Het echte Amerika

Terug naar John Thayer, die als geen ander de macht van Washington leerde kennen.

John Thayer doodde twee beren met pijl en boog. Hij vindt het raar dat hij geen ‘nigger’ mag zeggen, als ze hem een ‘bleekscheet’ noemen. Hij wil geen belasting betalen voor „mensen die over onze grenzen glippen”. En hij kent streekgenoten die echt nog steeds niet weten wat de voornaam van Obama is.

Toen het hier anderhalf jaar geleden over John Thayer ging, noemde ik hem zachtmoedig. Zo zou ik het niet meer stellen, nu we wat vertrouwelijker zijn en hij me meetroont naar een kamer die je kennelijk moet verdienen. Hij doet er het licht aan en bestudeert mijn gezicht. Ik probeer neutraal te kijken.

Dode dieren, overal. Op de vloer, op tafeltjes aan de muren. Eigenhandig geschoten, eigenhandig opgezet. Bijna veertig tel ik er. Veertien reusachtige hertenkoppen aan de muur. Twee volledige reeën. Lynxen op hun achterpoten. Vossen, eekhoorns, eenden, fazanten. Vissen. Vlak naast me de twee beren.

Het leek gepast om vlak voor de verkiezing nog eens voor John Thayer naar ‘the real America’ te rijden, zoals Sarah Palin dit soort streken graag noemt. Het platteland van Maryland. Op de heuvels rond Mechanicsville zijn de bomen koperrood en tintelt de lucht in je longen. Het echte zit hem in alle pick-uptrucks op de weg – ze rijden hard, er moet gewerkt worden. In de kleine no-nonsensehuizen, vaak niet meer dan uitgebreide stacaravans. En in de mensen zonder behaagzucht.

Tweeëntwintig jaar lang heeft John Thayer voor de machtigste Amerikanen gewerkt. Toen hebben ze hem verraden.

Dagelijks reed hij naar Washington, naar het Capitool. Onder de overheidsgebouwen op Capitol Hill ligt een ondergronds labyrint aan tunnels: acht kilometer aan verwarmings- en aircobuizen. Tien pijpfitters en lassers hielden dat stelsel heel. John Thayer was de voorman.

Er zit veel asbest in die tunnels. Maar wisten zij veel. Ze vroegen aan hun baas, de door de president benoemde ‘Architect van het Capitool’, een soort Rijksbouwmeester, of het kwaad kon. Er kwamen wat doktersonderzoeken. Niets aan de hand, kregen ze te horen.

Pas jaren later ontdekte Thayer dat de Architect en zijn managers een spotnaam voor hem en zijn mannen hadden. Zij waren ‘de tunnelratten’. En hij ontdekte dat er tien jaar lang een medisch dossier was achtergehouden, waarin stond dat Thayer „de longen van een 118-jarige” had.

Ze hebben specialisten opgezocht, die negen van de tunnelwerkers de diagnose asbestose gaven, een door asbest veroorzaakte longziekte waar je vroeg dood aan gaat: ademproblemen, hartklachten, een grote kans op kanker.

Pas toen haalde de Architect ze uit de tunnels.

Werknemers van de federale overheid kunnen geen rechtszaak beginnen over persoonlijk letsel. De vorige keer dat ik John Thayer opzocht, hoopten ze op ten minste een pensioen.

Dit was té erg. Dat vond iedereen op Capitol Hill. Er kwam dus een speciale Senaatscommissie. Die hield hoorzittingen over de kwestie.

En?

„De heren en dames hebben hun tranen geplengd”, zegt Thayer. „En toen begonnen de verkiezingscampagnes.”

En dat was dat. Niemand is verantwoordelijk gesteld. Als John Thayer nu Congresleden belt, bellen ze niet meer terug.

Alleen de drie oudste mannen kregen hun pensioen volledig. Thayer krijgt nog maar eenderde, omdat hij „niet lang genoeg heeft doorgewerkt”. Vijf mannen, ook Thayer, kregen wel ieder honderdduizend dollar, op voorwaarde dat ze de zaak zouden laten rusten, maar dat dekt de ziektekosten niet. Bovendien belegden ze dat geld en zijn ze nu dankzij de kredietcrisis het meeste alweer kwijt.

Allemaal moeten ze hun hoogste doktersrekeningen zelf betalen, want de verzekering keert namelijk niet uit zolang de Amerikaanse overheid niet erkent dat hun asbestos in de tunnels is ontstaan.

En de Amerikaanse overheid kijkt wel uit.

„Als we zwart waren, dan was dit niet gebeurd”, zegt Thayer. „Dan was er weer een of ander minderhedenfonds geweest.”

Hij neemt zijn honkbalpetje van zijn hoofd en verfrommelt het.

„Met een zwarte president gaan alle belastingen ook weer naar de minderheden. Zúl je zien.”

De Architect van het Capitool is wit, probeer ik. De Senaatscommissie was wit. Wat hebben zwarten hier nou mee te maken?

„Gmpf”, pruttelt John Thayer. Dan gaat hij zijn postordercatalogus pakken. Hij legt het glanzende blad op tafel en ontspant.

Kijk. Hier kan hij poses uitzoeken voor zijn dode hert, zijn lynx of zijn beer. Mooi toch. Ze sturen hem per post een mal, om de huid van het dier overheen te trekken. En twee van zijn mannen hebben goddomme gevochten in Irak.

„And now they shit on them.”

Die met die fazant, zeg ik snel. Knap gedaan, zeg.

Nee, zwarten hebben er niets mee te maken. Maar dat is het punt niet.

John Thayer heeft vijf inhaleermedicijnen en slaapt aan een zuurstofmachine. Iemand moet de schuld van alles krijgen.

John Thayer slikt dinsdag eerst zijn gebruikelijke dosis van het anti-depressivum Zoloft en daarna gaat hij stemmen op McCain.