Rechtsbijstandverzekeraar verlangt kans op succes

Ouders wier baby uit huis werd geplaatst deden vergeefs een beroep op rechtsbijstandverzekeraar DAS. Was het kansloos?

Een van de argumenten om te bezuinigen op gesubsidieerde rechtshulp, is dat veel mensen een rechtsbijstandverzekering hebben – volgens het Verbond van Verzekeraars 40 tot 60 procent van de huishoudens. Maar keert een rechtsbijstandverzekering wel altijd uit?

Twijfel hierover werd gevoed door het verhaal in deze krant over de baby Hendrikus, afgelopen week. Het jongetje werd een dag na zijn geboorte weggehaald bij zijn zwakbegaafde ouders. De hoorzitting bij de kinderrechter moesten de ouders bijwonen zonder advocaat. Verzekeraar DAS wees hun verzoek om rechtshulp af omdat de zaak ‘kansloos’ was. Zie je wel, zeiden tegenstanders van de bezuinigingen, dit krijg je als je de rechtshulp overlaat aan verzekeraars.

Volgens advocaat en hoogleraar Geert-Jan Knoops heeft DAS „voorbarig” en „onzorgvuldig” gehandeld. „Ik vind het opmerkelijk dat men een zaak kansloos noemt terwijl het onderzoek nog moet worden gedaan. Tegelijk wist DAS dat het ging om mensen met een verstandelijke beperking. Gelet daarop, en op het grote belang, had men in ieder geval enig advies moeten geven.”

Hoofd juridische diensten Jan Moerland van DAS benaderde de krant om, na een eerder beroep op de geheimhoudingsplicht, alsnog uitleg te geven. Volgens Moerland is het beeld ontstaan dat het de schuld van DAS is dat Hendrikus is weggehaald bij zijn ouders. Dat klopt niet, zegt hij. „Het is de verantwoordelijkheid van de overheid te zorgen dat iedereen toegang heeft tot rechtshulp. Rechtsbijstandsverzekeraars hebben daar niets over te zeggen.”

Krijgt u veel kansloze zaken?

„Heel weinig. DAS krijgt per jaar 93.000 verzoeken. Een héél klein percentage is kansloos. En als dat ons oordeel is, kan de klant op onze kosten naar een willekeurige advocaat stappen voor een second opinion. Als die advocaat nog mogelijkheden ziet, is dat een bindend advies. Dan gaan wij het alsnog doen.”

Nam uw jurist in de zaak-Hendrikus een juiste beslissing?

„Ja. Op het moment dat dit verzoek bij ons binnenkwam, was het kind al voor een periode van vier weken uit huis geplaatst. Het verzoek daartoe was ingediend door de Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter had een voorlopige voorziening getroffen. De jurist oordeelde dat het zeer onwaarschijnlijk was dat de rechter dat nog terug zou draaien. In de polisvoorwaarden staat dat er een redelijke kans op succes moet zijn, willen we rechtshulp verlenen. Maar deze zaak hangt niet op deze ene beslissing. Er vindt onderzoek plaats. Als de definitieve uitspraak van de rechter er is, gaan we die mensen helpen. Dat hebben we hun ook verteld.”

U zegt nu: niet de hele zaak is kansloos, maar dat ene stapje dat al gezet was toen de zaak bij u kwam.

„Ja. Maar laten we eerlijk zijn: Het is wel kort door de bocht gegaan. We hebben dat strak gecommuniceerd. Daar zijn we ongelukkig mee. We vinden dit een heel nare geschiedenis voor de klanten.”

Deze klanten zijn zwakbegaafd. Moet u hun dan niet juist wat extra begeleiding geven?

„Dat is een lastige vraag. Dit is een heel bijzonder geval. Maar dat maakt de inhoud van de beslissing niet anders. Anders zouden er wel meer zaken zijn waarvan je je af zou kunnen vragen of je geen uitzondering zou moeten maken.”

De zaak-Hendrikus heeft niets te maken met de bezuinigingsvoorstellen van staatssecretaris Albayrak, benadrukt Moerland ten slotte. „Het familierecht valt buiten dat voorstel. In familierechtzaken blijft de aanspraak op gesubsidieerde rechtshulp ongewijzigd.”

Lees over baby Hendrikus op nrc.nl/binnenland