Schaatsers mijden 'grijs gebied' in de eerste bocht

Schaatsers worden vanaf dit seizoen gediskwalificeerd als zij ‘afsnijden’. Na een aantal trainingen zijn de meeste schaatsers gewend aan de strengere regels, zo blijkt bij de NK afstanden.

Bij de start van de 5.000 meter vlogen gisteravond opmerkelijk weinig blokjes over het ijs van Thialf. De schaatsers blijken zich voor de NK afstanden in Heerenveen goed te hebben aangepast aan de aanscherping van de regels voor het ‘insnijden’ van de bocht: wie na de start zijn schaats dwars door de blokjes tussen de binnenbaan en de buitenbaan walst om sneller op gang te komen wordt met ingang van dit seizoen direct gediskwalificeerd.

Terecht, zegt Erben Wennemars zonder omhaal. „Die blokjes liggen er niet voor niets. De schaatsers zijn de grenzen gaan opzoeken. De scheidsrechters hebben dat geanalyseerd en geconcludeerd dat er wel erg veel misbruik van wordt gemaakt, dat het grijze gebied wel erg vaak wordt opgezocht. Ze willen een statement maken: als je het één keer doet, ben je gediskwalificeerd.”

Wennemars kan zich niet voorstellen dat schaatsers het halve metertje in de baan van een ander nog zullen ‘pikken’. „We weten het nu allemaal. Dus als je je laat diskwalificeren is het eigen dikke schuld.”

Toch houdt de strengere naleving van de regels de schaatsers bezig, zegt Wennermars’ ploeggenoot Sven Kramer, die gisteravond geheel volgens de verwachting voor de derde keer op rij nationaal kampioen werd op die 5.000 meter. „Het leidt toch af.” De regerend Europees- en wereldkampioen trainde de afgelopen weken zelfs speciaal op de start in de buitenbaan op de 5 en de 10 kilometer, waar de startlijn vlak voor de eerste bocht ligt. „Normaal start je een beetje aan de buitenkant van de baan en klap je een paar keer door die blokken heen. Dan kun je nog een paar rechte slagen maken voor de bocht. Dat kan niet meer. Je start nu helemaal aan de binnenkant, je rijdt zo lang mogelijk door totdat je de bocht in ‘valt’.”

De regels bestonden al sinds 2006, maar de scheidsrechters van de internationale schaatsunie (ISU) kwamen begin oktober in het Zwitserse Thun tot de conclusie dat het schortte aan de handhaving. Dat geldt niet alleen voor het overschrijden van de lijn tussen de binnen- en de buitenbaan, ook sprinters die na een snelle binnenbocht ‘uitwaaieren’ in de buitenbaan en daar te lang blijven schaatsen liggen er vanaf dit seizoen uit. „Als de tegenstander wordt gehinderd volgt diskwalificatie. Die regel bestond al”, stelt scheidsrechter Jan Augustinus. „Daar is bijgekomen dat de schaatser zo snel mogelijk weer naar zijn eigen baan terug moet gaan.”

Waarschuwingen tegen het ‘insnijden’ van bochten werden in het verleden wel gegeven, maar uitsluitingen bleven zeldzaam. Het meest recente slachtoffer was begin dit jaar Diane Valkenburg tijdens de finale van de wereldbeker in Heerenveen. Tot haar stomme verbazing werd ze uit de wedstrijd genomen omdat ze volgens de scheidsrechter maar liefst zes keer een bocht zou hebben ingesneden. Tijdens de race was ze gewaarschuwd via haar coach, Aart van der Wulp, maar dat had ze niet gehoord. Ireen Wüst ontving in diezelfde wedstrijd ook een waarschuwing, maar daar bleef het bij.

Chad Hedrick verspeelde in 2006 een wereldtitel door in een bocht snel over de blokjes te stappen nadat hij erachter was gekomen dat hij op de kruising van baan had moeten wisselen.

Opmerkelijk is dat schaatsers en publiek niet direct worden ingelicht als de scheidsrechter een overschrijding van de bochtmarkering vaststelt. Dat gebeurt pas na de race. Wel krijgt de coach van de betrokkene direct te horen dat de schaatser wordt gediskwalificeerd. Die kan de schaatser dan desgewenst van het ijs te halen.

Ondanks waarschuwingen voor bosjes diskwalificaties leidde de strengere regel gisteren niet tot problemen, stelde bondscoach Wopke de Vegt tevreden vast. „Iedereen heeft zich aangepast. We hebben direct alle trainers op de hoogte gebracht toen de ISU het bekendmaakte. Bij de wereldbeker zullen we zien of dat in andere landen ook is gedaan.”

Bij de strengere regels kwam er ook goed nieuws voor de schaatsers: het aantal blokjes op het ijs is sterk verminderd. Op het rechte eind zijn ze verdwenen, in de bochten liggen ze nu om de twee meter, waarmee de kans dat de schaatser erop stapt is gehalveerd.