Schoothond wordt keffertje

Acht jaar Bush heeft de relatie tussen Nederland en de VS vertroebeld. Maar de trans-Atlantische band kan wel een stootje hebben. „In de kern is hij stabiel.”

Het beeld was veelzeggend. Premier Balkenende, dit voorjaar op afscheidsbezoek bij de Amerikaanse president Bush. Zijn blik had haast iets belerends. Heel anders dan vijf jaar eerder toen hij voor het eerst zijn opwachting bij Bush maakte en al knipmessend diens werkvertrek betrad. „Yes Mister president, thank you Mister president”, klonk het toen onderdanig. En nu? „Natuurlijk waren er meningsverschillen”, sprak Balkenende ferm. „Maar als vrienden kon je samen aan oplossingen werken.” Dit keer was het zijn gastheer die deemoedig knikte.

Is er nog één politicus in Europa die het opneemt voor de Amerikaanse president Bush? Nog even en dan is het gelukkig voorbij, is bijna algemeen de verzuchting onder Europese politici. De broodnodige verbetering van de betrekkingen, een wens die al dateert van ruim voor de recente dramatische ontwikkelingen op de financiële markten, schreeuwt om nieuwe leiding in Washington, is het breed gevoelen. Obama of McCain maakt niet uit. Zolang het maar niet George W. Bush is.

De Bush-jaren hebben de publieke opinie in Europa ten aanzien van de Verenigde Staten drastisch veranderd, zo blijkt uit eind september gepubliceerd onderzoek. In 2002 vond 64 procent van de Europeanen een leidende rol voor de Amerikanen in de wereldpolitiek wenselijk. Dit jaar is nog maar 36 procent die mening toegedaan.

Amerika is in Europa omstreden. Zelfs in Nederland, dat altijd zegt zo’n bijzondere band met de Verenigde Staten te hebben. Nederland heeft een ambivalente houding. Slechts een kwart van de Nederlandse ondervraagden vindt dat de samenwerking tussen de Amerika en Europa hechter moet worden. Een percentage dat nog onder het Europees gemiddelde ligt. Weinigen willen de band met de Verenigde Staten echt doorsnijden, als dat al zou kunnen. Oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot: „Iedereen weet donders goed hoe de macht in de wereld verdeeld is en in welk kamp men wil horen.”

De meeste Europese politici van betekenis hebben vroeg in hun carrière wel eens door de Verenigde Staten getrokken. Dat gebeurde in het kader van de diverse ‘visitorprograms’ die het land kent. Het 29-jarige gemeenteraadslid Jan Peter Balkenende uit Amstelveen toerde in 1985 door de Verenigde Staten. Hij had er de ook 29-jarge burgemeester van het Franse Neuilly-sur-Seine, Nicolas Sarkozy, kunnen tegenkomen. Sarkozy maakte een soortgelijke reis.

De Deense premier Rasmussen, de vorige premier van België, Guy Verhofstadt, de Britse premier Gordon Brown, de Zweedse premier Fredrik Reinfeldt, allen hebben een grotendeels door de Amerikaanse overheid betaalde studiereis door de VS gemaakt. Dat geldt voor 14 van de 27 EU-regeringsleiders of staatshoofden, zo blijkt uit onderzoek van Giles Scott Smith, die aan het Roosevelt Study Centre in Middelburg is verbonden. „Het gaat niet om manipulatie”, zegt hij. „Iedereen is vrij om zijn eigen programma in te vullen. Maar het creëert wel een bepaalde mindset. De politicus die wordt geselecteerd, kan dat als een eer beschouwen. Het betekent dat de Amerikanen toekomst in zo iemand zien.”

Amerika. Wie wil het land niet beter leren kennen. Dit weekeinde vertrekt onder leiding van ex-premier Wim Kok een 33 leden tellende groep mensen uit bedrijfsleven en (semi)overheid naar Washington om de presidentsverkiezingen van nabij mee te maken. Het gaat om de ‘Presidential Election Week’ het vierjaarlijkse hoogtepunt van het in Rotterdam gevestigde Atlantic and Pacific Exchange Program.

Deze week al vloog een groep van 200 geïnteresseerden naar Washington in het kader van een door de uitgever van deze krant georganiseerde en uitverkochte verkiezingsreis. Van Limburg tot Groningen liggen winkels vol met boeken over de verkiezingsrace. De media in Nederland besteden al maandenlang eindeloos veel aandacht aan de slag om het Witte Huis. Terwijl de voorrondes in de Democratische partij ruimschoots werden belicht, was er voor de Italiaanse parlementsverkiezingen die tegelijkertijd plaatsvonden, slechts minimale aandacht. Zo zijn blijkbaar de verhoudingen. Amerikaanse verkiezingen zijn kennelijk ook een beetje ‘onze’ verkiezingen.

Er is natuurlijk de historische band. „Niet Engeland maar Nederland is de moeder van Amerika”, hield het populaire blad Ladies Home zijn miljoenen lezers in 1903 voor. Martin van Buren, de achtste president van de Verenigde Staten die het land van 1837 tot 1841 leidde, had Nederlands als moedertaal. Volgend jaar zal op diverse plaatsen gevierd worden dat het 400 jaar geleden was dat Henry Hudson met het VOC-schip De Halve Maen aanlegde op Noten Eylant, beter bekend als Governers Island voor de kust van Manhattan. Ter voorbereiding op de komende festiviteiten plantten premier Balkenende, minister Verhagen en staatssecretaris Timmermans, benoemd tot ceremoniemeester van de herdenkingsfestiviteiten, eind september een notenboom op het eiland van Hudson. Waarmee de relatie tussen Nederland en Amerika nog eens extra moest worden gesymboliseerd.

Een relatie die tegenwoordig vooral door Nederland wordt benadrukt. „Je moet nuchter zijn. De Amerikanen hebben zoveel bijzondere bondgenootschappen”, zegt hoogleraar internationale betrekkingen Alfred van Staden. „Nederland heeft echt niet zo’n prominente plaats. Zoveel strategische waarde hebben we niet. Misschien dat we van alle kleine landen bovenaan staan.”

Elke diplomaat in Nederland is opgegroeid met de allesbepalende transatlantische band met de VS. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is „doordesemd van de Atlantische gedachte”, heet het in Den Haag. In de praktijk komt die doctrine er op neer dat Nederland naast de Europese samenwerking altijd ook een aparte band met de Verenigde Staten wil onderhouden als tegenwicht tegen de grote landen in Europa. „Nederland had tijdens de Koude Oorlog behoefte aan rugdekking vanuit de Verenigde Staten. Als een soort levensverzekeringspolis tegen grote mogendheden als Frankrijk en Duitsland”, zegt hoogleraar Van Staden.

De 70-jarige Ben Bot was voor zijn ministerschap al een leven lang als ambtenaar in diverse functies aan het ministerie van Buitenlandse Zaken verbonden. Hij begon onder Luns („een Atlanticus pur sang”) en was eind jaren tachtig secretaris-generaal op het departement. „Op Buitenlandse Zaken is altijd gezegd dat de Atlantische band cruciaal is voor het overleven van Europa. We zijn namelijk te verdeeld om een schok van welke aard dan ook alleen te kunnen dragen.”

Voor hem betekent een uitgesproken keuze voor Amerika niet automatisch een keuze tegen Europa. „De westerse wereld bestaat uit twee delen: Europa en Amerika. Als we maar gezamenlijk optrekken, kunnen we de problemen beter aan”, zegt hij. Elders in Europa is dat minder evident. Zeker voordat Sarkozy aan de macht kwam, was in Frankrijk de keuze voor Europa impliciet een keuze tegen Amerika.

Een „theologisch debat”, zegt men nu op Buitenlandse Zaken. Zo was het vroeger zeker niet. Groot was de paniek onder de ‘atlantici’ op het departement toen Hans van Mierlo, in 1994 net aangetreden als minister van Buitenlandse Zaken, zich liet ontvallen dat Den Haag zich in het vervolg meer moest nestelen „in de oksel van de Frans-Duitse as”. Hoe moest het dan verder met de band met de Amerikanen? Tot opluchting van de ambtenaren bleef het, zoals wel vaker bij Van Mierlo, bij niet meer dan een filosofische oprisping.

De transatlantische samenwerking en de Europese Unie zijn „de twee plechtankers” van de Nederlandse buitenlandse politiek, schreef CDA’er Jaap de Hoop Scheffer in 2003 toen hij minister van Buitenlandse Zaken was. Europa moest eens ophouden altijd maar te klagen over de Amerikaanse „hyperpuissance”. „Europa heeft zijn relatieve zwakte ten opzichte van de VS aan zichzelf te wijten”, schreef De Hoop Scheffer, die inmiddels dankzij de volle steun van de Amerikanen al vier jaar secretaris-generaal van de NAVO is.

In dezelfde tijd hekelde de huidige minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders, destijds Tweede Kamerlid voor de PvdA, de decennialange fixatie van Nederlandse regeringen op de Verenigde Staten. „Schoothondje van de Amerikanen”, noemde hij Nederland ooit. Dat had niets met anti-Amerikanisme te maken. Koenders vond Amerika, waar hij zelf had gewoond, „een plezierig land waar heel goed wordt nagedacht over buitenlandse politiek”, zei hij tegen weekblad Intermediair. „Maar wij hebben geen enkel zelfrespect. Het is een illusie om te denken dat je invloed krijgt als je het snelste bent met troepen, het eerste zegt dat een VN-resolutie niet nodig is. Waarom wordt nooit eens zelfverzekerd met partners in Europa gekeken waar nu echt onze eigen belangen liggen?”

De relatie tussen Nederland en Amerika is niet eenzijdig. Ook de Verenigde Staten hebben belang bij bondgenoten, zegt Ben Bot. „Het machtsdenken in dat land is heel belangrijk. Niet voor niets wordt Amerika vaak vergeleken met Rome. Het is een machtsblok dat partners nodig heeft. Nederland is een kleine bondgenoot en krijgt voor de Amerikanen een dekmantelfunctie. We doen mee in Irak en Afghanistan. Zo’n fatsoenlijke bondgenoot als Nederland geeft dan iets van een morele rechtvaardiging. Het gaat niet om de inhoud, want die 1.200 of 1.400 soldaten van ons vallen in het niet bij wat de Amerikanen leveren. Maar het geeft wel een zekere sign of approval. Denk maar aan die onfortuinlijke Nederlandse kolonel die ten tijde van de Irakoperatie in het Amerikaanse hoofdkwartier Qatar tijdens een persconferentie op het podium werd neergezet. Daarmee werd naar de buitenwereld het fatsoen van de operatie getoond. Het betekent dat je een interventie ook anders kan verdedigen dan uit alleen machtspolitiek. Hier komt een brigade van weldoeners die de situatie netjes recht wil trekken.”

Los van de diplomatieke kant van de zaak geldt voor Nederland nog de economische band met de Verenigde Staten. Volgens de meest recente gegevens van het Amerikaanse ministerie van Handel was Nederland vorig jaar met 210 miljard dollar de vierde buitenlandse investeerder in de Verenigde Staten, direct achter Canada (213 miljard dollar), Japan (233 miljard dollar) en Groot-Brittannië (410 miljard dollar). De Nederlandse export naar de VS bedroeg vorig jaar 17,2 miljard euro, oftewel 6,2 procent van de totale export. „Daarom investeren we ook in de bilaterale verhoudingen met de Verenigde Staten”, zegt minister Verhagen. „Veel van onze bedrijven zijn met elkaar verbonden.”

En dan is er de emotionele relatie. De Amerikanen zijn ‘onze’ bevrijders. Of, zoals de elf jaar na de Tweede Wereldoorlog in Limburg geboren Maxime Verhagen het verwoordt: ,Ik ben als kind vaak naar de Amerikaanse militaire begraafplaats in Margraten geweest. Mijn grootvader zat tijdens de oorlog in Buchenwald, mijn vader was ondergedoken. Hij nam me mee naar die graven en dan besef je opeens wat Amerika heeft gedaan om ons te bevrijden.”

‘Constructieve samenwerking tussen Europa en Noord-Amerika biedt de beste waarborgen voor de oplossing, althans gedeeltelijk, van belangrijke wereldvraagstukken”, zegt Van Staden. Daarvoor moet er volgens hem wel wat gebeuren in Washington want op dit moment is het „morele gezag van de Verenigde Staten zodanig aangetast dat een land zichzelf te schande maakt door zich in te verregaande mate te identificeren met de standpunten van Amerika.”

Bram Boxhoorn van de Atlantische Commissie zegt bij jongeren in toenemende mate „onverschilligheid” te bespeuren als het de Verenigde Staten. „Amerika is niet langer het rolmodel, niet meer het kompas. Jongeren trekken eerder naar Azië. Dat baart toch wel zorgen.”

De politiek van Bush heeft diepe wonden geslagen, ook in het anders zo loyale Nederland. „Ik wil niet bedonderd worden. En zeker niet door een bondgenoot”, zegt Hans van Baalen, nu nog buitenlandwoordvoerder van de VVD-fractie en volgend jaar lijsttrekker voor die partij bij de Europese verkiezingen. Hij was voor de inval in Irak, maar erkent nu dat de argumentatie voor die oorlog niet juist is gebleken. „Dat heeft toch wel een deuk in het vertrouwen gegeven.”

Oud-minister Bot is zeker zo teleurgesteld. Hij vroeg destijds aan zijn Amerikaanse ambtgenoot Condoleezza Rice en haar medewerkers hoe het zat met die verhalen over detentiekampen waar van terrorisme verdachte personen uit onder andere Irak en Afghanistan illegaal zouden worden vastgehouden. Hoe het zat met die geheime CIA-vluchten. „Niets aan de hand, hoe kom je erbij”, was het antwoord. Twee maanden later kwamen de Amerikanen daarop terug. Ontdaan van ministeriële verantwoordelijkheid zegt Bot nu: „Ik vind dat je als bondgenoot er van op aan moet kunnen als een minister jou privé bezweert dat iets niet waar is. Als zo iemand daar dan enkele maanden later op terugkomt, voel je je echt belazerd. Dat is misschien een sterk woord, maar dan denk je toch, wat vertelt zij mij nog meer niet? Misschien belazert ze de kluit wel opnieuw. ik moet niet meer het achterste van mijn tong laten zien, ik ga terughoudend reageren als ze iets willen. Het verzuurt de relatie.”

Bots opvolger Verhagen: „Ik ben altijd buitengewoon scherp en helder geweest over Guantánamo Bay. Vanaf de eerste gesprekken die ik met Condoleezza Rice heb gevoerd, heb ik deze kwestie aan de orde gesteld.” Hij is ervan „overtuigd” dat de verhouding in de toekomst gaat verbeteren, ziet zelfs onder de huidige regering al veranderingen. „Die biedt nieuwe kansen aan een volgende president en zijn regering om de transatlantische samenwerking verder te verdiepen.”

Tweede Kamerlid Van Baalen voorspelt dat ook Obama als president een beroep zal doen op de bondgenoten, inclusief Nederland, om de strijd in Afghanistan niet alleen aan de Amerikanen over te laten. Hoogleraar Van Staden gaat nog een stap verder. „Als de bondgenoten zo’n Amerikaanse oproep niet beantwoorden, kan dat wel eens een zeer onaangename ontknoping krijgen. Dan hebben we het over de levensvatbaarheid van de NAVO.”

Minister Verhagen zegt al contact te hebben gehad met de buitenlandteams van Obama en McCain. „Het is evident dat de ene president een ander buitenlandbeleid zal voeren dan de ander, maar de grondwaarden blijven dezelfde. De behoefte om meer gezamenlijk op te trekken en te investeren hoor je bij beide zeer duidelijk.”

Ben Bot: „Na acht jaar Bush is het hoog tijd dat daar in Washington veel stoepen worden schoon geveegd. De verhouding met de Verenigde Staten is al sinds 1945 bumpy en zal dat blijven. Maar in de kern is ze stabiel.”