Ontzettend

De hond is al 30.000 jaar metgezel van de mens.

Een wolvenschedel uit de prehistorische Goyet-grot in België, die vol lag met gebruiksvoorwerpen uit de Late Oude Steentijd, is in werkelijkheid van een grote hond. En voor een hondenschedel is hij verrassend oud: 31.000 jaar oud, midden uit de Laatste IJstijd. Met deze vondst is het oudste fossiele bewijs voor de domesticatie van de wolf tot hond in één klap twee keer zo oud geworden. Dat schrijft een team van onderzoekers onder leiding van de Belgische paleontoloog Grietje Germonpré in een artikel dat gepubliceerd wordt in het Journal of Archaeological Science. Het staat al op de website van het tijdschrift.

Cruciaal voor de identificatie als hond vormde de relatief korte en brede bek van de Goyet-schedel. Uit isotopenonderzoek van het botmateriaal blijkt dat de hond waarschijnlijk leefde van paarden- en bisonvlees.

Samen met de Belgische schedel zijn ook 10 andere prehistorische ‘wolven’-schedels onderzocht. Die zijn vergeleken met 5 zekere prehistorische hondenschedels en 18 schedels van de twee moderne hondenrassen die genetisch en in uiterlijk de oudste eigenschappen lijken te hebben (de Siberische husky en de chowchow), met 35 andere moderne hondenschedels en met 48 moderne wolvenschedels. In totaal zijn 117 schedels nauwkeurig opgemeten. Twee andere, Oekraïense prehistorische schedels die altijd als wolven waren getypeerd, bleken ook afkomstig van honden, beide ongeveer 15.000 jaar oud. Onder de ‘wolvenschedels’ in de musea en archeologische depots zitten dus veel hondenschedels verborgen.

In de eerste reacties op de vondst, op serieuze blogs als anthropology.net, wordt vooral benadrukt dat er nog maar één hondenschedel is ontdekt die veel ouder is dan gedacht. Als de domesticatie inderdaad 30.000 jaar geleden begon, zou je er toch meer verwachten. Die kunnen nog komen, maar bij de kleine Europese mensenpopulaties in de IJstijd (niet heel veel meer dan enkele duizenden) is een enorme hondenpopulatie (en dus veel fossielen) niet te verwachten. Buiten Europa is niet veel opgegraven.

ONTMASKERD

De nieuwe schedel is wel een héél stuk ouder. De oudst bekende betrouwbare hondenfossielen waren tot nu toe een 14.000 jaar oude kaak uit Duitsland en een ongeveer 15.000 jaar oude schedel uit het Russische Eliseevichi (even oud dus als twee van de drie nu als hond ontmaskerde schedels). Op grond van die fossielen (en dna-analyses) werd de laatste jaren dan ook verondersteld dat de domesticatie van de hond zo’n 15.000 jaar geleden geschiedde: waarschijnlijk getemd door wolvenpups bij mensen op te laten groeien en met de tamste verder te fokken.

Uit een uniek fokexperiment met vossen in Rusland bleek een paar jaar geleden hoe snel selectie op tamheid ook bij vossen typische hondeneigenschappen kan laten ontstaan (Current Biology, 29 april 2005). Vijfenveertig jaar lang mochten op een fokstation in Siberië alleen die vossen zich voortplanten die het minst bang voor mensen waren en niet naar hen beten. En nu kwispelen ze (doen wolven of vossen nooit), ze blaffen (idem) en ze begrijpen zelfs wat een mens bedoelt als die ergens naar wijst (daarmee hebben zelfs chimpansees moeite). Ook hebben ze rondere en kortere gezichten met slappe oren – allemaal typische hondenkenmerken. Daarmee zijn de vosjes nog geen bruikbare jacht- of waakhonden geworden maar de transformatie is wel verbluffend snel, en dat dankzij selectie op maar één kenmerk: tamheid.

BESTE VRIEND

Met de oude datum van 15.000 jaar geleden was de hond nog altijd het oudst bekende gedomesticeerde dier, maar de komst van de beste vriend van de mensheid zit dan nog altijd chronologisch dicht op de domesticatie van andere dieren. Volgens de laatste inzichten (zie archeobioloog Melinda Zeder in de Proceedings of the National Academy of Sciences van 19 augustus 2008) zijn de geit en het schaap al vanaf 12.000 jaar geleden gedomesticeerd. Dat is dus ongeveer gelijktijdig met de landbouwgewassen die het menselijk leven helemaal voorgoed hebben veranderd. De domesticatie van de hond was dan wel iets vroeger en nog duidelijk onderdeel van een jachtcultuur, maar lijkt toch in dezelfde trend te passen.

Met de nieuwe datering van de hondendomesticatie rond 30.000 jaar geleden is dat verband met andere domesticaties verbroken. En daarmee lijkt een oudere gedachte te herleven. Want nog niet zo lang geleden werd een veel eerdere domesticatie verondersteld, verwijderd van de klimaatturbulenties van het einde van de Laatste IJstijd en van het begin van het landbouwtijdperk 12.000 jaar geleden. In 1997 verscheen een mitochondriaal (‘mt’) genetische analyse van 162 wolven en 140 honden in Science (13 juni 1997) waarin een domesticatie vanaf 100.000 jaar geleden werd geconcludeerd (berekend op basis van mutatiesnelheid). Dat is ver voor de tijd dat de moderne mens (Homo sapiens, ontstaan circa 200.000 jaar geleden) echt modern gedrag ging vertonen, met geavanceerde werktuigen en kunstvoorwerpen. Die laatpaleolitische culturele revolutie gebeurde ongeveer 45.000 jaar geleden.

OOST AZIË

De datering op 100.000 jaar geleden werd weer verlaten toen een een mtdna-studie uit 2002 onder veel meer honden (654) leidde tot de conclusie dat de huishond Canis familiaris zo rond 15.000 jaar geleden was ontstaan. En waarschijnlijk in Oost-Azië.

Op zijn minst is dus nu in het Belgische Goyet een heel vroeg getemde wolf gevonden, maar waarschijnlijk moet het begin van de domesticatie van honden gewoon verder terug dan die 15.000 jaar geleden, aldus het onderzoeksteam in Journal of Archaeological Science. Tenslotte zijn in de Chauvet-grot, met de beroemde rotstekeningen van 30.000 jaar oud, óók hondachtige pootafdrukken gevonden, samen met kindervoetsporen.

DNA-onderzoek aan de Goyet-schedel leverde niet veel op: een tot nu onbekende mtDNA-variant. Maar dat is ook te verwachten bij zulke oude vondsten. Lang niet alle varianten blijven bestaan, misschien stammen alle huidige honden (tenminste voor hun mitochondriaal DNA) wel inderdaad af van een hond die circa 15.000 jaar geleden in Oost-Azië leefde. Maar dat hoeft helemaal niet de eerste hond te zijn. Zo is het bij mensen ook niet. De oudste Homo sapiens-fossielen zijn 200.000 jaar oud, maar de oudste ‘mitochondriale voorouder’ (‘mitochondrial Eve’) wordt meestal op 150.000 jaar geleden gedateerd. Veel mtDNA-lijnen verdwijnen. Vorige week nog zette het Journal of Archaeological Science alweer een andere hondenstudie online waaruit blijkt dat onder neolithische honden in Frankrijk (circa 6.000 jaar oud) mtDNA-varianten gebruikelijk waren die nu amper voorkomen in Europese honden.

Een verwarrende factor in het genetisch onderzoek is ook nog dat er altijd vermenging is geweest tussen honden en wolven (‘aan de rand van het bos’). Maar van de oude variatie in wolfsgenen is weinig meer over na de ineenstorting van de wolvenpopulatie in de laatste eeuwen.