'Het is de tijd voor verzoening met de lagere kaders'

Minister Bert Koenders koopt appels op een markt in Uruzgan en deelt ze uit aan kinderen. Hij ziet al wel vooruitgang maar de boodschap is: „Keihard werken aan beter bestuur.”

Minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) is uit the box gestapt. Tegen de voorschriften van de Tijgercompagnie in. Hij koopt een zak appels op de bazaar van Chora, het district in Uruzgan waar vorig jaar de zwaarste strijd tegen de Talibaan is geleverd sinds het begin van de Nederlandse missie. The box is het vierkant van militairen waarbinnen Koenders en de rest van de delegatie tijdens de wandeling moeten blijven. Een wandeling op de bazaar van Chora, om te laten zien dat het weer kan, maar nog steeds met scherfvest en zwaar beveiligd.

Het is vrijdagmiddag, dus er hangt een zondagsfeer op de bazaar. Er is nauwelijks verkeer. Mannen zitten gehurkt thee te drinken en kijken geamuseerd naar de langs trekkende groep Nederlandse en Afghaanse prominenten. De commandant van de Nederlandse militairen, kolonel Kees Matthijssen, is er en het hoofd van de civiele missie, Peter Mollema. Gouverneur van Uruzgan Asadullah Hamdam schudt wat handen van bekenden. Minister Koenders deelt de appels uit aan nieuwsgierige Afghaanse jongetjes. „Geweldige pr”, grapt de meegereisde Afghaanse minister van Rurale Ontwikkeling, Mohammad Zia.

Een jaar eerder werd er nog hevig gevochten in Chora. In de zomer hadden de Talibaan onverwacht zware aanvallen uitgevoerd op de Nederlandse militairen en in het najaar moest een regiment Gurkha’s (Nepalese elitetroepen in Britse dienst) de Talibaan verjagen uit de Baluchivallei, die Chora verbindt met de regio Tarin Kowt. Nog steeds zijn delen van het district „alleen met grote militaire macht” te betreden, hadden de militairen voorafgaand aan de wandeling uitgelegd. In de Baluchivallei en de regio Nyazi zitten te veel Talibaanstrijders en „accepteert de bevolking nog geen hulp”, aldus een luitenant. Het grootste ontwikkelingsproject dat voor Uruzgan gepland staat, een asfaltweg tussen Tarin Kowt en Chora, verloopt bijvoorbeeld moeizaam omdat de Baluchivallei ontoegankelijk is voor de Duitse hulporganisatie die het karwei uitvoert.

Maar in de meeste delen van het district zijn langzaamaan kleine projecten begonnen. Er worden waterputten geslagen, kleine waterkrachtcentrales geplaatst, en de kliniek heeft een generator gekregen. De grootste dreiging is de afgelopen maanden niet het rechtstreekse gevecht met de Talibaan geweest, maar de bermbom. In Chora zijn er sinds augustus twaalf gevonden, waarvan er twee ontploft zijn. In de nacht voor Koenders’ bezoek is er nog één onschadelijk gemaakt, niet ver van de bazaar. Ook in de andere regio’s worden steeds meer bermbommen gelegd. Vorige week waarschuwden kinderen de politie dat ze er één in de buurt van Kamp Holland hadden gevonden.

„Het valt op dat je in Afghanistan als geheel grote zorgen moet hebben over het toegenomen aantal geweldsincidenten, maar dat dat in Uruzgan in de afgelopen driekwart jaar niet het geval is”, zegt Koenders ’s avonds op Kamp Holland. „Ik zeg niet dat dat altijd blijft, maar er is een opgaande lijn.”

Hoe verklaart u die vooruitgang?

„Je ziet aan een enkele terugval dat onze benadering weliswaar niet de makkelijkste is, maar het blijkt wel de goede. Namelijk dat je veiligheid en ontwikkeling als nevengeschikt moet zien. En dat veiligheid vooral gecreëerd wordt door je enorm te engageren met de lokale bevolking.”

Er worden nu talloze kleine projecten begonnen in Chora, Deh Rawood en Tarin Kowt, maar wat moet er op dit moment gebeuren voor ontwikkeling op de lange termijn?

„De Nederlandse verbetering van het Afghaanse bestuur is essentieel. Op een aantal punten zie ik daar vooruitgang, maar het is tegelijk het grootste probleem, omdat veel Pashtun (de dominante bevolkingsgroep in het zuiden van Afghanistan, red.) de regering nog als niet-legitiem beschouwen. De enige oplossing is keihard te werken aan een beter bestuur, waarin ook een goede balans bestaat tussen moderne structuren van bestuur en het traditionele stammenbestuur. Dat is een ingewikkelde mix, maar daar moeten al onze activiteiten op gericht zijn. De versterking van stammen die zich miskend voelen door de komst van modern bestuur, dat is volgens mij de uitdaging.”

Wat vindt u van voorstellen om met de Talibaan te onderhandelen over vrede, terwijl Nederlandse militairen tegen de Talibaan strijden?

„De kern moet een politieke oplossing zijn, met een breed gelegitimeerde regering. Het is echt aan de Afghaanse regering om te bepalen of ze die gesprekken wil aangaan of niet, en of er personen berecht moeten worden voor misdaden. Wat Nederland wel kan doen, ook in het belang van de opbouw, is verzoening met de lagere kaders van de Talibaan steunen, om die los te weken van de leiders. Gouverneur Hamdam wil daar een programma voor beginnen. Daar is volgens mij nu de tijd voor gekomen in Uruzgan.”