Rechtbank: celstraf voor fraude bij VWS

Drie van de zes verdachten in een omvangrijke fraudezaak waarbij het ministerie van VWS bijna 22 miljoen euro kwijtraakte, zijn onlangs door de rechtbank in Den Haag veroordeeld tot celstraffen van respectievelijk 42 maanden, twee jaar en één jaar wegens valsheid in geschrifte en oplichting. Drie medeverdachten zijn vrijgesproken.

De zestigjarige hoofdverdachte Van R. uit Zeist zorgde als bestuurder van een stichting voor bankgaranties van het ministerie, waarmee hij aanzienlijke sommen kon lenen bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Dat gebeurde tussen 2001 en 2003.

Deze leningen, bedoeld voor projecten in de gehandicaptenzorg, werden niet afgelost, waarna de bank alarm sloeg. VWS heeft nog geen idee waar de verdwenen miljoenen euro’s zijn gebleven. Het geld werd na ontvangst direct overgeboekt naar stichtingen en bv’s en verdween daarna uit het zicht.

De verdachten hebben lang in voorarrest gezeten. VWS-ambtenaar Van H., die de garanties verstrekte waarmee Van R. kon gaan lenen, kreeg een jaar cel met aftrek. In ruil voor de garanties, zo staat in het strafdossier, zou Van H. weer financiële tegemoetkomingen ontvangen van Van R. en zijn penningmeester V. Ambtenaar Van H. heeft zijn rol in het geheel altijd ontkend.

De rechtbank neemt het de verdachten zeer kwalijk „dat zij misbruik hebben gemaakt van een regeling voor financiering van zorginstellingen voor een kwetsbare groep als gehandicapten en zij hierdoor uiteindelijk de samenleving hebben benadeeld”.