerikaanse curatoren over de vordering die het Nederlandse Lehman Treasury heeft op het moederbedrijf”, zegt hij.

Schimmelpenninck besteedt zo’n beetje tachtig procent van zijn tijd aan de zaak. „En dan heb ik nog ondersteuning van een aantal mensen.” Hij heeft onder meer een systeem opgezet waarmee beleggers worden geïnformeerd over de gang van zaken. „Mensen die ons een mailtje of een brief sturen worden, krijgen automatisch informatie over de voortgang van ons werk. Dat is niet onbelangrijk gezien het grote aantal particulieren dat claims heeft op Lehman.”

Daarnaast is de curator druk bezig geweest met het inventariseren van alle producten die Lehman via Nederland in de markt heeft gezet. „We hebben op dit moment 4.500 verschillende notes geïdentificeerd”, vertelt hij. „Van de EuroStoxx 50 tot het aandeel Koninklijke Shell, tot koper en graan. Op zo’n beetje ieder denkbaar product kon je bij Lehman speculeren. Zelfs op het weer. Nee, dat is geen grap.”

Lehman was een serieuze zakenbank met een deugdelijke administratie. Dat die bank failliet zou kunnen gaan, is bij niemand opgekomen. Schimmelpenninck: „Iedereen geloofde heilig dat dit een veilige constructie was.” Omdat Lehman Brothers Treasury meer dan 95 procent van het opgehaalde kapitaal doorsluisde, stond het bedrijf in Nederland niet onder toezicht van De Nederlandsche Bank, legt Schimmelpenninck uit. „Het bedrijf beriep zich op een uitzonderingsbepaling in de toezichtswetgeving. En omdat Lehman in Amerika de status van Investment Bank had, hield de Amerikaanse centrale bank ook geen toezicht.”

Het is feitelijke constatering die Schimmelpenninck „opmerkelijk” noemt. Nog gekker vindt hij dat de notes waarmee Lehman via Nederland geld ophaalde niet verkocht mochten worden in de Verenigde Staten. De officiële documentatie van veel van de producten die Lehman Brothers via Nederland verkocht, bevat een clausule op grond waarvan verkoop in Amerika strafbaar is. Schimmelpenninck: „Dat geeft toch te denken. Je vraagt je af wat ze in Amerika weten dat wij niet weten.”