Nederland en de crisis Simon Kuper column

Ik was een tijdje niet meer in Nederland geweest toen ik in Middelburg uit de bus stapte. Het was zo’n beetje de laatste zomermiddag, en buiten het middeleeuwse stadhuis (recentelijk gekozen tot één na mooiste gebouw van Nederland) zaten mensen op terrasjes cappuccino’s te drinken. Een paar uur later zat de stadsschouwburg vol met welvarende burgers, die hadden betaald om anderen te horen voorlezen. Toen de Iraanse intellectueel Afshin Ellian uit Afghanistan naar Nederland vluchtte, en in Apeldoorn dergelijke scènes zag, dacht hij: ‘Hier heerste vrijheid. Wij hadden ervoor gevochten, maar we hadden het nooit gezien.’ Ik kwam echter uit Parijs, waar de vrijheid min of meer is uitgevonden, en dacht dus in Middelburg: ‘Hier heerst welvaart.’ En ondanks alles blijft dat zo.

Naast mij op de schrijftafel ligt The Economist, met op de voorpagina een tekening van een man die aan de rand van een afgrond staat. ‘World on the edge’, roept het blad. Wall Street bestaat amper nog. Banken verdwijnen. Half Europa lijkt in recessie. Overal stormt het, maar bij aankomst in Middelburg waan je je in een warme huiskamer. Volgens de tabellen achterin The Economist scoort Nederland beter op inflatie, werkeloosheid, voorspelde economische groei, handelsbalans, enzovoort dan bijna alle andere West-Europese landen of de VS. Hoe kan zo’n genetwerkt land zo weinig last hebben van de wereld?

Al veertien jaar schrijf ik voor de Financial Times, en Nederland is het gedroomde land dat onze hoofdredactionele stukjes altijd beschrijven. Als je een land moest ontwerpen voor het tijdperk van globalisering, dan kwam je op Nederland uit:

- Bijna geen fabrieken, die toch maar door de Chinezen zouden worden weggeconcurreerd.

- Engelssprekend. Deze zomer lanceerde Frankrijk een utopisch plan om ooit alle Franse kinderen tweetalig te maken, maar in Middelburg zetelt de Engelstalige Roosevelt Academy al jaren in het stadhuis.

- Werknemers die je makkelijk parttime kunt aannemen, en (voor West-Europese begrippen) makkelijk kunt ontslaan.

- Banken die voorzichtig lenen.

- Kennis van de wereld, zoals laatst weer bleek toen het Nederlands establishment stilletjes de buitenlandse islamitische woede op Geert Wilders onschadelijk maakte.

- Weinig angst voor buitenlandse investeerders. De schaarse Italiaanse belastingbetalers moesten Alitalia tegen een buitenlandse redder beschermen, maar in Nederland werd de KLM gewoon met Air France gefuseerd.

- Weinig armen. Nederland heeft geen subprimes mede omdat weinig Nederlanders subprime zijn.

Daarbij komen de eeuwige Nederlandse regeringscoalities, die verhinderen dat een extreemrechtse machthebber à la George Bush al het geld richting de rijken kan sluizen, of dat een extreemlinkse als de vroege François Mitterrand met desastreuze nationalisaties experimenteert.

Desondanks bestaat het afgrondsdenken ook in Nederland. Omdat er nu eenmaal Nederlandse media bestaan, en Nederlandse burgers die weleens over Nederland nadenken, krijg je bij een affaire als die van Fortis (of bij het lastigvallen van ambulances in Amsterdam) soms de indruk dat er iets heel belangrijks aan de hand is. Dat is natuurlijk niet zo. De gemiddelde Amerikaan moet nu zo’n 1.700 euro betalen om Wall Street te redden. De gemiddelde Nederlander betaalt 1.000 euro om zeer voordelig mede-eigenaar van Fortis en ABN-Amro te worden.

Er zal vast iets bestaan dat de rust in Middelburg zou kunnen verstoren, al schiet me even niets te binnen. In mei 1940 pletten Duitse bommen het stadhuis, maar van de schade is niets meer te zien.