'Ik wil absoluut geen oneerlijke concurrentie'

Wel een Urban Podium in Rotterdam-Zuid, maar geen concerten in de grootste zaal. De ruimte is te groot, „maar niet te duur.”

Hij is niet door de knieën gegaan. Hij heeft slechts de witte vlekken weggewerkt in zijn voorstel om voor 11 miljoen euro een Urban Culture Podium in Rotterdam-Zuid te realiseren. „Mijn oorspronkelijke plan liet te veel ruimte open voor misverstanden”, erkent wethouder Rik Grashoff (participatie en cultuur, GroenLinks).

Gisteren deed hij een handreiking, vooral gericht aan de andere poppodia in Rotterdam: het onderkomen voor ‘grootstedelijke jongerencultuur’ in de Maassilo komt er, maar in de grootste van de drie zalen (capaciteit 2.000 plaatsen) zullen geen muziekconcerten worden geprogrammeerd. De grootste zaal is er alleen voor exposities en cultuurmanifestaties. „Het laatste wat ik wil is oneerlijke concurrentie bevorderen.” Vandaar nu zijn „keuze voor meer zekerheid en dus de harde subsidievoorwaarde van geen concerten in de grote zaal”. Ook een ander misverstand hielp Grashoff gisteren uit de weg. Het urban podium is niet het muziekverzamelgebouw, dat ook nog op het verlanglijstje van Rotterdam staat.

Vooral het begin september geopende poppodium Watt, met een grote zaal voor 1.500 man, liep de afgelopen weken te hoop tegen de komst van een gesubsidieerde concurrent ‘op’ Zuid. Een van de eigenaars, horecaondernemer Willem Tieleman, dreigde met onmiddellijke sluiting van het voormalige Nighttown. Grashoff: „Ik ben er niet op uit om Watt in het nauw te brengen. Waar ik me wel tegen verzet is de suggestie als zouden hun financiële problemen louter en alleen te wijten zijn aan de komst van het urban podium.”

Desondanks is Grashoff bereid Watt financieel tegemoet te komen. Hetzelfde geldt voor een ander armlastig poppodium in Rotterdam, WaterFront. Maar beide subsidies gaan wel ten koste van het programmeerbudget van 6 miljoen euro, dat voor urban is gereserveerd. Grashoff zegt daarnaast al scheutig te zijn geweest bij de toegekende bedragen in het Cultuurplan 2009-2012.

Creatief directeur Ted Langenbach van Watt reageerde gisteren afwachtend op de herziene plannen van het stadsbestuur. „Het is een stap, maar of het ook een stap in de goede richting is, durf ik nog niet te zeggen. Het hele plan blijft hoe dan ook de sfeer uitademen van een soort protectionisme van Rotterdam-Zuid.”

Een raadsmeerderheid liet zich de afgelopen weken afkeurend uit over het „te grote en te massieve plan voor een te kleine doelgroep”. Rotterdam is geen Londen, Berlijn of Parijs, luidde het argument. Grashoff erkent „een te ruime jas” te hebben gekocht. „Maar deze jas kon ik krijgen voor een zeer schappelijke prijs en ook nog eens met een hele korte levertijd. Maar het urban podium past daar wél in.’’

Wat veel partijen ook steekt, is het voornemen om eigenaar Koos Hanenberg voor liefst 2,9 miljoen euro uit te kopen. Voor een, aldus critici, inmiddels afgeschreven inventaris in een pand dat de gemeente nota bene al in bezit heeft.

Niettemin hoopt Grashoff zijn plan komende week door de raad te loodsen. Voor de Rotterdamse popsector zelf heeft hij ook nog een boodschap: „Stop met klagen, zoek daar waar mogelijk de samenwerking en zet vooral de schouders er eens onder”.