Tjak tjak, beslissingen nemen

Een keurkorps van jonge, veelbelovende academici werkt aan een oplossing voor de ongezonde levensstijl van de jeugd. „Zo krijg je een hechte groep.”

Aan de rand van het Oosterpark in Amsterdam zit een groepje twintigers dag en nacht te werken. Zeven mannen, veertien vrouwen. Een is gepromoveerd arts, een ander moet zijn co-schappen nog doen, er is een natuurkundige, een Neerlandica en iemand met een promotieplek aan de London School of Economics.

Zij zijn, weten ze zelf, de selectie van een selectie. Ze zijn de leden van de Nationale Denktank. Jonge academici die vaak nog geen echte baan hebben, ‘carrièrestarters’. Uitgekozen om drie maanden lang samen te werken aan de oplossing van een ‘groot maatschappelijk probleem’. Wat ze straks bedenken, is belangrijk. Natuurlijk. Maar nog belangrijker is dat ze elkaar over twintig jaar, of veertig, als ze wél een echte baan hebben, nog steeds kennen.

Je hoopt natuurlijk, zegt Harald Tepper, dat er één straks minister is, en een ander de baas van Shell, en de derde hoogleraar. Want dan is het doel van de Denktank bereikt, en zal er een kruisbestuiving zijn tussen de overheid, het bedrijfsleven en de wetenschap. Met dat toekomstbeeld voor ogen bedacht Harald Tepper (35) met vijf collega-wetenschappers vier jaar geleden de Denktank. Nu is hij strategy consultant bij het grootste internationale consultancykantoor McKinsey. Maar toen hij het plan bedacht, werkte hij al tien jaar als wetenschapper. Hij is gepromoveerd biofysicus. Prachtig werk, daar niet van. Maar hij kon zijn kennis alleen kwijt aan zijn naaste collega’s. „Ik had het gevoel dat ieder in zijn zuil zit.” Studeer je wiskunde, dan word je opgeleid tot wiskundige, maar niemand weet wat het oplevert als je samenwerkt met niet-wiskundigen. En dat zou weleens de reden kunnen zijn waarom Nederland wél bulkt van de hightechbedrijven, maar laag scoort op innovatiekracht.

Op de Avond van Wetenschap en Maatschappij, presenteerde Teppers groep het plan. Het was hun inzending voor een essaywedstrijd, met de oproep een plan te bedenken om de ‘Nederlandse kenniseconomie’ te stimuleren. Tepper: „Ik wilde niet de bobo’s bij elkaar brengen, maar juist een netwerk van onderaf opzetten, met onverkokerde mensen.” De zaal zat, zegt hij, vol invloedrijke mensen uit het bedrijfsleven en de overheid. „En die zeiden: doen.”

Honderddertig studenten en promovendi meldden zich dit jaar aan voor de derde editie van de Denktank. Recruitmentbureau Yer hielp met de selectie. Vijftig kandidaten werden op één locatie uitgenodigd voor een gesprek. Het was, zegt Harald Tepper, een beetje een Idols-achtige setting. Na de gesprekken kwam er een assessment-ronde. Want, zegt Tepper, na één gesprek weet je niet hoe mensen in een groep vallen. „Je wilt niet twintig leiders.”

De 21 geselecteerden doen fulltime, onbetaald en onder zware tijdsdruk een echt project. „Zo krijg je een hechte groep.” Dit jaar werd de opdracht bedacht door het ministerie van Jeugd&Gezin: Minister Rouvoet wil dat de Denktank oplossingen verzint voor de aanpak van de ongezonde levensstijl van jongeren.

Maandagochtend, half tien. ‘Heilige teammeeting’ van het groepje van Sacha, Kim, Anne, Esther, Marit en Ischa. Ze delen een kamer met uitzicht op het park. Vroeger was het gebouw aan de Mauritskade een instituut voor tropische hygiëne, nu zit het zoölogisch museum erin. Op de gangen wonderlijke schepsels op sterk water. Een paar kamers zijn tijdelijk ingericht voor de Denktankers. Op elke tafel een laptop en een mobiele telefoon. Op de tafel bij het raam liggen appels, druiven, bananen. Ze drinken groene thee en nemen af en toe een stukje ontbijtkoek.

Marit Tanke (27), spijkerbroek en sportschoenen, is de teamleider van het groepje ouders&scholen. Na een maand analyse van het probleem – waarom roken, blowen en drinken jongeren en worden ze steeds dikker – zijn ze in de laatste fase. Nu moeten er oplossingen bedacht worden en vooral, oplossingen afgeschoten. Vorige week zaten ze met z’n eenentwintigen in een kasteeltje op de hei. Om te brainstormen. Ze kwamen thuis met honderden ideeën. Nu is het Marits taak om aan het einde van de dag de drie beste ideeën van haar groepje over te houden en te presenteren aan de drie andere groepjes. Op het bord een grafiek om te ‘scoren’ of een idee uit te voeren is en of het impact heeft.

Kim Jie (25), klein en donker in spijkerbroek, presenteert het plan ‘Lekker bolletje’: gratis ontbijt en lunch op basisscholen. Kinderen leren zo wat een gezonde maaltijd is. In de Schilderswijk in Den Haag, zegt Kim, halen ze tussen de middag een zak chips bij Albert Heijn. En ontbijten doen ze al helemaal niet. „Zielig hè.” Als fabrikanten van Bolletje en Kellog’s het plan sponsoren is het best te betalen. Alleen wie gaat de eetmomenten organiseren? De scholen? Het is het handigst als de overblijfmoeders het doen, oppert Kim. Of een vrijwillige ouder uit de buurt. Nadeel van het plan: de weinige gezinsmomenten die er nog zijn, worden verstoord. Ischa van Straaten (27) heeft er een oplossing voor: dan mogen de ouders en broers en zusjes ook komen ontbijten.

En zo lopen de zes denktankers systematisch hun ideeën af. Controle bij de poort bij schoolfeesten. Iedere leerling moet bij feesten een blaastest doen. Als er een schoolfeest is, moeten de ouders van de leerlingen verplicht bereikbaar zijn, zodat de school ze kan bellen als hun kind dronken is. Of de schoolarts stelt een brief op, met daarin de medische consequenties van drinken onder de 16 – de hersens krimpen. Elk dronken kind krijgt zo’n brief thuis. Er moet in elke wijk een surrogaat-theemoeder komen. Een moeder die na school klaar zit met thee en koekjes voor alle kinderen. Sleutelkinderen van tweeverdieners, én allochtone kinderen die met te veel in een te klein huis wonen. „En iedereen kan daar zijn huiswerk doen.” Elke school moet een soort leerlingenraad krijgen die coole sportevents organiseert.

Marit plakt roze post-it plakkertjes voor elk idee op de grafiek op het witte schoolbord. Ranking noemen ze dat. Doorslaggevend is: voor welk idee gaan we rennen. „Does it rock the boat.” Elk idee dat overblijft, krijgt een ‘kartrekker’, één van de zes gaat er ‘knetterhard achteraan’ om het idee tot een concreet en uitvoerbaar plan te maken.

Het teamwork, het taalgebruik, het sparren en ranken hebben de jonge wetenschappers geleerd van de jongens van McKinsey. Het consultancykantoor heeft twee consultants vrijgemaakt om de Denktank fulltime te begeleiden. Dat is, zegt consultant en begeleider Mark Vernooij (31), Dolce & Gabbana spijkerbroek en wit shirt, onze bijdrage aan de BV Nederland.

Eerst werden de denktankers klaargestoomd op de zomerschool, twee weken intern in Zeist. „Ik praat McKinsey, ik denk McKinsey”, zegt Esther Jonker (28). Ze draagt een rok tot over de knie, loaferschoenen en een kralenketting. Ze is promovenda Neerlandistiek aan de universiteit van Leiden, haar proefschrift gaat over een Nederlands handschrift uit 1348. Ze moest wennen, zegt ze, aan het snelle werken. „Tjak tjak, beslissingen nemen. Vandaag iets beginnen, vandaag af.” Hier werkt ze volgens het 80-20 model: tachtig procent van je kennis haal je met twintig procent inspanning. Om de overige 20 procent kennis te vergaren, heb je tachtig procent van je inspanning nodig. Dat kun je beter laten zitten. „Heel efficiënt.”

Hier werkt ze vijftig, zestig uur in de week. Met pijn in haar hart heeft ze haar sociale leven stilgelegd, haar werk voor de ChristenUnie in de gemeente Leiden gestaakt. Alleen haar kerkbezoek op zondag, dat blijft ze doen. „Ik heb vooraf binnen het team neergelegd dat ik op zondag niet werk.”

Ze wist al langer dat ze na haar promotie buiten de universiteit aan de slag wilde. „Vaste contracten zijn er niet meer in de wetenschap, ook al ben je cum laude gepromoveerd.” Ze heeft belangstelling voor maatschappelijke problemen, en voor jongeren. Op haar twintigste stond ze al voor de klas, op haar vroegere middelbare reformatorische school in Rotterdam. Na de Denktank rondt ze haar promotie af, daarna zou ze het liefst voor een ministerie willen werken.

Je leert hier, zegt Sacha Nauta (24) de stap naar de werkelijkheid te zetten. „Het perfectionisme van de wetenschapper moet er een beetje vanaf. Je gaat dingen sneller goed genoeg vinden.” Sacha loopt met krukken, voor langere afstanden pakt ze de rolstoel. Ruim acht maanden geleden werd ze overreden door een cementwagen toen ze in Londen, waar ze studeerde, op de fiets zat. „Fietsen begint daar hip te worden, vooral onder studenten.” Ze droeg een vest, licht en een helm. Die helm heeft haar gered, anders was ze er niet meer geweest. Haar rug is op drie plekken gebroken. „Het ongeluk gebeurde net toen mijn echte leven zou beginnen.” Ze was klaar met haar studie Internationale Betrekkingen aan de London School of Economics, ze had net haar stage bij de Verenigde Naties in New York afgerond. „Ik zou of gaan solliciteren of gaan promoveren.” Het werd revalideren in Nederland. „Na vier maanden plafondstaren, werd ik gek van het patiënt zijn.” Tot haar operatie in december heeft ze de tijd om met gelijkgestemden heel hard te werken en tegelijkertijd na te denken over de keuze tussen een academische of een maatschappelijke carrière.

Lunch op de Linnaeusstraat, aan de andere kant van het park. Ischa van Straaten schrijft de bestellingen op van zijn groepsleden. Bruine vega-broodjes, zonder boter en zonder Parmezaanse kaas. Jus d’orange, melk, thee. Lukt het, vraagt Kim, plagend. Tegen de andere groepsleden: „Hij is een echte P.” De P staat voor Perceiving (opmerkzaam), wat het tegenovergestelde is van Judging (oordelend). Alle denktankers hebben de Myers-Briggs persoonlijkheidstest gedaan. De P van Ischa betekent dat hij flexibel is, veel aanpassingvermogen heeft. Maar ook dat hij ongeorganiseerd kan zijn. Esther Jonker is een volbloed J. Ze heeft behoefte aan planning en structuur. „De uitkomst van de test was pijnlijk nauwkeurig. Al mijn vrienden noemen me een structopaat. Altijd in de weer met lijstjes.”

Tijd voor de dagelijkse feedback-ronde. Elk groepslid kan zich uitspreken over het functioneren van de groep en de leden. Anne Vollebregt (23) afgestudeerd arts en de jongste van de groep, stelt voor om het over te slaan. „Ik moet nu echt iets verzinnen om te zeggen. Het gaat gewoon goed. Ik heb niets tegen niemand. Laten we afspreken dat we het zeggen als er iets is.” En klaar is de feedback.

Dat deze zes mensen een eliteclubje zijn, is te makkelijk geoordeeld. Natuurlijk, ze hebben hard en goed gestudeerd. Zijn daarnaast ook nog lid geweest van een studentenvereniging, doen op hoog niveau aan sport (Kim) of hebben een carrière als jazz-zangeres (Anne). Ze zijn allemaal slank en gezond, roken niet, zijn niet verslaafd. Ze zijn nauwelijks ouder dan de jongeren voor wie zij nu samen oplossingen bedenken. Waarom is het met hen wél goed gegaan? Het is even stil. Kim zegt het eerst wat (ze is een uitgesproken E, wat staat voor extravert). „Ik denk dat het komt door het veilige nest waar ik uit kom.” Moeder zat met thee klaar, hielp op school met de overblijf. Ze komt uit Gouda, precies uit de buurt waar nu zoveel onrust is met Marokkaanse kinderen, maar haar heeft het niet beïnvloed. Ze heeft altijd fanatiek geturnd, is medicijnen gaan studeren net als haar vader en is nu bijna klaar met haar promotieonderzoek. „Ik heb nooit gesproken met mijn ouders over drank of drugs. Het kwam niet bij me op. Ik ben nog nooit dronken geweest.”

Pas op de middelbare school kwam Marit Tanke uit Twente voor het eerst in een rijtjeshuis. Indrinken? Nooit van gehoord. Comazuipen? Kinderen met een toekomstdroom, denkt ze, doen dat niet. „Ik had een natuurlijke rem. Wilde de dag na het feest van alles doen. Hockey, werken, leren.” Ischa was de enige die sinds zijn veertiende rookte, net als zijn ouders. Hij is er, door de Denktank mee gestopt.

Nu ze erover nadenken, blijken ze stuk voor stuk uit stabiele gezinnen te komen. Met een werkende vader en een moeder die minder werkte. Die zorgde voor drie keer per dag gezond eten op tafel. Ouders die het goede voorbeeld gaven, die hen het vertrouwen gaven dat ze iets konden worden. Misschien, zegt Sacha Nauta, is dat wel wat er tegenwoordig ontbreekt. Ze vindt zichzelf een bevoorrecht kind. „In de ouders van nu heb ik niet zoveel vertrouwen. Ze schuiven hun verantwoordelijkheden af.” Ze vinden het, zegt Anne, niet hun taak om kinderen op te voeden.

Donderdagavond, zeven uur. Zoals elke donderdag presenteren de groepjes denktankers wat er volgens hen moet gebeuren aan de ongezonde leefstijl van de jeugd. De groep beleid&maatschappij stelt voor snoepreclames te verbieden rondom kinderprogramma’s. De leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol en tabak moet omhoog naar 18 jaar. De groep van Marit heeft nog vier plannen over. Bestuursleden van stichting De Denktank luisteren aandachtig naar de powerpointpresentaties. Bestuurslid Harald Tepper eet ondertussen een muffin en drinkt een flesje Fanta, bij wijze van diner. Na elke presentatie volgt een break-out, een discussie in groepjes om elkaars plannen te challengen.

De grote angst van alle denktankers is dat hét grote idee er niet tussen zit. Op 17 december moeten ze de eindpresentatie klaar hebben. Begeleider Mark stelt ze gerust. De ideeën van vandaag zijn aan het eind van de maand ‘compleet gemorft’, die herken je niet meer terug. Kim is bang dat hun oplossingen te conventioneel zijn, niet vernieuwend genoeg. Anne wil ook niet het „moralistische pad” op. Bij elk idee komt wel een overblijfmoeder kijken, een thee-met-koekjesmoeder, een ‘vrijwillige buurtouder’.

Zelf staan ze aan het begin van een ongetwijfeld glanzende carrière, ze zijn niet voor niets uitgekozen voor de Denktank. Jonge vrouwen die later misschien ook kinderen willen. Ik ga die overblijfmoeder niet zijn, weet Marit. Kim, Esther en Sacha ook niet. Toen ik jong was, zegt Anne, was ik ervan overtuigd dat ik een echte carrièrevrouw zou worden. „Maar nu ik ouder word, weet ik het niet meer zo zeker.”

Zullen zij hun kinderen kunnen behoeden voor ongezond gedrag, zoals hun ouders dat met hen deden? Zo ver is het nog niet. Misschien hebben ze over een paar weken een oplossing gevonden. Een oplossing waar alle ouders wat aan hebben.

Voor meer informatie: nationale-denktank.nl

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Nationale Denktank

Bij het artikel ‘Tjak tjak beslissingen nemen’ in Zaterdag& cetera (1 november) is niet vermeld dat de ministeries van Jeugd&Gezin, Onderwijs en Landbouw, Jump (het jeugdfonds van de Nederlandse Hartstichting) en de gemeente Den Haag de hoofdsponsors van de Nationale Denktank zijn.