MODE HUIS LANVIN

Oude modehuizen in de nieuwe tijd. Wanneer zijn ze ontstaan, wat maakt(e) ze zo bijzonder en wat of wie bepaalt hun huidige succes?

Beeld: De finale van de modeshow van Lanvin, voorjaarscollectie 2009, in Espace Eiffel te Parijs.

Toen: Het Franse modehuis Lanvin is in 1889 opgericht door ontwerpster Jeanne Lanvin (1867-1946), en is daarmee het oudste couturehuis van Frankrijk. Van oorsprong was ze een hoedenmaakster, maar al gauw werd de nogal bescheiden Jeanne Lanvin de ambassadrice van die typische Franse elegantie: simpel maar luxueus.

Het begon allemaal met de prachtige kleren die ze voor haar dochtertje maakte en die ze vervolgens ook leverde aan andere welgestelde meisjes. Al gauw vroegen de moeders om een volwassen kopie van de jurkjes die Lanvin voor hun dochtertjes creëerde. Samen met concurrente Chanel was Lanvin in de jaren twintig en dertig een van de invloedrijkste mode-ontwerpers. Haar erfenis: de robe du style, een jurk met wijde, aangerimpelde rok die net onder de taille begint en voor en achter vrij plat is. Flatterend voor elke vrouw, omdat hij de heupen en de buik camoufleert.

Na haar dood raakte het huis Lanvin langzaam in vergetelheid. Er waren ontwerpers die het mochten proberen – met als hoogtepunt de architectonische, sprookjesachtige collecties van Claude Montana eind jaren tachtig – maar door slecht management liep het steeds weer mis. Totdat de rijke Taiwanese Shaw Lan Wang het modehuis in 2001 kocht en Alber Elbaz engageerde voor de collecties. Hij mocht komen op één voorwaarde: Elbaz moest de erfenis van Jeanne Lanvin respecteren, maar het modehuis ook een moderne opleving bezorgen. De ontwerper had op zijn beurt ook een eis: hij wilde zich concentreren op het ontwerpen en niets te maken hebben met financiën en marketing.

Nu: De filosofie van Alber Elbaz (48) – geboren in Marokko, opgegroeid in Israël – luidt: kleding moet tijdloos zijn. Zijn aantreden bij Lanvin in 2002 kwam op het juiste moment. De modewereld nam afscheid van de sexy, over the top merkenhype en wilde simpele, ingetogen luxe. ‘Vrouwen hebben het tegenwoordig niet makkelijk’, zei Elbaz. ‘Ze mogen geen leeftijd hebben en ze moeten de hele dag perfect zijn, thuis, op het werk, bij hun schoonouders, bij hun ouders. Een ontwerper moet dat begrijpen. Ik vraag me af waar iemand zo’n duizend euro voor over heeft, in plaats van duizend centen.’

Sinds zijn komst is de omzet bij Lanvin verdrievoudigd en is het weer een van de beeldbepalende namen in de mode. Elbaz’ doel is schoonheid terug te brengen in de mode, in plaats van steeds maar weer het accent te leggen op seks. En hij doet dat in zijn eigen tempo. Dat maakt Elbaz een outsider. Hij is geen snelle, gladde figuur à la Tom Ford, maar een gezette, bijna verlegen man. Ontwerpen ziet hij als koken. Het is een kwestie van improviseren en iets hoeft niet perfect te zijn om toch lekker te eten. Daarom laat hij zomen weleens onafgewerkt, een kraag gekreukt, of gebruikt hij vale, gewassen stoffen. De Lanvin-klant zal er geen jurk minder om kopen.