Keuren van eigen vlees

De Raad voor de Journalistiek overweegt een media-ombudsman in te stellen. Is dat nodig?

Fouten maken is menselijk – en ook journalisten tasten dus af en toe mis. De lezer die zich daaraan ergert, of de burger die zich gedupeerd voelt, heeft verschillende mogelijkheden tot zijn beschikking om genoegdoening te halen.

Voor de eerste is er de ingezonden brief, die zonder commentaar van de redactie in de krant geplaatst wordt. Daarnaast hebben diverse kranten onafhankelijke ombudsmensen of lezersredacteuren in dienst. Zij gaan in een column in op problemen die door lezers worden aangesneden. NRC Handelsblad heeft met de rubriek ‘De lezer schrijft, de krant antwoordt’ gekozen voor een vorm waarbij de hoofdredactie een brief selecteert en behandelt.

De kwesties die in deze fora behandeld worden, geven lezers een kijkje in de keuken van het medium. Dat is informatief en beantwoordt aan de roep van veel nieuwsconsumenten om meer openheid, maar het is ontoereikend voor wie zich beschadigd voelt door iets wat is geschreven of uitgezonden. Voor dit soort klachten hebben de meeste media correctie- of rectificatierubrieken. Ook voeren media juridische correspondentie met mensen die zich gedupeerd voelen en in laatste instantie naar de rechter kunnen stappen. Als die stap te groot is, kan een gang naar de Raad voor de Journalistiek worden gemaakt. Deze onafhankelijke raad hoort beide partijen en kan een medium veroordelen tot het publiceren van zijn beslissing, als die in het voordeel van de klager uitpakt.

Een voorbeeld: deze maand deed de Raad een uitspraak in een zaak die was aangespannen tegen het Tros-programma Opgelicht. Een bedrijf dat door de makers van het programma in een negatief daglicht was gesteld, meende dat het geen fatsoenlijk recht op weerwoord had gekregen. De raadsleden gaven de klager gelijk, omdat de bedrijfseigenaar onvoorbereid op straat door een verslaggever om commentaar werd gevraagd. Naar het oordeel van de Raad was er „aldus sprake van overvaljournalistiek. Vanwege het intimiderende karakter ervan kan deze werkwijze slechts dan geoorloofd zijn als die onontbeerlijk is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en daarvoor geen ander middel openstaat.”

Nadeel voor de burger is dat dit soort uitspraken niet bindend zijn, geen juridische status heben én dat niet alle media de Raad erkennen. Elsevier, De Telegraaf en het RTL Nieuws wensen zich niet te verantwoorden voor dit orgaan. Zij vinden dat iemand die meent te zijn gedupeerd maar naar de rechter moet stappen.

De burger komt er in deze relatie met de media niet goed vanaf, oordeelde minister Plasterk (PvdA, Media) in 2007. Hij wist zich gesteund door rapporten van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). De branche moest, volgens de minister, een onafhankelijke ombudsman voor alle publieksmedia mét sanctiebevoegdheden instellen die opkomt voor de rechten van het individu. Als dat niet vrijwillig gebeurde, dan zou die bij wet worden afgedwongen.

Deze uitspraak van de minister heeft geleid tot flink wat onrust bij de media. Liever dan vanuit Den Haag met een oekaze geconfronteerd te worden, wil de beroepsgroep zichzelf reguleren. De Raad voor de Journalistiek is de afgelopen maanden bezig geweest met zelfonderzoek. Secretaris Daphne Koenen heeft in vijf landen onderzocht hoe het voor burgers mogelijk is te klagen over de media. „Eén casus is die van Zweden. Daar bestaat een nationale mediaombudsman zoals Plasterk die voor ogen heeft.”

Zij wil niet zeggen welk systeem haar voorkeur heeft. „Aan het eind van dit jaar komt de Raad voor de Journalistiek met een beleidsplan over hoe zijn functioneren verbeterd kan worden. Totdat alle deelnemers zich hebben uitgesproken, houd ik me op de vlakte.”

Terwijl de Raad zich bezighoudt met de invoer, al dan niet, van een mediaombudsman die sancties kan uitdelen, trachten de media hun goede wil te tonen door in ieder geval zo veel mogelijk open te zijn ten opzichte van hun kijkers en lezers.

Zo riep de NOS in september 2007 een ombudsfunctie in het leven. Tot 1 januari 2009 kijken directie en redactie of het hen bevalt. Ombudsman Ton van Brussel heeft zojuist zijn verslag over de eerste twaalf maanden van zijn werkzaamheden ingeleverd bij de leiding van de omroep.

Van Brussel onderscheidt drie fases in zijn werk het afgelopen jaar. „In het begin gingen klachten voornamelijk over de vermeende linkse signatuur van de NOS en de berichtgeving over het Midden-Oosten, die dan wel te pro-Israëlisch, dan wel te pro-Palestijns zou zijn.” In het laatste geval concludeerde Van Brussel dat de NOS pro-Israël was in zijn berichtgeving.

De film Fitna van Geert Wilders luidde de tweede fase in, waarin klachten zich vooral richtten op de wijze waarop de NOS over de multiculturele samenleving berichtte. En de laatste weken is het kredietcrisis wat de klok slaat.

Thom Meens is sinds vijf jaar ombudsman bij de Volkskrant. Hij reageert niet alleen op brieven van lezers, maar gaat ook zelf op onderzoek uit. Een ombudsman zoals Plasterk die graag zou zien is hij niet, omdat hij geen sancties kan opleggen aan de redactie van de krant. „Maar ook ik behandel zaken van privacy en hoor en wederhoor. Ik denk dat het goed is dat media zo’n onafhankelijk aanspreekpunt hebben. De vorm waarvoor de Volkskrant gekozen heeft, vind ik beter dan die van de rubriek ‘De lezer schrijft, de krant antwoordt’ in NRC Handelsblad. Je staat toch elke week als slager je eigen vlees te keuren. Soms bekruipt me het gevoel dat de hoofdredacteur zich in een vreselijke spagaat heeft moeten wringen om te schipperen tussen de lezer die een kritische vraag heeft en de redactie.”

Birgit Donker, hoofdredacteur van NRC Handelsblad, bestrijdt deze visie. „Als de lezer gelijk heeft, dan krijgt hij gelijk.” Ze vindt dat er aan de opzet van de rubriek zelfs een belangrijk voordeel zit ten opzichte van een column van een ombudsman. „Als ik zeg dat er iets niet goed is gegaan en dat we het zullen verbeteren, dan kan ik er als hoofdredacteur ook voor zorgen dat er daadwerkelijk iets verandert. Een ombudsman moet maar afwachten wat er met zijn kritiek en aanbevelingen wordt gedaan.”

De pogingen tot openheid van zaken zoals de Nederlandse media die de afgelopen jaren ondernomen hebben, zijn het onderwerp van een boek dat eind dit jaar zal worden gepresenteerd. Met twee co-auteurs heeft Huub Evers, hoofddocent media-ethiek aan de Fontys Hogeschool in Tilburg, onderzoek gedaan naar dit fenomeen. Evers bestudeerde de columns van Volkskrantombudsman Meens. Stelt hij zich wel onafhankelijk genoeg op ten opzichte van zijn redactie? „Hij doet het behoorlijk”, concludeert Evers. Alle media zouden eenzelfde soort ombudsman moeten hebben.”

De voordelen daarvan zijn evident, vindt Evers. „De media worden er geloofwaardiger van. Nu lezersaantallen teruglopen, is dat van groot belang. Je moet laten zien dat je als krant te vertrouwen bent. Daarbij komt dat een ombudsman de journalistieke kwaliteit bewaakt als die in tijden van krimpende budgetten in gevaar zou kunnen komen.”

De kritische nieuwsconsument lijkt, kortom, goed bediend te worden. Aan de ene kant studeert de Raad voor de Journalistiek op de mogelijkheid een nationale mediaombudsman in te stellen die in ernstige gevallen sanctionerend kan optreden. Aan de andere kant putten kranten en omroepen zich uit om zo veel mogelijk openheid te betrachten ten opzichte van hun klanten.

Blijft de vraag of de burger behoefte heeft aan al deze klaagmogelijkheden. Rens Broekhuis, eindredacteur van het mediaprogramma De leugen regeert van de VARA, denkt dat de mondigheidsrevolutie van de kritische nieuwsconsument op zijn retour is. „We krijgen tegenwoordig veel minder input van mensen die zich in de media tekort gedaan voelen.”

Dat is mede te danken aan adequaat optreden van de nieuwsredacties. „Toen we begonnen in 2000 bezaten de media bijna geen enkel zelfreinigend vermogen. Als je een klacht had, mocht je blij zijn als je brief sterk ingekort ergens achter in de krant verscheen. Die tijden zijn voorbij. Natuurlijk, de rectificatie wordt nooit even royaal afgedrukt als het artikel waarin de fout werd gemaakt, maar van een gesloten mediabastion is geen sprake meer.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correctie

In het onderschrift bij de foto’s bij Keuren van eigen vlees (Zaterdag &cetera, 1 november) stond dat het afgebeelde jongetje omkwam door Palestijnse kogels. Dit is niet juist. Het jongetje werd gedood tijdens een vuurgevecht tussen Palestijnse milities en Israëlische soldaten in de Gazastrook. Van wie de dodelijke kogels kwamen, is nog onderwerp van onderzoek.