Rust roest

Ze waren ooit armer dan ratten, Wim van Klaveren (78), Dries Sloof (73) en Toon Schuurmans (78). Allemaal boksen ze vanaf hun twaalfde, het was een sport die weinig kostte. Iedereen bokste in de Rotterdamse volksbuurt Crooswijk. Bokshandschoenen waren op de club verkrijgbaar, een onderbroek van vader met daaroverheen een zwembroek om hem op te houden en Batagympen, die maar één wedstrijd meegingen, maakten het zaakje af. Zwemmen was ook gratis, in het open riool dat de Kralingse Plas toen geweest moet zijn. Er werd viermaal in de week stevig getraind en elke dag hard gelopen in het Kralingse Bos. Boksen was destijds een volkssport, er was een bloeiende landelijke competitie en de mogelijkheid om er als (semi)beroeps wat geld mee te verdienen. Toon werd prof en Nederlands kampioen, Dries traint de clubleden van Boksclub Crooswijk en geeft gastlessen op scholen. De gouden tijden van het boksen zijn (voorlopig) voorbij, spectaculairder ogende vechtsporten zijn nu populair. Wim, Dries en Toon trainen twee maal in de week, ze stoten en zetten fanatiek maar niet meer tegen elkaars hoofd. Het drietal loopt nog wel eens een rondje en rookt na afloop tevreden een shagje of sigaar. Ze waren ooit veder- of weltergewicht en zijn allen in de zwaargewichtklasse beland. Kunnen nog steeds slecht tegen hun verlies, vinden nordic walking te belachelijk voor woorden en Sugar Ray Robinson de mooiste en beste bokser ooit.

Dit is de vijfde aflevering in een serie over sporten op leeftijd.