Hart en ziel

Van donors krijgt men het orgaan, niet het karakter.

Er zijn nog steeds mensen die een bijzondere plaats aan het hart toekennen als het gaat om ons gevoel, onze emoties, ons karakter, de liefde en zelfs onze ziel. Zo kreeg ik via de NRC-redactie een ingezonden brief waarin stond: „De professor blijft maar op de hersenen hameren, maar het hart, het gevoelsleven, is precies de tegenhanger van de hersenen”. Natuurlijk, mevrouw, we voelen ons hart soms bonzen van opwinding, maar dat gebeurt in opdracht van de hersenen, die via het autonome zenuwstelsel zorgen dat ons lichaam klaar is om te vluchten, te vechten of te vrijen.

De mystieke plaats van het hart wordt gevoed door anekdotes die zouden ‘bewijzen’ dat er bij een harttransplantatie informatie over de donor mee getransplanteerd wordt. De Telegraaf kwam in 2008 met een bizar verhaal. Sonny Graham kreeg twaalf jaar geleden een nieuw hart. Het slachtoffer had zichzelf met een geweer door het hoofd geschoten. Het oorspronkelijke orgaan was van de toen 33-jarige Terry Cottle. Sonny Graham was zo blij met zijn nieuwe leven, dat hij begon te corresponderen met de weduwe van Terry. Van het één kwam het ander. ‘Het leek of ik haar al jaren kende’, zei Graham tegen een lokale krant. ‘Toen ik haar voor het eerst zag, kon ik mijn ogen niet van haar afhouden’. In 2004 trouwde de weduwe met de man die het hart van haar eerste echtgenoot had gekregen, zo melde Fox News. Onlangs sloeg ook Sonny Graham de hand aan zichzelf, op dezelfde manier als de eerste ‘eigenaar’ van het hart. Cheryl, nu 39, is voor de tweede keer weduwe geworden. De Telegraaf concludeert vervolgens niet dat het blijkbaar niet eenvoudig was om samen te leven met Cheryl. Nee, in plaats daarvan zegt deze krant: ‘En daarmee wordt het verhaal weer eens aangewakkerd dat als je een orgaan als het hart transplanteert, de ziel van de overledene ook overgaat’. De Telegraaf heeft een traditie in dit soort verhalen. Zo kopte de weekendbijlage van de Telegraaf eens: ‘Zit je ziel in je hart? Claire Sylvia (47) kreeg het hart van een jongen. Ze fluit nu naar meisjes en drinkt bier’. Sylvia, die hier in 1997 een boek over publiceerde was er van overtuigd dat dit de karaktereigenschappen van de jonge motorrijder waren die de donor van haar hart-longtransplantaat was geweest.

Er zijn ook anekdotes van harttransplantatiepatiënten wier smaak voor muziek in die van de donor verandert. Een man die het hart van een vrouw kreeg, was opeens gek op de kleur roze, een kleur die hij voor de operatie verafschuwde. Een vrouw claimde dat ze, nadat ze het hart van een schaker had gekregen dat spel opeens meester was. Ook was er iemand die na de transplantatie in zijn droom het gezicht zag van de moordenaar van de donor van het hart. Zulke verhalen worden gepubliceerd in een tijdschrift waarvan ik daarvoor nog nooit had gehoord, het ‘Journal of Near-Death Studies‘. Het probleem met deze studies is, dat de ontvangers van het donorhart informatie hadden over de donor, zoals geslacht, leeftijd, reden van overlijden, en een hoop andere details over zijn leven. Voordat we deze anekdotes serieus kunnen nemen zijn er goed gecontroleerde studies nodig, die volledig uitsluiten dat de ontvanger van het hart informatie over de donor krijgt. Een harttransplantatie is een enorm zware, stressvolle, levensbedreigende operatie, die jarenlang een ingrijpend effect kan hebben op de persoonlijkheid. Men wordt vaak spiritueler, voelt zich schuldig ten opzichtte van de overleden donor, en heeft het gevoel dat de donor nog in leven is in hun lichaam. Ook de sterk werkende geneesmiddelen tegen de afstoting van het getransplanteerde orgaan, hebben hun effect op het gedrag. Alles bij elkaar reden genoeg om je anders te voelen na zo’n transplantatie. Anderzijds is niet te verklaren hoe het getransplanteerde hart, dat geen zenuwverbindingen met de hersenen van de ontvanger meer heeft, complexe meegetransplanteerde informatie over de donor naar de hersenen van de ontvanger kan sturen, zodat zijn gedrag verandert.

Tot het tegendeel gebleken is uit goed gecontroleerde studies, moeten we op basis van de beschikbare klinische en experimentele literatuur aannemen dat al onze karakter eigenschappen uitsluitend in onze hersenen zitten en dat het hart slechts een pomp is die vervangen kan worden, zonder dat er karaktereigenschappen, goed of slecht, van de donor meekomen.

Dick Swaab

De auteur is hoogleraar in de neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is verbonden aan het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen. Vragen en reacties kunt u sturen naar Zbrieven@nrc.nl, zie ook nrc.nl/swaab