Stalterrorisme

De gevoelsmens werd ineens grieperig van zijn eigen gevoeligheid. Minstens een week verplichte rust, had de bevriende dokter gezegd. Eerst moet de koorts gaan liggen. Voetbal is geen leven waard.

En ook geen verraad?

Een griepje kan een beetje trainer niet van het veld houden. Stress hebben ze allemaal, langs de lijn. Dus was er eigenlijk weinig aan de hand met Willem van Hanegem. Een dubbel sjaaltje, en vooruit met de geit. Tijdens de rust desnoods nog een paar neusdruppels. Het voordeel van zo’n hokkerige dug-out is ook dat je als trainer dicht tegen je assistent aan kan schurken. Je houdt elkaar moeiteloos op temperatuur, zoals geliefden in Siberië doen.

Van Hanegem bleef ziek. Te ziek om te communiceren. Halverwege de week gooide zijn vrouw er een tekstje uit voor de website van FC Utrecht. Om te melden dat Willem volledig achter de kaalslag van het poujadistische bestuur staat. En dat hij erg veel zin heeft om weer aan de slag te gaan. Hij mist het gras.

De Kromme.

In stille collaboratie met bestuur en farfelue geldschieter van FC Utrecht had Van Hanegem zijn vier assistenten er uit gewerkt. Per donderslag bij heldere hemel. Een doodschop van achteren. Dat hij op zijn 64ste nog zo gemeen kon zijn, had hij zelf niet verwacht. Daar moest een traantje aan te pas komen, wist hij als geboren populist. En dus huilde hij John van Loen tegemoet, net voor de grote verdwijntruc. Het volk moest weten dat de hoofdcoach emotioneel een wrak was, na de liquidatie van zijn assistenten. Van matennaaiers was hij zijn levenlang al allergisch geweest.

Nu dan even niet.

Met overjarige volkshelden loopt het altijd slecht af. Uiteindelijk raspen ze zelf hun legende in opspelende kwaaltjes van de erfzonde. Ineens zie je hoe vrekkig ze zijn, hoe onbetrouwbaar in vriendschappen, hoe lomp in het egoïsme. Van Hanegem was lang een merk in het Nederlandse voetbal, een soort volkssoevereiniteit in zijn eentje. Niet een man die zich laat bevlekken met franje van patsers en yuppen. Al even rectaal van oneliner als Rita Verdonk. In alles wat hij zei, schemerde de heibel van nurkse volkstuindialoogjes. Zijn botheid was hem vergeven, want: gevoelige jongen, toch?

Dat was het beeld.

Van Hanegem werd gekoesterd door zowat alle anti-establishmentclubjes hier te lande. In sommige kringen was zijn dwarse gestamel verheven tot cult. Zelf vond de gevierde ook dat hij thuis de grappigste is. Zo niet toch de meest aanspreekbare van elitaire gezelschappen. Wat minder doorzien werd, is dat Willem een flinke, zij het goedaardige, scheut Wilders in het bloed heeft. Hij mag graag de massa voor- ennakwijlen. Echte supporters, zou hij zelf zeggen.

Insiders geven minder hoog op over het sociale raffinement van De Kromme. Dick Advocaat, om er een te noemen, is diep teleurgesteld in zijn voormalige assistent bij het Nederlands elftal. Toen de bondscoach in Portugal tot het vuurpeloton van de media was geroepen, zette De Kromme graag een stapje opzij. Zijn vermeende loyaliteit bleek een kaas met gaten te zijn. Stiekem hielp hij zelfs mee aan de afbladdering van Dickie. Tussen de schuifdeuren, uiteraard. Het was niet eens een kwestie van autonome dissidentie, het was een voorschot op een ongeschonden blazoen.

De Kromme speelt graag Joe de loodgieter, maar hij heeft zichzelf geritualiseerd. Alleen al dat zwijgen van hem is pure pose. En lafheid. Hij kan sneren bij het leven, maar altijd in afwezigheid van het slachtoffer. Hij voelt zich na een wedstrijd te goed om de pers te woord te staan, maar vanuit zijn ziekbed kon er nog wel een column af – nou ja, column? – om zijn eigen hypocrisie alsnog een jurkje aan te passen. Als het uitkomt, maakt hij graag gebruik van de zo gehate media.

Alles is dubbel bij Willem.

Dubbelheid hoort tot de mores van het voetbal. Maar vier levenslustige jongens – de hele staf – het brood uit de mond roven zonder enige aanzegging is niet meer te duiden door sociale schizofrenie. Dat is des varkens. Stalterrorisme.

En waar is nou het volk? Waar het hart van de doordesemde sociaal-democraat? Waar de ‘Hand in hand, kameraden’?

In u, meneer, kan ik geen waarheid ontdekken. Doe er verder maar het grondeloze zwijgen toe. Niet een weekje, járen graag! Eeuwen mag ook.