McCain of Obama? Stemmen uit Roemenië, China, Jordanië en Turkije

Wie kiest de wereld als nieuwe president van Amerika? Volgens een wereldwijde peiling onder lezers van het Britse weekblad The Economist is Obama veruit favoriet. NRC Handelsblad vroeg de mening van opinieleiders uit vier windstreken.

Rami G. Khouri: Arabische wereld verwacht het meest van Obama

Barack Obama heeft mijn voorkeur als kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap. Niet zozeer uit inhoudelijk oogpunt maar vooral op grond van zijn persoonlijkheid. Inhoudelijk en beleidsmatig hebben de kandidatenduo’s voor het presidentschap en het vicepresidentschap een ietwat verschillende benadering van veel binnenlandse vraagstukken in de VS, maar in hun buitenlandse politiek lopen ze weinig uiteen – met uitzondering misschien van de bereidheid die Obama heeft uitgesproken om met Iran en andere vijanden te praten.

Maar deze uitzondering maakt wel het verschil, omdat ze een uiting is van de karaktertrekken en de stijl waardoor Obama in het algemeen zo aantrekkelijk is voor mij en zoveel anderen op de wereld. Hij onderschat niet de ernst van de situaties waarvoor de volgende Amerikaanse president zich overal ter wereld gesteld zal zien, maar hij benadert deze ook met een combinatie van eigenschappen die ik zeer verstandig en geruststellend vind. Die combinatie omvat vier basiselementen.

Zijn indrukwekkende kennis en intellectuele vermogens berusten niet alleen op zijn hoge opleiding, maar ook op zijn ervaringen in een wereld die is bepaald door multiraciale samenlevingen en interactie met samenlevingen buiten het benauwde provincialisme van de VS.

Ook zijn beheerstheid is indrukwekkend, want hij lijkt niet in paniek te raken van de giftige persoonlijke aanvallen die de afgelopen twee jaar op hem zijn afgevuurd, zowel door Republikeinen als door zijn Democratische rivalen. Hij heeft de meest kwaadaardige, racistische aanvallen te verduren gehad en deze genegeerd, ofwel intelligent en krachtig beantwoord.

Op terreinen waarop zijn directe ervaring beperkt is, zoals de buitenlandse politiek, vertrouwt hij op goede adviseurs en deskundigen, iets wat ook blijkt uit het bijzondere vermogen waarmee hij leiding heeft gegeven aan een verkiezingscampagne die in alle opzichten indrukwekkend en historisch is geweest. Hij weet gekwalificeerde mensen aan te trekken en hen samen te smeden tot een efficiënte organisatie die realistische doelen stelt en deze systematisch verwezenlijkt.

Dan is er zijn bereidheid open te staan voor mensen en landen wier mening hij niet deelt, teneinde vast te stellen welke problemen hen verdelen en oplossingen te zoeken die voor beide zijden realistisch en politiek aanvaardbaar zijn. Zijn bereidheid om te praten met de leiders of regeringen van Iran, Venezuela en andere landen die een gespannen relatie met de VS hebben, is de juiste aanpak, omdat de kwesties die hen verdelen allemaal kunnen worden opgelost door middel van serieuze diplomatie die streeft naar win-win-uitkomsten.

Obama spreekt mij vooral aan omdat hij zo scherp contrasteert met de huidige regering-Bush en het lichtelijk hysterische Republikeinse duo McCain-Palin. Obama straalt een zekere betrouwbaarheid uit die samenhangt met een gevoeligheid en menselijkheid waaraan het Bush-Cheney-McCain-Palin zo duidelijk ontbreekt. Daarbij gaat het veeleer om een weerspiegeling van zijn persoonlijkheid en gedrag dan om zijn beleidsvoornemens als zodanig.

Inzake het Midden-Oosten heeft Obama bijvoorbeeld dezelfde stevige pro-Israëlische opvattingen geuit als alle andere kandidaten, maar dat soort verkiezingsretoriek neem ik niet serieus. Elke Amerikaanse kandidaat voor een openbaar ambt moet sterke pro-Israëlische standpunten innemen, op straffe van een gegarandeerde nederlaag, nadat hij voor pro-Arabisch, of nog erger, antisemitisch is uitgemaakt. De verkiezingsretoriek over het Midden-Oosten is in de Verenigde Staten nooit serieus, omdat ze zich uitsluitend richt naar het binnenlandse gebod geen pro-Israëlische kiezers van zich te vervreemden, of het nu om Joodse of christelijke fundamentalisten gaat.

Het beste is dan ook de uitspraken van de kandidaten over Arabisch-Israëlische kwesties gewoon te negeren en in plaats daarvan te letten op die kanten van hun persoonlijkheid of hun beleidsvoornemens die misschien een nuttig inzicht bieden in hun mogelijke optreden als president. Naar verwachting zal Obama de werkelijke uitdagingen waarvoor de VS en de rest van de wereld zich gesteld zien realistischer en constructiever benaderen. Hij beseft dat een nadruk op militaire kracht en dreigementen jegens tegenstanders de bestaande spanningen meestal opkloppen en doen uitgroeien tot actieve conflicten, soms zelfs tot militaire confrontaties.

De regeerstijl van Bush-McCain-Palin stoot over de hele wereld mensen af die normaal gesproken vrienden en bondgenoten van de VS zouden zijn. Ten gevolge van Irak en de mondiale oorlog tegen het terrorisme is overal ter wereld een nieuwe generatie extremisten en militanten geradicaliseerd, niet alleen in het Midden-Oosten en Azië, maar ook in Europa en Afrika. Nog zorgwekkender voor de VS is dat zij in het grootste deel van de wereld inmiddels gerespecteerd noch gevreesd worden.

Zo zien we in het Midden-Oosten drie tendensen die erop duiden dat de huidige Amerikaanse aanpak van de buitenlandse politiek een mislukking is en averechts werkt: de VS zijn in de conflicten ter plaatse geen serieuze diplomatieke bemiddelaar meer; in veel binnenlandse ideologische conflicten, zoals in Libanon, Palestina en Somalië, zijn de bondgenoten van de VS verslagen door meestal islamistische vijanden; en in zes verschillende landen (Libanon, Irak, Afghanistan, Palestina, Pakistan en Somalië) zijn de pro-Amerikaanse regeringen – misschien niet helemaal maar toch wel grotendeels – afgestapt van de strijdwijze tegen de radicale moslims die Washington verkiest en in plaats daarvan langzaamaan overgegaan op coalitieregeringen of andere vormen van samenwerking met hun vroegere vijanden.

Obama lijkt in te zien dat dit niet alleen kan worden toegeschreven aan lokale problemen en verstoringen in de Arabisch-Aziatische wereld, maar ook aan een aantal aspecten van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Ik hoop dat hij de verkiezingen wint zodat wij de Verenigde Staten weer kunnen omarmen als een ware vriend en bondgenoot in onze gezamenlijke strijd voor fatsoen, waardigheid, democratie, welvaart en waarachtige soevereiniteit.

Chen Cun: China wacht af wie de Amerikanen kiezen als nieuwe Grote Broer

Ik ben er nog nooit geweest, maar omdat ik haast elke dag wel iets over Amerika hoor, lijk ik er toch heel erg vertrouwd mee te zijn geworden. Ik heb de Onafhankelijkheidsverklaring, ‘I have a dream’ en andere politieke klassiekers gelezen, heb veel Amerikaanse films gezien en houd van de schrijvers Mark Twain en Faulkner, en de dichter Whitman. Uit de Amerikaanse geschiedenis herinner ik me de namen van de presidenten Washington, Lincoln, Roosevelt en Kennedy. En super-Amerikaanse termen als NBA, google, FBI, VOA, Watergate, 9/11 en credit crunch lepel ik moeiteloos op. De interesse en het begrip van een Chinees voor Amerika is nou eenmaal veel groter dan die van een Amerikaan voor China.

Maar het blijft mij een raadsel wat voor verband er nou eigenlijk bestaat tussen dat dynamische land en mijzelf. Hier, vanaf de overkant van de oceaan volg ik de laatste tijd de Amerikaanse verkiezingen een beetje en vind – het hele functioneren van de Amerikaanse politiek is immers totaal anders dan de Chinese – zo’n strijd tussen twee partijen de verkiezingen wel erg vermakelijk maken. Als niet-Amerikaan moet ik mijzelf vaak waarschuwen dat ik niet naar de tv-serie ‘24’ zit te kijken. De namen McCain en Obama heb ik inmiddels onthouden, maar het wil niet echt tot mij doordringen waarin hun standpunten van elkaar verschillen. Hillary, van alweer een tijdje terug, kwam me tenminste nog bekend voor. De verhalen over haar en haar man hebben haar over de hele wereld enorme bekendheid bezorgd. Ik heb geen vooroordelen over blank of zwart, noch over man of vrouw – en al helemaal niet omdat het gaat om mensen uit een ander land. De Amerikaanse president wordt gekozen door de Amerikaanse burgers. Voor hem maakt het niet uit of ik hem waardeer.

Van de recente Amerikaanse presidenten is Clinton mijn favoriet. Misschien was het dom geluk dat het onder zijn presidentschap goed ging met de Amerikaanse en de wereldeconomie. Maar nu de grote vraagstukken te ruste zijn gelegd en we in een entertainmentwereld leven, kun je als leider maar het beste mediageniek zijn. De verhalen over president Clinton en het Witte Huis zijn nog aantrekkelijker dan een Hollywood blockbuster. Het had toch iets vertederends, hoe Clinton hakkelend naar woorden zocht en hoe hij over zijn neus wreef – een zichtbaar bewijs dat leiders in democratische landen zichzelf niet boven de wet kunnen plaatsen. Die beroemde sigaar zou eigenlijk aan het Seksmuseum in Amsterdam geschonken moeten worden.

Hoewel de Amerikaanse president niet de leider is van andere landen, is Amerika in de wereld van vandaag wel onze grote broer.

Ik hoop dat de gekozen president zal bidden voor meer vrede op deze onrustige wereld en dat hij de breekbare wereldeconomie zal steunen.

Abdullah Akyüz: Nieuwe president VS voor Turkije van groot direct belang

De Turken kijken, om redenen die zwaarder wegen dan hun persoonlijke gevoelens voor Bush, McCain of Obama, met speciale aandacht uit naar de komende Amerikaanse verkiezingen. En geen wonder, want Turkije is een van de weinige ‘bevriende’ landen die de gevolgen van het beleid en de stijl van de nieuwe president van de Verenigde Staten aan den lijve zullen ondervinden.

Tot aan het einde van de Koude Oorlog, toen het erom ging de macht van de Sovjet-Unie in te perken, had Turkije een bijzondere relatie met de VS. Hun partnerschap is nog ‘strategischer’ geworden als gevolg van de ontwikkelingen in de omgeving van Turkije sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Tot die ontwikkelingen behoren onder meer de oorlogen tegen Irak, de nucleaire projecten van Iran, de behoefte aan alternatieve routes voor energietransport, 11/9, Afghanistan-Pakistan, het internationale terrorisme, de bevordering van de democratie in de islamitische wereld, en Rusland. Bovendien beseffen de Turken dat de VS een van hun echte ‘ankers’ in het Westen zijn – wat nog sterker tot uiting komt wanneer de betrekkingen met zijn Europese partners achteruitgaan.

Ik concentreer mij op wat de Turken het meeste zorgen baart. Dat zijn in de eerste plaats de lopende regionale kwesties waarin de VS een grote rol spelen. Het zwaarst weegt de afloop van de oorlog in Irak: hoe snel zullen de Amerikaanse troepen zich uit Irak terugtrekken? In wat voor toestand zullen zij het land achterlaten? Blijft de Koerdische regio deel uitmaken van een verenigd Irak of niet? Zal de PKK vrijelijk vanuit Noord-Irak kunnen opereren en aanvallen doen op Turkije?

En dan is er Iran. De Turken zijn niet bepaald ingenomen met het Iraanse regime, en al evenmin met de nucleaire projecten van dat land, die een rechtstreeks gevaar vormen voor Turkije. Anderzijds hebben ze geen behoefte aan nóg een oorlog in hun onmiddellijke nabijheid. Alle Turken hopen op een vreedzame oplossing.

Weer een andere kwestie is de tamelijk complexe puzzel van Rusland, de energie en de Kaukasus. Enerzijds is Turkije voor zijn aardgasverbruik afhankelijk van Rusland. Anderzijds speelt het, samen met de VS, een hoofdrol bij het streven naar alternatieve energieroutes die om economische en strategische redenen Rusland links laten liggen. Tegelijkertijd is het nauw betrokken bij de Kaukasus, waar zowel Rusland als Turkije historische, economische en strategische belangen heeft. Rusland is ook nog eens een van de voornaamste handelspartners van Turkije. Zal de nieuwe president Rusland net zo benaderen als de Sovjet-Unie of wordt hij tegemoetkomender? Zullen inspanningen om de alternatieve olie- en energieroutes uit te breiden worden opgevoerd of niet?

Een ander punt dat de Turken zorgen baart komt in hoofdzaak neer op één grote bilaterale impasse: de Armeense kwestie. Welhaast om het jaar wordt in het Amerikaanse Congres, met steun van de Armeense diaspora, een resolutie over de Armeense genocide ingediend, met als doel Turkije voor de moord op Armeniërs verantwoordelijk te stellen. Dergelijke initiatieven worden doorgaans geblokkeerd door de president en zijn kabinet, die zich ervan bewust zijn hoe gevoelig dit ligt bij de Turkse bevolking en regering, die deze aantijgingen fel weerspreken. Het valt te vrezen dat als de uitvoerende macht van de VS de strijd tegen zulke pogingen in het Congres opgeeft, het nauwelijks meer mogelijk zal zijn te verhinderen dat zo’n ‘onbillijke’ resolutie wordt aangenomen, met schadelijke gevolgen voor een essentieel partnerschap.

De Turken zijn, niet in aantallen maar in groepen, verdeeld tussen McCain en Obama. Het establishment en een deel van de elite geven de voorkeur aan McCain, omdat hij begrip zou hebben voor het Turkse standpunt over de Armeense kwestie; hij heeft immers publiekelijk verklaard dat dat geen genocide was, maar een tragedie die heeft plaatsgevonden ten tijde van het Ottomaanse Rijk, niet in het moderne Turkije. Ook zijn plan voor een geleidelijke terugtrekking uit Irak en zijn voorkeur voor een verenigd Irak klinken de Turken als muziek in de oren. Daarentegen stemmen zijn opvattingen over Iran en Rusland zorgelijk, want op dat punt sluit hij aan bij het agressieve beleid van Bush en zinspeelt hij dikwijls op de inzet van geweld. De gewone mensen en de intellectuelen geven in ruime mate de voorkeur aan Obama, vooral omdat hij het volstrekte tegendeel is van waar een Republikeinse president voor zou staan. Ofschoon Obama’s opvattingen over de Armeense kwestie en Irak hier enige zorgen baren, vormt zijn standpunt ten gunste van een constructieve dialoog met Iran en Rusland voor de meeste Turken een opluchting. Ook staat Obama voor ‘verandering’ en voor de ‘hoop’ op een wereld met meer welvaart en vrede.

Nu de wereld en Turkije een ingrijpende transformatie doormaken op het gebied van economisch beleid, milieu, technologie, de rol van de staat enzovoort, hebben zij behoefte aan een Amerikaanse leiding met een nieuwe stijl en inhoud. Obama lijkt de beste kandidaat om de problemen van onze tijd het hoofd te bieden.

De nieuwe toon die hij zal aanslaan zou een beter klimaat teweegbrengen en de spanningen in de wereld als geheel verlichten – waarvan ook Turkije zou profiteren. Ik vrees wel dat het Obama veel tijd en energie zal kosten om te voldoen aan de hoge verwachtingen die niet alleen de Amerikanen maar wij allemaal ten aanzien van hem koesteren.

Valentina Pop: McCain neemt de Roemeense zorgen over Rusland tenminste serieus

Hij is jong, hij is charismatisch, hij zegt alles wat je graag wilt horen. Hij spreekt over hoop en verandering, over een beter Amerika, over oplossingen voor alle problemen. Hij is de droomkandidaat voor een droomland. Maar juist daarom zou ik, als ik het in deze verkiezingen voor het zeggen had, níet stemmen op Barack Obama.

Omdat ik uit een Oost-Europees land kom dat één van de ergste vormen van dictatuur heeft doorgemaakt, maar waar wij te horen kregen dat wij in een droomland woonden, in een ‘Gouden Eeuw’. Daarom krijg ik van grote woorden en utopieën al gauw de rillingen.

Daarmee wil ik niet zeggen dat Barack Obama een dictator zou wezen en dat John McCain de wereld gaat redden. Ik wil alleen maar zeggen dat wij amper weten wat ons met de jonge Obama te wachten staat, omdat er veel afhangt van zijn adviseurs, terwijl we dat met McCain aan het roer juist heel goed weten.

Een president kan uiteraard niet alles weten, hij moet naar zijn adviseurs kunnen luisteren – iets waarin McCain volgens critici niet goed is. Maar wat een president bovenal nodig heeft zijn leiderskwaliteiten en gezond verstand.

De levensloop van John McCain is indrukwekkend, niet alleen omdat hij een oorlogsheld is die folteringen heeft doorstaan en die heeft geweigerd vrij te komen en zijn mannen in de steek te laten, maar ook omdat zijn stemgedrag in de Amerikaanse Senaat laat zien dat bij hem gezond verstand vóór partijdiscipline gaat. Juist door die combinatie van leiderskwaliteiten en gezond verstand zou hij een goede president zijn.

Het is heel geruststellend dat McCain, die de Koude Oorlog heeft meegemaakt, in de ogen van Vladimir Poetin niet diens ‘ziel’ zou zien, zoals de uitgaande president beweerde te hebben waargenomen, maar – zoals McCain terecht in een televisiedebat heeft opgemerkt – de letters KGB.

Het zou voor de landen van Oost-Europa bepaald zorgwekkend zijn als het Kremlin nóg een Amerikaanse president in de luren zou kunnen leggen. Voor Obama komen dialoog en diplomatie in de eerste plaats. Hij wil samenwerken met Rusland, praten met Iran en Venezuela, en vraagt de Amerikanen om te ‘geloven’. Geloven, niet oordelen.

Maar bij McCain komt het verstand in de eerste plaats. Net als het jongetje in het sprookje over de nieuwe kleren van de keizer, dat niet te benauwd was om hardop te zeggen dat de keizer gewoon naakt was, is McCain brutaal genoeg om over Rusland en het huidige internationale bestel te zeggen waar het op staat: hij zou Rusland – omdat het geen democratie is – uit de G8 zetten en hij zou een nieuwe organisatie, de Bond van Democratieën, opzetten om ons te bevrijden uit de patstelling van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waar Rusland en China – nóg een dictatuur – vetorecht hebben.

„Maar dat zou Rusland nog meer tegen de haren instrijken”, is de veelgehoorde reactie op het standpunt van McCain. Maar werkt appeasement dan wél? Heeft het ooit gewerkt? Kan het Kremlin werkelijk doen waar het zin in heeft zonder wie of wat ook te hoeven duchten? Kan het zijn gang gaan, zoals in Georgië, waar het onder valse voorwendselen een land heeft gelijkgeschakeld, grenzen heeft verlegd en twee separatistische enclaves heeft erkend? Helpt de houding van het Westen de Russische bevolking, die steeds meer rechten kwijtraakt en van de staatspropaganda hoort dat zij leeft in een droomland met droomleiders?

McCain zal misschien niet op al deze vragen een antwoord hebben, maar hij neemt ze tenminste serieus.