Van Veen met donzen zang

Cabaret Herman van Veen. Gezien: 31/10 in Carré, Amsterdam. Aldaar t/m 6/12; tournee t/m 30/5. Inl. www.hermanvanveen.nl

Herman van Veen viert zijn veertigjarig artiestenjubileum, samen met pianist Erik van der Wurff. Ze begonnen, naar zijn zeggen, „in de tijd dat Irak nog Vietnam heette”. Van hun eerste publiek is inmiddels 53 procent overleden. Hij kijkt de zaal in en constateert: „U hebt mazzel”. Dan laten ze een paar flarden horen van hun alleroudste succesnummers, maar in nieuwe staccato-arrangementen. Zo komt zelfs het Harlekijnlied uit 1968 nog even voorbij.

Aan titels doet Van Veen al jarenlang niet meer; zijn naam is nog steeds genoeg om veel publiek te trekken. Hij speelt voorstellingen met nieuw en iets minder nieuw repertoire en schuift de verschillende sferen – van het semiklassieke recital tot de visuele clownerie – moeiteloos in elkaar. Dit seizoen maakt hij voor het eerst weer eens een langdurige tournee door Nederland, met Van der Wurff als vanouds aan de piano, Jannemien Cnossen op viool en Edith Leerkes op gitaar. Nieuw is dat ze alle drie ditmaal ook flink meezingen. Met hoogst welluidend resultaat.

Iets bedaarder is Van Veen in de loop der jaren natuurlijk wel geworden. Hij beschikt nog steeds over een dansant lijf dat licht op de voeten staat, maar concentreert zich nu veel meer op zijn donzen zang, zijn viool en de korte tekstjes waarmee hij de hele avond strooit. Zoals: „Praat ik met God, dan heet dat bidden. Praat Hij tegen mij, dan heet het psychose”. Ook speelt hij weer zijn Utrechtse typetje, dat mij vaak minder bevalt omdat de lach meestal van platte grappen moet komen. Maar succes boekt hij daar wel mee.

Gisteravond speelde hij in Carré voor de 401ste keer een voorstelling, en ook die was mooi.