In beeld

Cleopatra Nelson heet ze. Ze is geweldig en we houden van haar. We sluiten haar op z’n Amerikaans in onze armen en troosten haar. En tegen de rest van de kiezers zeggen we: kijk goed naar haar. Alleen al voor Cleopatra moet hij het worden. Ze moet het meemaken. We houden het trouwens niet bij soebatten alleen, we zeggen ook: kom op land of freedom, je hebt iets goed te maken, gvd. Zij is de echte Joe, als jullie daar dan toch zo gevoelig voor zijn, niet die neploodgieter met z’n belastingschuld.

Wat zei hij op het moment dat ze het te kwaad kreeg? Wat zouden we dat graag weten! De fotograaf vermeldt het uiteraard niet. Hij zei in elk geval niets over ras. „Zwarten zijn ook mensen!” Nee, dat is sectarisme, dat is Black Power, dat is verleden tijd. Hij zei iets als „one nation”, „het moment is gekomen dat...” Iets New Deal-achtigs. Wát hij ook zei, het is slechts aanleiding tot Cleopatra’s ontroering geweest, niet de oorzaak. Die ligt elders, in haar hoofd.

Huidskleur is geen issue voor de kandidaat – het verklaart een deel van zijn succes – maar de fotograaf legt juist nadrukkelijk vast wat het betekent zwart te zijn, toen, gisteren, op dit moment. Zelfs, ja, ook als Cleopatra lelieblank was geweest, was het over ras gegaan, misschien nog wel meer. Dan had de fotograaf laten zien dat een lelieblanke vrouw ontroerd raakt om wat een zwarte zegt. Dat dat moment is gekomen. Wie had dat gedacht.

Het volschieten was dan een blijk van blijdschap vermengd met schuldgevoel en schaamte geweest. Dit volschieten is blijdschap vermengd met pijn. Dat kunnen we vermoeden en bijna zeker weten. Kunnen we dat ook zien? Nee. We zien ingehoudenheid, intimiteit, die de fotograaf niet had mogen schenden. Goed van ’m, dat hij het toch gedaan heeft.

Pieter Kottman