In Berlijn neemt ergernis over voortvarend Parijs weer toe

De leiders van de twee belangrijkste Europese lidstaten, Duitsland en Frankrijk, overleggen voortdurend met elkaar. Toch is hun relatie slechts ‘suboptimaal’.

Ze telefoneren met elkaar, ze stemmen af, ze coördineren, zetten de klokken gelijk en ontmoeten elkaar regelmatig. En toch loopt de samenwerking over de kredietcrisis tussen de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de president van Frankrijk, Nicolas Sarkozy, niet soepel.

„Het knarst en het knerpt. Het lijkt wel of er zand zit in de as Berlijn-Parijs”, zegt een diplomaat met gevoel voor beeldspraak. De politieke leiders van de twee belangrijkste landen van Europa spreken veelvuldig met elkaar, maar met de verscherping van de crisis komen de meningsverschillen steeds duidelijker aan de oppervlakte – hoezeer ook officieel toegedekt.

Merkel is een overtuigde Europeaan, die zich niettemin tot taak heeft gesteld allereerst de Duitse financiële belangen te verdedigen. Voor Sarkozy geldt grosso modo hetzelfde, waarbij de Franse president traditioneel over Europese belangen spreekt terwijl hij Franse bedoelt. Op de achtergrond speelt volgens diplomaten in Berlijn het informele leiderschap in de EU. „Wie het initiatief neemt en dit op de juiste manier uitspeelt, wordt als winnaar gezien.”

De extraverte Sarkozy timmert het hardst aan de weg. Het Duitse weekblad Der Spiegel beschrijft deze week hoe de president zichzelf als de belangrijkste politicus van Europa aanprijst: „Bush is aan zijn eind, Blair is er niet meer en Merkel, nee, die is het toch ook niet. Alleen ik ben er”, zou Sarkozy hebben gezegd. Waarop Merkel spottend zou hebben gereageerd dat sommigen een klein, en anderen nu eenmaal een groot ego hebben.

Áls een Europees leider in Merkels ogen gedurende de kredietcrisis aan gezag heeft gewonnen, dan is het niet Sarkozy maar premier Gordon Brown van Groot-Brittannië. Zijn financiële kennis van zaken heeft ook in het Kanzleramt indruk gemaakt. Hij wordt genoemd als degene die Merkel en Sarkozy nader tot elkaar probeert te brengen.

De stijl van leidinggeven van beide politieke leiders loopt sterk uiteen. Merkel is een wetenschapper, die heel exact en op de vierkante centimeter politiek bedrijft; die veelvuldig en discreet achter de schermen werkt, tactisch manoeuvreert, afwacht en pas toeslaat als ze zeker is van haar zaak – en van de winst. Ze schuwt grote woorden. Haar lange en soms ongemakkelijke mars door de Duitse politiek heeft ten minste één ding aangetoond: ze is door haar tegenstanders consequent onderschat.

Die opponenten staan nu voor haar te klappen. Ze heeft ze uitgespeeld, niet door grove machtspolitiek, maar „door af te tasten, te onderzoeken en beheerst gebruik te maken van haar mogelijkheden”, zoals een Duitse commentator het uitdrukte. In Europa opereert ze niet anders.

In de EU-gesprekken over de kredietcrisis lijkt Sarkozy te domineren, ook omdat Frankrijk momenteel roulerend voorzitter van de Unie is. Hij is alomtegenwoordig, lanceert plannen, schudt handen, beent met grote stappen van de ene naar de andere tv-camera en klopt z’n Europese collega’s op de rug of pakt ze amicaal bij de onderarm. Die opdringerige lichaamstaal is aan de noordoost-Duitse Merkel, met haar koelheid en natuurlijke retenue, niet erg besteed. Het kan er mede de oorzaak van zijn dat de relaties tussen beide regeringsleiders ‘suboptimaal’ zijn, zoals het in het diplomatieke circuit wordt genoemd.

Maar het is toch vooral de inhoud van de door Sarkozy gelanceerde plannen die tot ontstemming in Berlijn heeft geleid. Uit Franse koker kwam het idee om een Europees reddingsfonds voor de gezamenlijke bankensector op te richten. Merkel was te beleefd om daar direct afstand van te nemen. Tijdens een debat in de Bondsdag over de gevolgen van de kredietcrisis zei ze dat er internationaal gecoördineerd moet worden en nationaal gehandeld. Feitelijk betekent dit dat er geen geld van Duitse belastingbetalers naar Franse, Britse of Nederlandse banken zal vloeien. De belangen van Duitsland hebben voorrang.

Ook Sarkozy’s uitlatingen vorige week in het Europees Parlement, toen hij opperde om ter bescherming van Europese bedrijven staatsfondsen op te richten, zijn in Berlijn met een voorlopige afwijzing begroet. In weinig exacte formuleringen – waar Duitsers over het algemeen een hekel aan hebben en Merkel in het bijzonder – repte Sarkozy van een „economische regering” voor Europa. Hij zei dat wellicht buitenlandse ‘koopjesjagers’ op Europese ondernemingen azen, nu de aandelen zo in waarde zijn gedaald. „Straks vraagt de burger: wat heeft Europa daartegen gedaan?” En: „Waarom richten we in onze lidstaten geen staatsfondsen op?”

Merkel zweeg. Maar haar minister van Economische Zaken, de anders weinig uitgesproken Michael Glos, zei dat Sakozy’s voorstellen in tegenspraak zijn met alle succesvolle uitgangspunten van de Duitse economische politiek.

Een nieuwe ijstijd tussen Berlijn en Parijs is al vaker aangekondigd – en toch niet echt gekomen. Diplomaten waarschuwen voor te snelle conclusies. Maar de ergernis in Berlijn neemt wel toe. Met name Sarkozy’s politiek van voldongen feiten is veel regeringsfunctionarissen een doorn in het oog.

De fricties laten zich steeds moeilijker toedekken. Of het nu gaat om de oprichting van de Unie voor Middellandse Zeelanden, de positiebepaling ten opzichte van Iran of de huidige en allesoverheersende kredietcrisis: Angela Merkel en Nicolas Sarkozy dreigen in eerste instantie een divergerende koers te varen. Later, na onderhandelingen, volgen doorgaans de onvermijdelijke koerscorrecties.

Der Spiegel meent dat Merkel rustig afwacht totdat Sarkozy een keer een fout maakt. In Berlijn wordt er ter geruststelling op gewezen dat beide politieke leiders weliswaar niet zo gemakkelijk mét elkaar kunnen – maar zeker niet zónder.

Kredietcrisis: pagina 19