Lifestyle als uitgangspunt voor pensioen

Pensioenen zijn gerelateerd aan het huidige salaris. Maar het zou volgens experts logischer zijn als het wordt gelinkt aan een gewenste levensstandaard.

Goed nieuws voor wie er al jaren tegenop ziet om zich serieus in zijn pensioen te verdiepen. Want volgens een aantal internationale pensioenexperts moet de werknemer zich helemaal niet bezighouden met de hoogte van het pensioen.

Dat betekent niet dat het goed regelen van de oude dag geen gedegen financiële voorbereiding vergt. Maar het kan beter op een andere manier, zo betoogde Henriëtte Prast verleden week op een door Boston University en het Nederlandse netwerk voor pensioenonderzoek Netspar georganiseerd congres voor pensioenwetenschappers vorige week in de Verenigde Staten.

In plaats van een pensioen dat is gerelateerd aan het huidige salaris, bouwen werknemers een pensioenpot op die direct is gelinkt aan de gewenste levensstandaard na pensionering. Henriëtte Prast, hoogleraar Persoonlijke Financiële Planning aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), is een groot voorstander van wat ze de levensstandaardgarantie noemt.

„Vraag een werknemer hoeveel geld hij nodig heeft voor zijn pensioen, dan weet hij dat niet. Maar als je aan iemand vraagt of hij na pensionering in zijn huidige woning wil blijven wonen dan kan hij daar wel een antwoord op geven.”

Hetzelfde geldt voor de wensen van de gepensioneerde op het gebied van reizen, een auto, het niveau van de gezondheidszorg en de bejaardenzorg. Ook de wens om wel of geen vermogen aan de kinderen na te laten speelt een rol.

De levensstandaardgarantie breekt met de door de overheid gelegde nadruk op het pensioenbewustzijn van de werknemer. De Nederlander werd van overheidswege gestimuleerd alles aan de weet te komen over zijn pensioen, onder meer via informatiesites en een uniform pensioenoverzicht. Maar uit onderzoek blijkt dat de realiteit is dat de Nederlander maar weinig snapt van zijn pensioen. En al helemaal niet weet of wat hij straks krijgt genoeg is. „Over alles wat met ouder worden en doodgaan te maken heeft wil men liever niet nadenken”, zegt Prast. „En dat heeft een functie, want daar worden mensen alleen maar depressief van.”

Ook pensioenadviseur Lex Visser begrijpt de weerstand. „Wat moet je nu met brutobedragen op een overzicht van je pensioen dat pas over 30 jaar gaat spelen.” Om de huidige levensstijl na het pensioen straks te kunnen handhaven kan in de plannen van Prast straks elke werknemer kiezen uit verschillende soorten pensioen gebaseerd op een bepaalde levensstandaard. De vraag wat de werknemer zich straks wil kunnen permitteren is de basis.

Visser geeft aan dat die vraag nu ook al als maatstaf zou moeten dienen. Zo adviseert hij een gezond wantrouwen tegen adviseurs die in een pensioengesprek het huidige salaris als uitgangspunt nemen. Een goede pensioenadviseur is naast rekenaar ook iemand die zich moet kunnen inleven in de klant, vindt Visser. „De belangrijkste vraag is hoe iemand zijn pensionering voor zich ziet. De kinderen zijn het huis uit, wil je kleiner of groter wonen? Wil je reizen?”

Volgens Visser is het daarbij belangrijk bij de pensioenplanning iets verder vooruit te kijken. De meeste mensen geven aan na pensionering te willen gaan reizen, zegt hij. „Maar in de praktijk gaan ze na pensionering een korte periode veel reizen, maar blijven daarna dichter bij huis. Dan is de nabijheid van goede gezondheidszorg en familie belangrijker.”

Daarbij dienen wat het informeren van het pensioen betreft andere wegen te worden bewandeld dan nu het geval is. Het recentelijk geïntroduceerde uniforme pensioenoverzicht ten spijt. Prast: „Als mensen zo’n overzicht al inkijken dan weten ze daarna nog niet of het straks beschikbare pensioen genoeg is. En stel dat het niet genoeg is; wat dan?”

Volgens Prast is de keuze voor een passend pensioen geen vraag die bij werknemer moet worden neergelegd. „Dat is een zaak voor experts.” Het zelf berekenen van het pensioen vergelijkt ze met het geven van een scalpel en een chirurgisch handboek aan de patiënt. Het is te ingewikkeld. En dat geldt ook voor het nemen van risico met het pensioen. Waar de overheid en werkgevers in de afgelopen jaren steeds meer verantwoordelijkheid en risico voor het pensioen bij de werknemer hebben gelegd, moet dat volgens de hoogleraar anders.

Het behoud van de levensstandaard die mensen hoe dan ook niet willen opgeven is van groot belang. De werknemer is volgens Prast namelijk niet goed in staat de risico’s in te schatten. „Dat zie je nu met beleggingshypotheken. Het uiterst kleine risico leek destijds niet belangrijk, nu blijkt die kleine kans dat ze hun huis moeten verkopen voor mensen onaanvaardbaar.”

De levensgarantiestandaard is ook interessant voor mensen die zich geen zorgen over de hoogte van hun pensioen maken. Zekerheid over het behoud van de levensstijl na pensionering maakt volgens adviseur Visser namelijk een eind aan de in zijn ogen doorgeschoten vermogensopbouw binnen het pensioen. Volgens Visser moet er veel meer gekeken worden naar de werkelijke behoefte.

„Mensen hebben bij pensionering de meest dure periode van hun leven achter de rug. De kinderen zijn de deur uit, hun studie is betaald en vaak is ook een groot deel van de hypotheek afgelost.” Het is daarom volgens hem opmerkelijk dat er juist in deze periode zoveel geld beschikbaar komt. Een pensioen van ruim 100.000 euro per jaar van 65 jaar tot 100 jaar is waanzin”, zegt Visser. „Ook in fiscaal opzicht.”